donderdag 17 augustus 2017

Nijenburgh en de Jelburg

Gereformeerd begonnen in Baarn, in 1974 geëmancipeerd verhuisd naar Culemborg;
De Nijenburg Amsterdamsestraatweg 39-41
gefuseerd en wel in 1997 naar de Heidelberglaan in Utrecht. Met de opleidingen Maatschappelijk Werk, Personeel en Arbeid, Sociaal Juridische Dienstverlening en (beginnend) Integrale Veilgheidskunde.
De Nijenburgh is een van de pijlers van de Faculteit Maatschappij & Recht van de HU. En van het Instituut voor Social Work.

VOORBEELDIGE VERNIEUWING: SJD
De opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening heeft De Nijenburgh als bakermat. Binnen de opleiding Maatschappelijk Werk, toen nog in Culemborg, was in 1985 de differentiatie Sociaal Raadslieden gestart. Dit liep zo goed dat Frans Verboekend, docent bij de opleiding Maatschappelijk Werk en tot op de dag van vandaag de éminence grise van SJD en mr. Laurens Smets, landelijk functionaris deskundigheidsbevordering van de sociaal raadslieden, de koppen bij elkaar staken. In 1988 presenteerden zij een intussen befaamd onderzoek: is een volwaardige vierjarige hbo-studie Sociaal Juridische Dienstverlening haalbaar? Ja, zo toonden zij aan, het was haalbaar. En hoe! Sinds de start in 1989 is SJD een doorslaand succes gebleken. Het opleidingsconcept werd in heel Nederland overgenomen, in het HBO maar ook in het MBO. En nu, ruim twintig jaar later, is SJD niet meer weg te denken. 

GEREFORMEERDE ROOTS
Zendingscentrum Baarn
In de jaren tachtig is de Nijenburgh al helemaal geseculariseerd. Maar men weet nog waar de roots liggen. Zoals het verhaal over de Gelderse freule die zich voor 1940 het lot van de staatjeugd in Arnhem aantrekt. Zij financiert een clubhuis ‘Kom en zie’. In datzelfde Arnhem steunt zij een opleiding voor kerkelijke werkers in villa De Nijenburgh. Na de oorlog groeit ook binnen de gereformeerde zuil de vraag naar beroepskrachten in jeugdwerk en gezinszorg. Met hulp van een legaat van de freule wordt In 1947 in Baarn een gereformeerde school gesticht: ‘voor jonge 2 vrouwen en meisjes ter opleiding tot geestelijk‐ en maatschappelijk werk’. Als eerbetoon aan de freule krijgt de opleiding de naam De Nijenburgh. Baarn is het gereformeerde Driebergen. In Baarn zijn ook het gereformeerde Zendingscentrum en het Evangelisatiecentrum van de Gereformeerde Kerken in Nederland gevestigd. Net zoals in Driebergen op landgoed De Horst sinds 1945 het hervormde instituut Kerk en Wereld is gevestigd als hoofdkwartier voor opleiding, vorming en vangelisatie.

OFFICIEREN EN ONDEROFFICIEREN
De officiële opening van De Nijenburgh is op 16 september 1947. Het is een klein schooltje, met een stuk of twintig meisjes in het eerste jaar. In 1957 begint de overheidsubsidie (en invloed). De  Nijenburgh wordt dan een school voor maatschappelijk werk. Een opleiding van de ‘officieren’ in het werk, en daarnaast wordt (voor de ‘onderofficieren’) – ook in Baarn – een tweejarige gereformeerde jeugdleidersopleiding gesticht, de Jelburg. Ds. Roelof Harder, ruimdenkend, bij de tijd en met gevoel voor humor, treedt aan als directeur. Hij kan luisteren naar de mening van anderen, is prettig ironisch. Mede aan die opstelling is het te danken dat de ontkerkelijking van de Nijenburgh zonder grote conflicten verliep. Maar de veranderingen lieten hem niet onberoerd. Tijdens een ontmoetingsdag met ouders, midden jaren zestig, krijgt hij de wind van voren. Althans van de gereformeerde ouders: ‘Waar is Christus op deze academie? U hebt Christus zoekgemaakt! U bent een valse herder en leraar!’ Terwijl hij zich het zweet va zijn voorhoofd wiste, knikte ds. Harder glimlachend de zaal in en baste vriendelijk: ‘Och, U moet bedenken: het is maar goed dat de Heer milder is dan zijn knechten’.

DE MARIE
De Marie
In 1966 koopt De Jelburg een grote villa in de Prinses Marielaan. Het is tot 1973 een van de gebouwen waar het internaat is gehuisvest (zie foto). Als het internaat besloten wordt, wil de Jelburg het verkopen. Studenten/ bewoners zijn het daar niet mee eens en willen het gebouw bestemmen voor jongerenhuisvesting. Ze kraken ‘De Marie’ zoals de villa wordt genoemd. De kraak valt in het landelijke en deftige dorp Baarn helemaal verkeerd. Het is een teken van the times they are changing.

 
JEUGDHAVEN‐WERK
De eerste lichtingen afgestudeerden van de Nijenburgh vinden werk in de gereformeerde gezinszorg die in de jaren zestig wordt omgevormd tot maatschappelijk werk. De jeugdleiders komen bijna allemaal terecht in het gereformeerde Jeugdhaven‐werk. In de binnensteden van Amsterdam, Leiden, Den Haag, Rotterdam, Dordrecht en ook andere steden zijn de club‐ en buurthuizen van het Jeugdhavenwerk evangelisatie‐voorposten. Ze willen het allemaal tegelijk: evangeliseren, present zijn en de minderbedeelde kinderen uit de volksbuurten meer kansen bieden. 

WOONRUIMTE IN BAARN
Ook voor de studenten was de jongerenhuisvesting belangrijk. Zij maakte onder andere gebruik van de villa's aan de Gerrit van de Veenlaan 12 (Dennenzicht) en 14. Deze villa's heeft de gemeente Baarn aangekocht. In Villa Dennenzicht heeft in het verleden de Familie Schimmelpenning - v.d.Oouen gewoond.
Gerrit van de Veenlaan 12

HERKERSTENING WORDT EMANCIPATIE
Het is de tijd van het enthousiaste herkersteningselan, dat al heel snel wordt vertaald (en geseculariseerd) in een even bevlogen volksverheffings‐ en emancipatie‐elan. Talloze kerkelijke vrijwilligers en sociaal werkers zijn actief in dit werk, in het begin nog met de bijbel bij de hand. Zij willen het evangelie verbinden met het leven van buitenkerkelijke mensen in de volkswijken. In de woorden van een Rotterdamse outreachende evangelisatiepredikant: ‘Theologie en kerkelijk leven zijn essentieel, zoals het zout essentieel is. In buurt en volkswijk, in bokszaal en danstent zullen de mensen van de Kerk zich moeten begeven. Althans: als zij niet het zout vóór de aarde willen wezen, maar als ze het waar willen maken, dat zij het zout in de aarde zijn. Bij het afscheid van Ds. Harder in 1974 werd een strip getekend in het afscheidsnummer van Nijenburgh‐blad De Prediker: Ds. Harder tussen twee vuren.
mooi weer en de opleiding buiten

DE NIJENBURGH GROEIT
In 1960 wordt de Nijenburgh sociale academie. Het blijft nog een kleine school met nog geen honderd leerlingen. Maar dan begint de groei. Han Fokkinga, van 1971‐1987 docent Cultureel Werk op de Nijenburgh en sinds 1988 docent P&A in Utrecht, komt in 1967 met 36 eerstejaars aan. Hij weet het nog precies: 18 kozen voor MW, 12 voor CW en 6 voor PW. Jongens vormden al geen uitzondering meer. Maar in 1968 begint explosieve groei: 100 eerstejaars; in 1969 zijn dat er 170. In Baarn is geen mogelijkheid om bij te bouwen.

lichting 1971 - 1975

VERHUIZING STAGNEERT
De verhuizing die al sinds 1965 op de lat staat, wordt steeds urgenter. De hoofdvestiging van de Nijenburgh is van oudsher ondergebracht in een houten gebouw, vlak achter de villa's die de Jelburg in gebruik heeft. De school beschouwt dit gebouw vanaf de start als een noodoplossing en wil bovendien weg uit Baarn. In dit fraaie, maar afgelegen dorpje is weinig te beleven, en het werkveld is er ook niet ruim vertegenwoordigd. De sociale academie zit liever in een stad. Vanaf 1966 lopen onderhandelingen met de gemeente Utrecht, die eindeloos voortslepen. Het blijkt lastig om een geschikte locatie te vinden en de gemeente is niet onverdeeld gelukkig met de komst van een strikt gereformeerde school binnen haar grenzen.

THEO RIJKS TREKT DE VERHUIZING VLOT
Theo Rijks, de latere opvolger van ds. Harder, wordt in 1972 binnengehaald om schot in de verhuizing te brengen. Rijks is een boerenzoon uit de Achterhoek die in de oorlog in een concentratiekamp heeft gezeten omdat hij in het verzet actief was. Hij heeft na de oorlog op De Horst het wika‐diploma behaald. Hij reist door het buitenland en werkt als jeugdleider in Dordrecht. Vanaf 1952 is hij bouwheer en projectontwikkelaar van recreatiecentrum Het Grote Bos in Doorn. Vanuit dat succes geeft hij in de jaren vijftig en vroege jaren zestig de stoot tot oprichting van een serie recreatieparken van de Nederlandse Hervormde kerk ‐ de tegenwoordige Recreatiecentra Nederland, RCN. Daarna werkt hij als fondsenwerver voor het Zeister Zendingsgenootschap van de Hernhutters in Zeist. Hij staat bekend als radicaal progressief christen, iemand voor wie het doel telt en die zijn projecten niet laat vertragen door overheidsinstanties die moeilijk doen over vergunningen en budgetten. Hij is daarmee de ideale man om de Nijenburgh snel aan een nieuw gebouw te helpen. Rijks' eerste actie is het torpederen van Utrecht als vestigingsplaats: 'Het terrein dat we konden krijgen was veel te klein, en bovendien duurde het allemaal veel te lang.' Na een uitgebreide speurtocht besluit de school vervolgens, op instigatie van Rijks, te verhuizen naar een leegstaand klooster in de binnenstad van Culemborg. De schoolgemeenschap voelt er in eerste instantie niet veel voor om uit Baarn naar het afgelegen Culemborg te verhuizen, en andersom ziet de gemeente de school ‐ in de woorden van Rijks: 'Een stel losgeslagen ex-gereformeerden die op blote voeten liepen' ‐ ook niet graag komen. Rijks volgt in 1974 Harder op als directeur en zet door: in 1974 gaat de school over.

DE BRAND VAN 1976
In december 1976 ontstaan echter opnieuw problemen met de huisvesting, omdat het klooster, vlak
na het afronden van een verbouwing, vrijwel helemaal afbrandt. Het voortbestaan van de Nijenburgh is hierdoor enige tijd zeer onzeker. De school heeft nauwelijks leslokalen over en de bibliotheek is   ook afgebrand. Veel lesmateriaal is onbruikbaar door waterschade. Bovendien is er geen geld voor het opnieuw opbouwen van de Nijenburgh. Het ministerie van Onderwijs heeft maar enkele tonnen beschikbaar ‐ veel te weinig ‐ en de school zelf heeft geen geld. Groepen studenten en sommige docenten vinden de situatie zo uitzichtloos dat ze overwegen om zich bij andere scholen aan te melden. De schoolgemeenschap dreigt uit elkaar te vallen, maar de directie slaagt erin om haar met veel praten, improviseren met de onderwijsvoorzieningen en de snelle aanschaf van een aantal houten noodketen bij elkaar te houden. Een meer permanent nood-onderdak vindt de Nijenburgh vervolgens in het nabijgelegen klooster Mariakroon. In 1978 is het oorspronkelijke klooster opnieuw opgebouwd: zonder financiële hulp van de overheid, maar met het verzekeringsgeld dat de eigenaar van het gebouw na de brand uitgekeerd heeft gekregen. De school verhuist weer terug.

DE OPBRENGST VAN DEMOCRATIE
De democratische structuur van de school blijkt in deze turbulente tijden redelijk te voldoen. Henk de Greef, docent Personeelswerk, sinds begin jaren zeventig adjunct‐directeur en in 1983 de opvolger van Theo Rijks: 'De verhuizing en de daarop volgende brand zorgden voor moeilijke perioden in het bestaan van de Nijenburgh, waarin pijnlijke beslissingen genomen moesten worden. Ik ben ervan overtuigd dat die beslissingen makkelijker werden doordat iedereen mee kon praten.
Daardoor stond de school bijvoorbeeld achter de verhuizing, hoeveel gedoe het ook opleverde.'

BEZUINIGINGEN EN TERUGLOOP STUDENTEN
Toch beschouwen veel betrokkenen de democratisering van de Nijenburgh achteraf als een 'brug te ver.' De overlegorganen functioneren redelijk zolang docenten voldoende tijd hebben om aan het vergadercircuit deel te nemen. Eind jaren zeventig krijgt de school echter te maken met  verheidsbezuinigingen en teruglopende studentenaantallen, en dan moeten de bestuurlijke touwtjes worden aangetrokken. De democratische structuur blijft bestaan ‐ in de jaren tachtig vervangt een medezeggenschapsraad de academieraad ‐ maar de directie wordt weer meer dan voorheen de baas binnen de school. De invloed van studenten neemt geleidelijk af, hoewel ze wel mee mogen blijven praten. Ook De Nijenburgh krijgt in deze periode te maken met een groeiende maatschappelijke afkeer van het welzijnswerk en van de scholen die er voor opleiden. Welzijnswerk, in de jaren zeventig beschouwd als het middel bij uitstek om aan een rechtvaardiger samenleving te werken, raakt uit de mode. Er komt kritiek op de pretenties en de effectiviteit van welzijnswerk. Hans Achterhuis stelt zelfs dat welzijnswerk ‘onwelzijn’ bevordert. Deze kritiek geeft de overheid een argument voor bezuinigingen: het werkveld wordt ingrijpend gesaneerd. Voor de studenten van de Nijenburgh zijn aan het begin van de jaren tachtig veel minder banen beschikbaar en de populariteit van de school neemt af. De school krijgt ook last van het slechte imago dat de sociale academies door alle experimenten in de jaren zeventig hebben gekregen. De sociale academies staan bekend als linkse kletsclubjes waar de studenten geen vak leren.

GROEI PERSONEELSWERK
Hoewel de Nijenburgh al rond 1975 begint met het terugdraaien van de zelfprogrammering van het onderwijs, omdat het werkveld klaagt over het gebrek aan vakkennis bij studenten, slaagt de school er niet in om te ontsnappen aan de malaise die de 'softe' agogische opleidingen treft. De belangstelling voor maatschappelijk‐ en cultureel werk loopt sterk terug. Personeelswerk daarentegen gaat groeien. Deze opleiding, in de jaren zeventig het ondergeschoven kind van de school, slaat bij de generaties studenten uit het no nonsense‐tijdperk wel aan.

MAATSCHAPPELIJKE GEZONDHEIDSZORG
Niettemin is duidelijk dat de Nijenburgh iets moet doen om de gevolgen van de dalende studentenaantallen goed te maken. Het idee ontstaat dat de school nieuwe markten aan moet boren: ze wil meer sectoren van het werkveld gaan bedienen dan alleen de krimpende welzijnswereld. Het ligt voor de hand om daarbij naar de gezondheidszorg te kijken. Dit is binnen het HBO de sector die de grootste verwantschap heeft met de sociaal agogische opleidingen. Eind jaren zeventig dient de school een aanvraag in voor een tweetal gezondheidszorg‐opleidingen: verpleegkunde en maatschappelijke gezondheidszorg (MGZ). De laatste is een tweejarige opleiding voor verpleegsters met een ziekenhuis‐opleiding (het zogenaamde in service‐onderwijs) die zich willen bekwamen in wijkverpleging. Uiteindelijk krijgt de Nijenburgh alleen de MGZ-opleiding toegewezen, die in 1982 met 20 studenten van start gaat.

FUSIE: VOOR DE NIJENBURGH GEEN KEUZE
Ondanks de komst van deze nieuwe poot is het de Nijenburgh na het bekend worden van de STC‐operatie al snel duidelijk dat ze niet zelfstandig kan blijven. De opheffingsnorm werd gesteld op 600. De Greef, in die tijd directeur van de school: 'We hadden grote klappen gekregen. De afdeling  cultureel werk was op sterven na dood. Maatschappelijk werk liep ook niet goed meer. We zouden het benodigde aantal van 600 studenten niet halen.' Onder docenten bestaan wel de nodige aarzelingen over een fusie, maar veel minder dan bij de latere partners Middeloo en Jelburg. PTO‐coördinator Richard Hoogeweegen: 'Iedereen zag de nadelen van een fusie: schaalvergroting, bureaucratie. De kleine zelfstandige Nijenburgh zou verdwijnen. Maar aan de andere kant snapten wij wel dat de school zonder fusie ook zou verdwijnen.'

BEZWAREN TEGEN FUSIE MET DE HORST
Dat wil niet zeggen dat de Nijenburgh enthousiast is over alle mogelijke partners. Een fusie met Academie De Horst in Driebergen, die oorspronkelijk meedoet in het plan voor de nieuwe Hogeschool Midden Nederland, stuit binnen de Nijenburgh op veel verzet. De Horst en Nijenburgh hebben deels vergelijkbare opleidingen, zodat een fusie de werkgelegenheid van docenten op de tocht zet. Bovendien hebben de Nijenburghers bezwaren tegen het onderwijs van De Horst. De Driebergse sociale academie heeft speciale leerroutes voor specifieke doelgroepen als vrouwen en migranten. De Nijenburgh ziet weinig heil in die benadering: de school wil algemene beroepsopleidingen en geen doelgroepgerichte. De leiding van de school denkt er anders over. De directie wil wel met De Horst fuseren, en opent onderhandelingen. Uiteindelijk komt het er echter niet van, omdat De Horst zich op het allerlaatste moment terugtrekt.

BLESSING IN DISGUISE
Voor de Nijenburgh blijkt het afhaken van De Horst goede gevolgen te hebben. Als de fusie met de Jelburg en Middeloo ‐ in 1987 uiteindelijk een feit wordt, hoeven er geen opleidingen in elkaar geschoven te worden. De Horst doet niet mee, de Jelburg en Middeloo hebben andere opleidingen dan de Nijenburgh. De Nijenburgh heeft Maatschappelijk Werk, Personeelswerk, Cultureel Werk en Maatschappelijke Gezondheidszorg (tweejarige opleiding, sinds 1982, gaat bij de fusie naar de faculteit Gezondheidszorg). De Nijenburgh heeft geen Inrichtingswerk.

VENI FUSIE FOETSIE
Alleen heeft De Nijenburgh ook een cultureel werk‐opleiding – net als Jelburg en Middeloo. Niet groot, maar toch een groep(je) per jaar, zowel voltijd als deeltijd. In de onderhandelingen wordt Cultureel Werk van de Nijenburgh ingeleverd. Overigens zonder dat de kleine CW‐staf daarover wordt ingelicht, laat staan geconsulteerd. Ook wordt het in de werving niet bekend gemaakt dat CW in Culemborg stopt en er schrijven zich dan ook per 1 september twintig nieuwe studenten in. Nadat ze ontdekken hoe de vork in de steel zit, blijven er twaalf over. Deze groep wordt door de KW‐docenten met ‘opdrachtrijk onderwijs’ door de opleiding geloodst. Cultureel Werk‐docent Han Fokkinga typeerde de fusie voor CW als: Veni Fusie Foetsie... De Jelburg en Middeloo hebben Kultureel Educatief Werk en Opbouwwerk, dat wordt in 1990 CMV, ook Rekreatief Toeristisch Werk gaat daarin op. Het latere CMV wordt dus een Amersfoortse opleiding, want de Jelburg verhuist in 1987 naar Amersfoort. SPH is ook een Amersfoorts verhaal: Jeugdwelzijnswerk, Aktiviteitenbegeleiding en Inrichtingswerk gaan er in samen. Er is geen Culemborgse invloed.

NIEUWE BLOEI VOOR DE NIJENBURGH
De Nijenburgh heeft het geluk dat ten tijde van de fusie de belangstelling voor het sociaal‐agogisch onderwijs weer wat aantrekt: het aantal studenten neemt toe. Het verlies van werkgelegenheid
blijft daardoor binnen de perken. Het fusieleed is al met al bij de Nijenburgh veel kleiner dan bij de andere partners. MWD en P&A hoeven niet met een ander om de tafel om de verschillen te bespreken en de opleidingen in elkaar te schuiven. Vanuit de Raadsliedendifferentiatie binnen MWD wordt de nieuwe opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening uitgebroed die direct een doorslaand succes is. Bovendien hoeft er de eerste tien jaar niet verhuisd te worden. De school kan de eerste jaren na de fusie op de oude voet in Culemborg doorgaan. De Nijenburgh blijft een apart eiland  binnen de nieuw gevormde sociaal agogische faculteit van de Hogeschool Midden Nederland. Pas als de nieuwbouw op Heidelberglaan 7 klaar is, verhuist de Nijenburgh naar Utrecht. Uiteindelijk blijkt de fusie echter ook binnen de Nijenburgh veranderingen op gang te brengen. De school moet, mede door de zakelijke aanpak die het bestuur van de HMN en de faculteitsdirectie voorstaan, definitief afscheid nemen van experimenten uit het verleden. Van democratische besluitvorming is anno 1994 nauwelijks nog sprake en het onderwijs is door de invoering van een modulensysteem veel strakker gereguleerd dan vroeger. De Nijenburgh lijkt hier baat bij te hebben: waar de school voor de fusie ten onder dreigde te gaan aan het slechte imago van de sociale academies, stromen de studenten nu toe.

BRONNEN
DE NIJENBURGH 1947‐1987‐1997: ZAKELIJK EN SOCIAAL Door Maarten van der Linde, docent geschiedenis van het Sociaal Werk Instituut voor Social Work, Hogeschool Utrecht, maart 2010.

In dit beknopte overzicht zijn tekstgedeelten opgenomen uit: Jan Jaap Heij, ‘Welzijnswerkers moeten de wereld gaan verbeteren. Sociale Akademie de Nijenburgh, in: Anders en toch hetzelfde. De zeventien partners van de Hogeschool Midden Nederland voor en na de fusie.

Utrecht: Uitgave Hogeschool Midden Nederland, 1994, pp. 70‐77.

‘Afscheid van ds. R.C. Harder’. Speciale uitgave van De Prediker, blad van de  Nijenburgh. Met bijdragen van Lida Lieverse, Hans van Muijden, Jozef Houthakker, Teun van Aken, Ad Lakerveld, Bep van derMeulen, Ludy van Noord e.a. Baarn: uitgave De Nijenburgh, 1974.

Gesprekken met en informatie van Han Fokkinga en Frans Verboekend, docenten op De Nijenburgh sinds resp. 1971 en 1972.

‘Rijksbijdragen’. Schipperen naast God. Bundel ter gelegenheid van het afscheid van drs. Theo Rijks als directeur van sociale academie De Nijenburgh. Samenstelling: Hein Stufkens en Rienk Wielenga. Culemborg: Uitgave De Nijenburgh, 1983. 105 blz.

Simonse, Joop, De teloorgang van het kerkelijk clubhuiswerk. Het verhaal van een secularisatieproces. Baarn: Ten Have, 1997.

‘Wika’s in de recreatie: Recreatiecentrum Het Grote Bos’, uit: Maarten van der Linde, Werkelijk, ik kan alles. Werkers in kerkelijke arbeid in de Nederlandse Hervormde Kerk 1945‐1966. Proefschrift Universiteit Utrecht.

Zoetermeer: Boekencentrum, pp. 357‐382. ‘Ze hebben het me niet gemakkelijk gemaakt om naar Culemborg te komen’. Drs. Theo Rijks neemt afscheid van ‘De Nijenburgh’.

Culemborgse Courant, 15 september 1983. Door Martin Berendse. 

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 

Geplaatst door L.J.A.Bakker
http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  

Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl

maandag 14 augustus 2017

Zendingscentrum

door Cees Roodnat


Er bestaan plannen voor herinrichting van villa Parkwijk tot appartementencomplex. De bedrijfskantoren die er nu gevestigd zijn zullen het veld ruimen. De aanbouw aan de achterzijde is al verlaten. Parkwijk zal terug-gerestaureerd worden op basis van de bouwtekeningen uit 1905. De villa werd ontworpen door architect J.W. Hanrath, die voor de Singer’s in Laren in 1911 de villa “De wilde zwanen”ontwierp, foyer van het huidige Singermuseum.

Dit bericht bracht de volgende herinnering boven. Als 16-jarige Amsterdamse jongeling reisde ik in 1959 per trein voor het eerst naar Baarn. Met mij reisden ook andere gereformeerde jongens en meisjes mee, die een leerzaam weekend tegemoet zagen in het Zendingscentrum van de Gereformeerde Kerk, dat bleek gehuisvest in de prachtige villa Parkwijk aan de Wilhelminalaan. Als servicecentrum voor kerken en zendingswerkers werd dit pand in 1946 betrokken, bestierd door Dominee/directeur B. Richters die op het kavel er naast woonde. Wij gingen er heen om naar inleidingen te luisteren over de “Bekeringsarbeid onder de volkeren van Afrika”, om daar vervolgens gemengd en gewichtig over te ‘subgroepen.’
Parkwijk met oprijlaan

Het fraaie trappenhuis
Thuis op de schoorsteenmantel stond al jaren bescheiden het “zendingsbusje” met gleuf. En als kind vroeg ik me al af of mijn karige zakgeld door zendelingen ter plekke wel juist zou worden besteed. Wie weet zou ik dat nu te horen krijgen. Na aankomst dropten wij ons nachtgerief op de slaapzalen, waarna een bel ons naar de grote hal beneden terugriep om er de koffie te gebruiken. Eindelijk tijd om wat beter om me heen te kijken. In de rijk gelambriseerde hal met het imposante trappenhuis bevond zich op de wand vóór ons een kleurrijke muurschildering, die de verlokkingen van ons aardse bestaan en het paradijselijke hiernamaals als onderwerp had. Aan de linkerkant was een liederlijk gezelschap te zien van sigaren paffende heren in avond-kostuum, die aan een lange welvoorziene dis zaten. Sommigen met schaars geklede dames op schoot, die aan hun glas champagne nipten. Elders probeerden andere dames en heren zich op een dansvloer staande te houden. Zó moest het dus niet begreep ik de boodschap.

De achterzijde, januari 1990

De rechterzijde van het tafereel staat me minder scherp bij. Tussen een handvol engelen stonden vage geluksvogels van allerlei ras te zingen en musiceren dat het een lieve lust was. Het contrast met de linkerhelft kon niet groter zijn, maar één ding stond voor mij als een paal boven water: deze voorstelling van de hemel was niet iets om naar uit te kijken. Ik had trouwens wel wat anders om naar uit te zien, want in ons gezelschap bevond zich een lid van meisjesvereniging op gg (gereformeerde grondslag) Eunice, een rondborstige leraarsdochter waarop ik hopeloos verliefd was. Zij had onze dominee nog onlangs tijdens de catechisatie gemeld zendelinge te willen worden en daarom van een echtgenoot en eventueel nageslacht af te zien. Tot diep in de nacht en de wanhoop nabij probeerde ik haar – fietsen tussen ons in – er van te overtuigen dat een potige man (mijzelf bij voorkeur) in hachelijke bekeringssituaties reuze nuttig kon zijn, maar helaas bleek zij tot ons reisje naar Baarn nog niet van mening veranderd. Misschien bracht dit weekend de ommekeer. Anno nu stel ik vast dat die ‘bekering’ is uitgebleven, maar de liefde voor dit dorp en haar geschiedenis ging nooit meer over.
Een paar jaar terug liep ik Parkwijk op de bonnefooi nog eens binnen, benieuwd of er van het interieur nog iets was overgebleven. Een bord buiten gaf aan dat er nu een cluster bedrijven gehuisvest was die met de ‘Zending’ van destijds maar weinig van doen hadden. Terug in de imposante hal vroeg ik bij de balie of ik even mocht rond-kijken en zowaar: dat mocht. De immense muurschildering bleek verdwenen. Waarheen wist de wantrouwige receptioniste ook niet. Ze leek mij überhaupt weinig geïnteresseerd in de historie van haar werkplek. Toen zij even werd weggeroepen zag ik mijn kans schoon. Ik spurtte naar een lijst langs de muur waar ik een reepje behang probeerde los te trekken waarachter ik de muurschildering vermoedde. Maar door terugkomst van de receptioniste moest het verlossende antwoord uitblijven. Wel bekeek ik het pand met heel andere ogen.

Door verliefdheid verblind had ik indertijd geen notie van de architectonische schoonheid van mijn rond 1905 in Engelse landhuisstijl gebouwde logeeradres en geen flauw idee van wie er ooit woonden. Dat heb ik even voor u opgezocht. Parkwijk werd gebouwd voor de weduwe van Carel Frederik Carp, tweede zoon van een steenrijke garenfabrikant. In 1910 trok jonkheer Van der Wijck erin, in 1917 gevolgd door tabakshandelaar Manus uit Amsterdam, wiens dochter Rosa een leidende rol in de vrouwenkiesrecht-beweging zou gaan spelen. Vanwege de crisis verkocht de familie Parkwijk weer. Een deel van het enorme landgoed wordt eind jaren dertig bestemd voor woningbouw. De Talmastichting brengt in de villa bejaardenzorg onder. Na vertrek Zendingscentrum trekt in 1976 het Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid (NVOB) erin, met een clustertje bedrijven in de achtertuin.

Het zou mooi zijn als dit architectonische juweel, vóór verbouwing tot appartementencomplex nog één keer voor het Baarnse publiek te bewonderen zou zijn. Ik zal mijn ‘ouwe vlam’ van toen (met een vriend getrouwd en nooit ter zending afgereisd) er maar niet over bellen. Ze zal geen flauw benul hebben welke nostalgische idioot ze nu weer aan de lijn krijgt.

Geraadpleegd:
• Baarn, geschiedenis en architectuur, Zeist 1994
• Rosa Manus woonde in villa Parkwijk, B.C. dd 22-5-2017
• Johan Wilhelm Hanrath, architect. Wikipedia.


Cees Roodnat













Dit verhaal verscheen op maandag 14 augustus 2017 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    






Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

zaterdag 12 augustus 2017

Wie, wat, waar: Voskuijl Draadstaalproducten


Speurder, de speurhond van Groenegraf.nl
Vandaag is een nieuwe uitzending in de rubriek Wie, Wat, Waar? bij RTV Baarn gestart. De rubriek is een samenwerking met Stichting Groenegraf.nl. U kent inmiddels onze speurhond "Speurneus". Tijdens de uitzending van de rubriek Wie, Wat, Waar? graaft Speurneus telkens een foto van Groengraf.nl op. Wij hopen dan dat de kijkers van RTV Baarn en de volgers van Groenegraf.nl de vragen die we hebben over de foto kunnen beantwoorden.



Jo Voskuijl kennen we vooral van de winkel 1001, later HEMA in Baarn, maar hij heeft nog een bedrijf dat handelde in draadstaalwaren handelde gehad. Wij hebben een aantal brochures van het bedrijf gevonden en willen graag meer te weten komen over dit bedrijf. 
Produceerde deze firma zelf, of was het een handelsbedrijf dat in- en verkocht? Wat voor bedrijven kochten bij deze firma?

Wat we precies willen weten leest u op onze site via deze link, of bekijkt u op RTV Baarn. De uitzending blijft ook te zien op onze site via deze link. Op die plek kunt u gelijk ook uw reacties plaatsen.

We zijn heel erg benieuwd of u ons kunt helpen!




De uitzendingen van RTV Baarn zijn te zien via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nlYouTube en Facebook

Ook via Xs4all en Telfort met de witte afstandsbediening op kanaal 626 en via XMS, Edutel, Fiber.nl, Stipte, Lybrandt en Telfort met de zwarte afstandsbediening op kanaal 2125.

Op onze site is deze rubriek te volgen via www.groengraf.nl/wiewatwaar

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen?
Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Groenegraf.nl.

donderdag 10 augustus 2017

Brand aan de Ferdinand Huycklaan in 1980


een uitslaande brand
Op 5 mei 1980 brak er een grote brand uit aan de Ferdinand Huycklaan in het bedrijfspand waar lange tijd de sigarenfabriek Washington gevestigd was. Daarvoor was het pand in gebruik door de Westerschool van hoofdmeester Pluim. Tot voor kort was het Fa. Scepter die er een meubeltoonzaal exploiteerde. Het gebouw was onlangs aangekocht door de eigenaar van Minikorf en onderverhuurd aan een bouwbedrijf en firma's uit Amstelveen, 's Graveland en Bussum. 7 brandweerauto's, 15 stralen hoge en lagedruk, 65 manschappen probeerden de brand onder controle te krijgen, maar het pand moest als verloren beschouwd worden. De schade bedroeg anderhalf miljoen gulden.

Toen de brandweer - met 5 wagens, inclusief Lage Vuursche - arriveerde leek het vuur overigens op het eerste gezicht mee te vallen. De eerste aanvallen werden dan ook van binnenuit met hogedruk ingezet. Door een ka­pot raam en de sterke wind grepen de vlammen evenwel gretig om zich heen, waartoe tevens de deels ontvlambare inventaris bijdroeg.

Ook het dak vatte vlam en toen bleek het niet meer mogelijk het vuur van boven af te bestrijden. De brandweer­mannen stelden zich met hun stralen meer om het gebouw op, maar moesten even na elf uur de assistentie van de collega's uit Soest inroepen. Uit de buurgemeente verschenen nog 2 brandweerwagens.

De grootste vuurhaard bevond zich f midden in het gebouw. Het is evenwel niet zeker dat de brand daar ook begonnen is, waarnaar het onderzoek trouwens nog steeds gaande is. Om 5 minuten na middernacht was men zo­als dat heet de brandmeester; wat zeg­gen wil dat er geen gevaar meer bestond.   

Tegen één uur nam ook de publieke belangstelling - die tot dan zeer groot was - af en om halfdrie konden de wagens van Soest en Lage Vuursche inrukken. Tot kwart voor vijf bleven de Baarnse brandweerauto's, die toen op één na de kazerne weer opzochten. De laatste wagen kon pas een dag later in de middag terugkeren.

Door de verstikkende rookontwikke­ling was het gebruik van perslucht­apparatuur noodzakelijk. Iedere 20 mi­nuten moesten die flessen weer vervan­gen worden. Dat vullen was een kar­weitje, dat de Baarnse voorziening ook niet alleen af kon en daarom schoten hiervoor Soest en Amersfoort te hulp.

Voor het bluswater was men op vier brandkranen aangesloten. Alleen de Ferdinand Huycklaan en Eemnesserweg ble­ken onvoldoende te zijn, zodat de Baarnse brandweer een toevoerleiding via de Waldeck Pyrmontlaan verzorg­de. Na de komst van Soest kon men nog een vierde watervoorziening van ’t Hoogt, de Jacob van Lenneplaan en die van Heemstralaan in gebruik stellen.
 

Geplaatst door L.J.A.Bakker



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  


Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl

donderdag 3 augustus 2017

1979: B. (Bauke) Roolvink overleden in Baarn


Bauke Roolvink
Wie was Bauke Roolvink. Bauke Roolvink was ARP-politicus. Voormalig metaalarbeider en CNV-bestuurder met een helder verstand, die zich in 1959 door Zijlstra liet overhalen als staatssecretaris toe te treden tot het kabinet-De Quay. Had eerder nog kritiek geuit op de samenstelling van dat kabinet. Ten tijde van het kabinet-Cals/Vondeling fractieleider. Stemde tegen de motie-Schmelzer, hoewel hij er inhoudelijk mee instemde. Helder redenaar met een zware basstem die bij de conservatieve 'mannenbroeders' grote aanhang had. Als minister van Sociale Zaken in het kabinet-De Jong kwam zijn slechte verhouding met de vakbeweging tot een dieptepunt na een conflict over de Loonwet waarmee hij kon ingrijpen in de lonen. Keerde in 1971 terug in de Tweede Kamer.

ARP
in de periode 1959-1977: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, staatssecretaris, minister
Personalia:
geboorteplaats en -datum
     Wijtgaart (gem. Leeuwarderadeel, Frl.), 31 januari 1912

overlijdensplaats en -datum
Baarn, 25 november 1979

levensbeschouwing
Gereformeerd


Hoofdfuncties en beroepen
  • - klinknageljongen scheepswerf te Leeuwarden, van 1928 tot 1929
  • - arbeider constructiewerkplaats te Leeuwarden, 1929 (gedurende een half jaar)
  • - machinebankwerker N.V. Koninklijke Haardenfabriek "E.M. Jaarsma" te Hilversum, van 1929 tot 1946
  • - bezoldigd lid bestuur CMB (Christelijke Metaalbewerkers Bond), district Amsterdam, van 1946 tot mei 1950
  • - lid gemeenteraad van Hilversum, van 6 september 1949 tot 13 juni 1959
  • - tweede voorzitter CMB (Christelijke Metaalbewerkers Bond), van mei 1950 tot 1 december 1952
  • - secretaris CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond), van 1 december 1952 tot 13 juni 1959
  • - staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid, van 15 juni 1959 tot 24 juli 1963 (benoemd bij K.B. van 13 juni)
  • - lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 2 juli 1963 tot 5 april 1967
  • - fractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 april 1965 tot 15 februari 1967
  • - minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971
  • - lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 8 juni 1977.

takenpakket (bewindspersoon)
  • -Was als staatssecretaris tot juli 1961 belast met 1. sociale verzekeringen (m.u.v. de Algemene Kinderbijslagwet); 2. lonen en andere arbeidsvoorwaarden; 3. pensioen- en spaarfondsen; 4. arbeidsbescherming en complementaire arbeidsvoorziening; 5. sociale bijstand; 6. ondernemingsraden en 7. publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie
  • -Was als staatssecretaris vanaf juli 1961 belast met 1. het bijstaan van minister Veldkamp bij diens taak op het terrein van de loonpolitiek en van andere arbeidsvoorwaarden; 2. arbeidsvoorziening; 3. arbeidsbescherming, uitvoering Hinderwet en stoomwezen; 4. arbeidsbemiddeling; 5. ondernemingsraden en 6. publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie.
partijpolitieke functies
  • - vicefractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 juli 1964 tot 15 april 1965
  • - adviserend lid Centraal Comité van de ARP, van 1965 tot 1966
  • - vicefractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 februari 1967 tot 5 april 1967.

lijsttrekkerschap etc.

  • - lijstaanvoerder ARP Tweede Kamerverkiezingen 1963 (kieskringen Rotterdam, Dordrecht, Den Helder, Haarlem, Leeuwarden, Zwolle en Maastricht), van 1 februari 1963 tot 15 mei 1963
  • - Was in 1967 nummer 2 op de ARP-kandidatenlijst bij de Tweede Kamerverkiezingen
  • - Was in 1971 en 1972 nummer 4 op de ARP-kandidatenlijst bij de Tweede Kamerverkiezingen.
nevenfuncties
  • - voorzitter CMB (Christelijke Metaalbewerkers Bond), afdeling Hilversum
  • - lid Kamer van Koophandel voor Hilversum, tot 1953
  • - plaatsvervangend lid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1953 tot 1959
  • - plaatsvervangend lid Stichting van de Arbeid, van 1953 tot 1959 (onder lid van de looncommissie)
  • - docent Gereformeerde opleidingsschool voor maatschappelijk werk "De Nijenburgh" te Baarn, tot juni 1959
  • - lid CEC (Commissie Economische Mededinging), van 11 november 1958 tot juni 1959
  • - voorzitter CCO (Consumenten Contact Orgaan), tot juni 1959
  • - lid SER (Sociaal-Economische Raad), 1959
  • - lid Raad van Commissarissen Spinnerij "Swabo" te Tilburg
  • - lid Raad van Commissarissen "Van Leeuwen Buizenhandel" te Zwijndrecht
  • -lid Raad van Commissarissen NCB (Nederlandse Creditbank) te Amsterdam
  • -lid Raad van Commissarissen NSU (Nederlandse Scheepvaart Unie) te Rijswijk
  • -lid Raad van Commissarissen Ago Verzekeringen te Amsterdam
  • -lid Raad van Commissarissen "Polynorm" te Bunschoten
  • -lid Raad van Commissarissen N.V. Holec te Hengelo
  • -lid Raad van Commissarissen Drukkerij "De Boer" te Hilversum
  • -lid College van Advies ICI-Holland
  • -adviseur Raad van Werkgevers in het schildersbedrijf
  • -voorzitter Nederlands Blindenwezen te Amsterdam
  • -lid Centrale Commissie van Advies voor de Arbeidsvoorziening
  • -lid centrale commissie van advies voor de beroepsclassificatie
  • -voorzitter SAIB (Stichting Algemene en Individuele Blindenbelangen) te Amsterdam
  • -voorzitter SRVB (Stichting tot Revalidatie van Volwassene Blinden en Slechtzienden) te Apeldoorn
  • -voorzitter Diaconessenhuis te Hilversum
  • -lid hoofdbestuur "Oranje-Groene Kruis" te Utrecht
  • -drie kerkelijke deputaatschappen
  • -lid curatorium Algemeen Sociaal Voorzieningsfonds voor Gooi- en Eemland
  • -geheim adviseur olieconcern Gulf Oil, omstreeks 1976
  • -voorzitter Raad voor de Beroepsvoorlichting, vanaf april 1978.
afgeleide functies, presidia etc.
  • -lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 15 april 1965 tot 20 september 1966
  • -ondervoorzitter vaste commissie voor de Middenstand (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1 maart 1967 tot 5 april 1967
  • -plaatsvervangend lid Presidium (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 25 mei 1971 tot 21 september 1971
  • -lid Presidium (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 22 september 1971 tot 8 juni 1977 (derde ondervoorzitter)
  • -voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Machtigingswet inkomensvorming en bescherming van werkgelegenheid (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 12 december 1973 tot november 1974
  • -voorzitter bijzondere commissie voor de Interimnota inkomensbeleid (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 27 mei 1975 tot februari 1976.
opleiding
lager-/basisonderwijs
  • -Prot.Chr. lagere school te Wirdum
voortgezet onderwijs
  • -opleiding smid-bankwerker, Ambachtsschool te Leeuwarden

overige opleidingen
  • -cursussen Kaderschool CNV
activiteiten

als parlementariër
  • -Was in de periode 1963-1967 woordvoerder economische zaken en middenstandsaangelegenheden en in 1964-1965 tevens woordvoerder sociale zaken van de ARP-Tweede Kamerfractie
  • -Was in 1965 woordvoerder van zijn fractie bij de behandeling van het wetsvoorstel tot invoering van de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
  • -Was in 1966 woordvoerder van zijn fractie bij het debat over de mijnsluitingen in Zuid-Limburg
  • -Was na 1971 woordvoerder voor sociale en financieel-economische zaken van de ARP in de Tweede Kamer. Hield zich ook bezig met ambtenaren en pensioenen.
  • -Was in 1973 één van de woordvoerders van zijn fractie bij de behandeling van de ontwerp-Machtigingswet inkomensvorming en bescherming werkgelegenheid.
opvallend stemgedrag
  • -Stemde in 1975 als enige van zijn fractie vóór een (verworpen) motie-Van Aardenne over het volledig doorvoeren van de inflatiecorrectie
  • -Behoorde in 1975 met Van Dam en Vermaat tot de minderheid van zijn fractie die vóór een (verworpen) motie-Van Aardenne stemde over vermindering van de lastendruk voor de middeninkomens
  • -Behoorde in 1975 met Aantjes, Van Dam, Van Leeuwen en Schakel tot minderheid van zijn fractie die tegen een (aangenomen) motie-Ter Beek stemde over het aan leverantie van reactorvaten aan Zuid-Afrika verbinden van de voorwaarde dat dit land zou toetreden tot het non-proliferatieverdrag
  • -Stemde in 1976 als enige van zijn fractie tegen een (aangenomen) motie-De Boer/Kosto over het tegengaan van versnippering van zendtijd door te ruime toelating van nieuwe zendgemachtigden
  • -In 1976 stemden hij en mevrouw Van Leeuwen als enigen van de ARP-fractie tegen een wetsvoorstel over het uitstellen van de uitbetaling van een verhoging van het minimumloon.
als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • -Speelde als staatssecretaris een belangrijke rol bij het doorvoeren van de gedifferentieerde loonpolitiek ter vervanging van de geleide loonpolitiek uit de jaren vijftig. Hij had als staatssecretaris tot juli 1961 het loonbeleid in zijn takenpakket en verdedigde het regeringsbeleid ter zake onder meer tijdens enkele interpellaties.
  • -Vroeg in januari 1962 advies aan de Stichting van de Arbeid over uitvoering van een E.G.-richtlijn over gelijk loon voor mannen en vrouwen. Beperkte die gelijkstelling echter tot functies waarin vrouwen dezelfde arbeid als mannen verrichtten.
  • -Bracht in 1968 samen met de ministers De Block en Witteveen een nota uit over het te voeren loon- en werkgelegenheidsbeleid (9.609)
  • -Bracht in 1969 samen met de ministers Polak, Nelissen en Klompé de Nota buitenlandse werknemers uit. In deze nota wordt voor het eerst ingegaan op allerlei aspecten met betrekking tot de (tijdelijke) aanwezigheid van buitenlandse werknemers. Er wordt onder meer aandacht besteed aan huisvesting, arbeidsvoorwaarden, volksgezondheid, openbare orde, maatschappelijke opvang en begeleiding en op de economische betekenis van de inzet van buitenlandse arbeidskrachten. Goede inpassing van buitenlandse werknemers wordt gezien als een gezamenlijke taak van overheid en werkgevers- en werknemersorganisaties. Alleen werving en indienstneming op basis van een formele machtiging tot voorlopig verblijf is toegestaan. Om bijvoorbeeld kinderbijslag en ziektekostenverzekering van gezinsleden te kunnen regelen, moeten er verdragen worden gesloten met landen van herkomst. (10.504)
  • -Trok in 1970 een door hem verdedigd voorstel in tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie over onder andere het introduceren van 'lichte' bedrijfsschappen en permanente commissies van overleg. Hij deed dit nadat de Tweede Kamer een door hem onaanvaardbaar verklaard amendement-Geurtsen had aangenomen over verkiezing van de besturen van produkt- en bedrijfsschappen. (9688)
  • -Bracht in 1970 samen met de ministers Nelissen en Schut en staatssecretaris Van Son de Nota inzake de sociaal-economische ontwikkeling in Oost-Groningen uit (10.758)
  • -Bracht in 1970 samen met staatssecretaris Grosheide de Nota onderwijs- en arbeidsmaatregelen werkende jongeren uit. Alle jongeren die voor hun 18e gaan werken, moeten een voldoende opleiding kunnen volgen. Er komt daarom een nieuw vorm van onderwijs: participatie-onderwijs. Er komt een arbeidsverbod voor 15-jarigen en de arbeidswetgeving zal worden aangepast om de combinatie van leren en werken mogelijk te maken. (10.904)
  • -Stelde op 9 december 1970 een loonpauze van een half jaar in, om te voorkomen dat de haven-CAO waarin onder meer een loonsverhoging van f 400,- was opgenomen, een algemene loonronde zou inluiden. Moest onder druk van protesten van de vakbeweging deze maatregel deels terugdraaien. Hijzelf was aanvankelijk tegenstander van een ingreep in de lonen, daar waar vooral de ministers Witteveen en Bakker daar voorstander van waren.
als bewindspersoon (wetgeving)
  • -Bracht in 1962 samen met minister Veldkamp de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers (Stb. 534) tot stand, die invaliditeitsrentetrekkers een bijslag gaf op de rente. Hierdoor kwam er voor geheel of grotendeels invalide geworden werknemers een welvaartsvaste uitkering.
  • -Bracht in 1963 samen met minister Veldkamp Wet tijdelijke voorziening met betrekking tot het systeem van loonvorming (Stb. 22) tot stand. Daarbij krijgt de Stichting van de Arbeid de bevoegdheid c.a.o.'s goed te keuren en de minister de bevoegdheid om c.a.o.'s onverbindend te verklaren.
  • -Bracht in 1967 samen met staatssecretaris Kruisinga de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) (Stb. 617) tot stand. Deze wet voerde een verplichte volksverzekering in tegen bijzondere - moeilijk te verzekeren - ziektekosten. De wet gaf recht op verstrekkingen in natura, te weten verplegingen in inrichtingen, verpleeghuizen, ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen en sanatoria (in de laatste drie gevallen na een jaar). De premie werd betaald door de werkgevers. Daarnaast kwam er een jaarlijkse rijksbijdrage. Het voorstel was in 1966 ingediend door minister Veldkamp en staatssecretaris Bartels.
  • -Bracht in 1967 de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) (Stb. 687) tot stand. Deze wet regelt voor mensen met lichamelijke, psychische of karakterologische gebreken de mogelijkheid om in werkplaatsen aangepast werk te verrichten en zo in hun eigen levensonderhoud te voorzien. De wet vervangt twee bestaande ministeriële beschikkingen (voor hoofd- en voor handarbeiders uit resp. 1953 en 1963). Gemeenten krijgen een belangrijke rol bij de uitvoering van de wet en ontvangen hiervoor een rijksuitkering. Het wetsvoorstel was in 1966 ingediend door minister Veldkamp.
  • -Bracht in 1968 de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 657) tot stand, die in beginsel alle werknemers tussen de 24 en 65 jaar een minimumloon en minimumvakantietoeslag van zes procent van het loon verzekert.
  • -Bracht in 1969 een wijziging (Stb. 444) van de Werkloosheidswet tot stand, waardoor er een minimumdagloonbepaling wordt ingevoerd. Dit minimumdagloon vormt de basis van de berekening van de uitkering aan werknemers die kostwinner zijn. Die wordt bepaald op grond van het dagloon dat een werknemer bij een vijfdaagse werkweek gemiddeld per dag zou kunnen verdienen in het beroep dat hij gewoonlijk uitoefende. Hiermee wordt een uitkering gegarandeerd die hoger is dan een uitkering op grond van de Algemene Bijstandswet.
  • -Bracht in 1970 de Wet op de loonvorming (Stb. 69) tot stand, die de regering de bevoegdheid gaf om vanwege economische redenen in te grijpen in de ontwikkeling van lonen en andere arbeidsvoorwaarden. Het College van Rijksbemiddelaars verdween.
  • -Bracht in 1970 een wet (Stb. 350) tot stand tot verhoging van de AOW- en AWW-uitkeringen en tot invoering van een vakantie-uitkering in de AOW en AWW, alsmede verhoging van de inkomensgrens ziekenfondsverzekering bejaarden.
  • -Bracht in 1970 een wijziging (Stb. 353) van de Arbeidswet tot stand, waardoor werkende 15-jarigen verplicht worden één dag per week onderwijs te volgen met behoud van loon.
  • -Bracht in 1970 een wijziging (Stb. 376) van de Wet op het minimumloon en de minimumvakantiebijslag tot stand. De leeftijd waarop er recht is op minimumloon wordt verlaagd van 24 naar 23 jaar en er komt een volledige indexering op grond van de loonontwikkeling. Het minimumloon geldt ook voor kostwinners jonger dan 23 jaar.
  • -Bracht in 1971 wetten (Stbb. 224, 225 en 226) tot stand tot wijziging van de arbeidsomstandighedenwetgeving. Daarbij werd onder meer de Steenhouwerswet en de Stuwadoorswet ingetrokken en de materie van die wetten overgebracht naar de Arbeidswet 1919 en Veiligheidswet 1934.
  • -Bracht in 1971 samen met minister Polak een wet (Stb. 54) tot herziening van de Wet op de ondernemingsraden tot stand, waardoor ondernemingsraden medezeggenschap krijgen bij pensioenregelingen, winstdelingsregelingen en bij vaststelling van werktijden en vakantieregelingen. Er komt aandacht van scholing en vorming van gekozen OR-leden. Instelling van een OR wordt verplicht in ondernemingen met honderd of meer werknemers. Bij grote concerns kan tevens een centrale ondernemingsraad worden ingesteld.
  • -Bracht in 1971 een wijziging (Stb. 339) van de Coördinatiewet Sociale Verzekering tot stand. Hierdoor wordt de aansprakelijkheid voor de betaling van premies geregeld voor werkgevers die gebruikmaken van arbeidskrachten via koppelbazen of uitzendbureaus.
  • -Bracht in 1971 samen met staatssecretaris Keyzer een wijziging (Stb. 354) van de Rijtijdenwet 1936 tot stand. Daarmee werd wetgeving aangepast aan een EEG-richtlijn over grensoverschrijdend wegvervoer. Er kwam een regeling voor mechanische controle (tachograaf) op naleving van regels en de regeling van strafsancties werd opgenomen in het rijtijdenbesluit.
  • -Bracht in 1971 samen met minister Witteveen een nieuwe Jeugdspaarwet (Stb. 362) tot stand. Deze vereenvoudigt de voorschriften van de eerdere uit 1958 daterende wet, vooral doordat allerlei uitzonderingsbepalingen worden geschrapt.
  • -Bracht in 1971 samen met minister Schut de Wet Bezitsvormingsfonds (Stb. 418) tot stand. Het kapitaal dat was gevormd met de verkoop van de staatsaandelen Breedband NV aan Koninklijke Hoogovens werd gebruikt om het eigenwoningbezit en het effectenbezit van kleine spaarders te bevorderen, onder meer door de uitgifte van spaareffecten.

wetenswaardigheden
algemeen
  • -Was in mei 1959 één van de ondertekenaars van een brief aan het Centraal Comité van de ARP waarin een aantal antirevolutionairen hun verontrusting uitspraken over het in hun ogen te weinig sociaal-christelijke karakter van het kabinet-De Quay. Trad korte tijd later tot veler verbazing wel toe tot het kabinet-De Quay, hetgeen bij een deel van de ARP veel kwaad bloed zette.
  • -Werd in 1959 bij K.B. van 13 juni benoemd tot staatssecretaris en op 15 juni beëdigd
  • -Kwam tijdens de algemene beschouwingen in oktober 1966 met een motie over een stringenter begrotingsbeleid. Onder druk van vicepremier Biesheuvel trok hij deze weer in. De door hem geleide ARP-fractie stemde vervolgens unaniem tegen de motie-Schmelzer.
  • -Was tijdens de formatie-Biesheuvel in maart 1967 onderhandelaar van de ARP-fractie
  • -Stemde in 1973 in zijn fractie tegen de totstandkoming van het kabinet-Den Uyl.

uit de privésfeer
Zijn vader was landarbeider

niet-aanvaarde politieke functies
- minister van Sociale Zaken, juli 1971 (geweigerd)

woonplaats(en)/adres(sen)

  • -Hilversum, Eemnesserweg 238, omstreeks 1963 en nog in 1967
  • -Hilversum, Johan Geradtsweg 85, omstreeks 1971 en nog in 1977
ridderorden

  • -Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 27 juli 1963
  • -Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 17 juli 1971

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Hilversum, 16 januari 1935

echtgeno(o)t(e)/partner
G.C. Schouten, Gijsbertha Cornelia

kinderen
3 zoons en 3 dochters

vader
D. Roolvink, Dirk

geboorteplaats en/of -datum
Suawoude (gem. Tietkjerksteradeel), 31 mei 1884

moeder
E. Hoekstra, Elske

geboorteplaats en/of -datum
Wirdum (gem. Leeuwarderadeel), 11 november 1880

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.


Geplaatst door L.J.A.Bakker



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  


Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl