zondag 28 februari 2016

Vele handen maken licht werk, help ook mee!



door Eric van der Ent

Al enige tijd hebben we op onze site het "Samenwerkingsproject", digitaliseren van grafmonumenten in het Eemland. Bezoekers van onze site kunnen helpen met het overtypen van gegevens op grafmonumenten. En ze doen dat vanuit hun luie stoel thuis. Op onze site krijgt u willekeurige foto's van grafmonumenten voorgeschoteld en u vult in de tabel ernaast in welke gegevens u op het monument ziet. Zo worden in korte tijd honderden monumenten gedigitaliseerd.




Naast het invoeren van gegevens die op het monument staan wordt u ook aangespoord om meer gegevens te verzamelen. Kunt u bijvoorbeeld achterhalen wie de ouders van de betreffende persoon zijn? Met wie was hij of zij gehuwd? Wat kunt u nog meer vertellen over deze persoon?

U vult uitsluitend in wat u weet, of wat u kunt achterhalen. Hebben andere bezoekers al gegevens ingevoerd? Dan controleert u of deze gegevens juist zijn ingevoerd, zonodig corrigeert u deze. Zodra de gegevens van een monument grotendeels zijn ingevoerd zal één van onze vaste vrijwilligers de gegevens nog eens controleren voordat deze online beschikbaar worden.

U kunt hier volledig anoniem aan meewerken. U hoeft zich niet eerst aan te melden (mag wel natuurlijk). Heeft u er geen zin meer in? Geen probleem, dan houdt u er mee op. Vindt u het leuk om te doen, en kent u andere mensen die dit leuk zouden vinden? Laat ze dan meedoen! Hoe meer mensen meehelpen, des te sneller kunnen we weer gegevens voor onze bezoekers beschikbaar maken.

Helpt u ook mee?
Er staan nu een paar honderd grafmonumenten van de Noorderbegraafplaats Hilversum voor u klaar. (Okay, net geen Eemland, maar toch wel vlakbij).

U kunt helpen via onderstaande link:

http://groenegraf.nl/samenwerken.php

Doen hoor! En vraag of uw vrienden en kennissen ook willen helpen.
Heeft u tijd over? Dan hebben we nog veel meer klusjes die voor ons geklaard zouden kunnen worden.
Mail ons voor meer gegevens.

Alvast bedankt voor uw hulp.

Eric van der Ent












Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter.

zaterdag 27 februari 2016

Wie, Wat, Waar? Korfbalvereniging de Giraffes


Speurder, de speurhond van Groenegraf.nl
Vandaag is een nieuwe uitzending in de rubriek Wie, Wat, Waar? bij RTV Baarn gestart. De rubriek is een samenwerking met Stichting Groenegraf.nl. U kent inmiddels onze speurhond "Speurneus". Tijdens de uitzending van de rubriek Wie, Wat, Waar? graaft Speurneus telkens een foto van Groengraf.nl op. Wij hopen dan dat de kijkers van RTV Baarn en de volgers van Groenegraf.nl de vragen die we hebben over de foto kunnen beantwoorden.












Op deze foto staat een team van korfbalvereniging De Giraffes uit Baarn. Deze vereniging is opgericht in 1944 en heeft bestaan tot in de jaren zestig. Wie herkent personen op deze foto?

Wat we precies willen weten leest u op onze site via deze link, of bekijkt u op RTV Baarn. De uitzending blijft ook te zien op onze site via deze link. Op die plek kunt u gelijk ook uw reacties plaatsen.

We zijn heel erg benieuwd of u ons kunt helpen!




RTV Baarn via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nlYouTube en Facebook.

Op onze site is deze rubriek te volgen via www.groengraf.nl/wiewatwaar

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

vrijdag 26 februari 2016

De Kanonnen van de Naald zijn gevonden


de naald in 1820

De gedenknaald van Quatre-Bras en Waterloo is ter ere van de Prins van Oranje (de latere koning Willem II) opgericht volgens de wet van 8 juli 1815 ‘tot bijzondere vereering van den moed en de hardnekkige verdediging der positie bij les Quatrebras, zoo luisterlijk ten toon gespreid,’ en vermeldt in vier talen den roem van den prins van Oranje. Na invoering van de wet, waarin de samenvoeging van Noord- en Zuid-Nederland werd vastgelegd, werd een ontwerpprijsvraag uitgeschreven voor het monument, maar die leverde geen bruikbare plannen op. Jurylid Abraham van der Hart, stadsarchitect van Amsterdam, besloot om zelf maar een ontwerp te maken. De gedenknaald is een obelisk en werd opgericht in 1820. Opvallend is het bos afgebeeld op deze oude ansichtkaart achter de Naald. De beide stukken veldgeschut, die er hebben naast gestaan, zijn niet uit 1815 afkomstig, maar herinneren de voortreffelijke leiding der krijgsbewegingen door den prins in 1830. 't Zijn Belgische kanonnen, afkomstig uit den Tiendaagschen Veldtocht in 1830 en waren veroverd op de Belgen.
De teksten op het monument. Aan de ene kant van het monument staat 1815 in Arabische cijfers, aan de andere kant staat het in Romeinse cijfers. De tekst in het Latijn luidt:

GVLIEDLMO FREDERICO GEORGIO LUDOVICO
Principi Arausionensi
Quo ducunte viamque laudis praeeunte
Belgicae cohortes
AD XVI iuni a MDCCCXV
Incredibili fortitudine ac constantia
Ad vicinum Bruxellis quadrivium
Ferocissimi hostis primo impetu repulso
Reportatae deinde longe gloriossimae
Apud Waterloam de napoleonte victoriae
Atque adeo servatae ab interitu reip.
Principes auctoresque celebrari meruerunt
Hocce rarae virtutis monumentum
Annuente Culielmo Frederico rege
Gratea posuit patria
Vertaald in het Nederlands luidt de tekst ongeveer als volgt:

VOOR WILLEM FREDERIK GEORGE LODEWIJK
Prins van Oranje
Die voortging langs de weg van eer
de legers van België aanvoerde
En op 16 juni in het jaar 1815
Met ongelooflijke moed en standvastigheid
Op de viersprong in de buurt van Brussel
De eerste aanval van de zeer woeste vijand had tegengehouden,
Voor de daarna meest glorieuze overwinning
behaald bij Waterloo op Napoleon
en zelfs voor de aldus van instorting geredde republiek
De prinsen en grondleggers hebben het verdiend geëerd te worden
Dit monument van zeldzame moed,
heeft, met instemming van koning Willem Frederik,
het dankbare vaderland neergezet.
 
Sedert de bouw draagt de Staat zorg voor beheer en onderhoud van het monument. In 1971 kwam het in rijks eigendom, als onderdeel van het complex Paleis De 'Naald van Waterloo', of de 'Gedenknaald van Quatre Bras'. In november 2012 kreeg de Naald een opknapbeurt.

De Kanonnen bij de Naald
Zoals al eerder aangegeven zijn de beide stukken veldgeschut niet uit 1815 afkomstig, maar uit 1830.  Het waren Belgische kanonnen, afkomstig uit den Tiendaagschen Veldtocht in 1830. Deze kanonnen waren "6 ponders met een voorwagen". Nog net te zien op de hier onderstaande afbeelding naast de Naald.

1 van de twee 6 ponders met voorwagen

6 ponder met munitiewagen
 
Het geschut werd geplaatst op een affuit, een onderstel dat veelal was geconstrueerd van iepen- en eikenhout met een smeedijzeren beslag. Gelet op het gewicht van met name kanonnen (een 48-ponder woog veelal 3.458 kilo, een 24 ponder 2.223 kilo, een 12 ponder 1.580 kilo en een 6 ponder 1.037 kilo) werden voor het op- en afladen en het verplaatsen krachtwerktuigen gebruikt, zoals een hijsbok en een triquebal (ook wel mallejan genoemd), een wagen waarmee zware lasten konden worden opgetild en verplaatst. Met enige regelmaat werden hiervoor ook paarden ingeschakeld van boeren uit hun omgeving. 
De kanonniers werden bij het uitoefenen van hun taak bijgestaan door andere “artillerie-bedienden”, zoals de zogeheten handlangers, die hielpen bij het laden en schoonmaken van de vuurmonden.

model van een 6 ponder met voorwagen
Waar zijn ze uiteindelijk gebleven?
De oorspronkelijke kanonnen zijn in 1926 overgebracht naar het Legermuseum "Armamentarium" in Delft.

Van de oorspronkelijke kanonnen kon Paul van Brakel, de conservator van het huidige Nationaal Militair Museum (NMM) te Soesterberg, mij bevestigen dat het om 6-ponders gaat. Deze twee originele exemplaren zijn in 1926 inderdaad bij het Legermuseum (nu Nationaal Militair Museum) terechtgekomen. Van één exemplaar uit hun collectie is bekend dat deze bij de naald in Baarn heeft gestaan, mét voorwagen. Dit exemplaar staat momenteel in de opslagruimte van het NMM te Soesterberg. Van een mogelijk tweede exemplaar lijkt deze herkomstinformatie verloren gegaan.


 de 6 ponder die bij de Naald in Baarn heeft gestaan zonder voorwagen

Andere kanonnen naast de Naald
Er hebben nog diverse andere soorten kanonnen naast de Naald gestaan zoals de navolgende afbeeldingen laten zien.

Vestingkanon 11 cm
Ook hebben er in het verleden 2 vesting kanonnen 11 cm gestaan. Deze staan nu opgesteld in de permanente tentoonstelling (paviljoen II) van het Nederlands Artillerie Museum 't Harde (thans omgedoopt tot Historische Collectie Korps Veldartillerie). Bij navraag daar is dit nog eens bevestigd.


een ander vestingkanon
Vestingkanon Ned. Artillerie Museum









Kijk hoe mooi deze is !




 
 
 
een vestingkanon van dichtbij bij de naald
 
 


25 ponder naast de Naald














voorbeeld van een 25 ponder





25-ponders
De laatste twee exemplaren zijn 25-ponders geweest. Van de 25 ponders is niet bekend waar zij gebleven zijn. 25-ponders worden tegenwoordig nog steeds gebruikt voor ceremoniële doeleinden (afgeven saluutschoten bijvoorbeeld).
Mogelijk dat deze voor dit doel zijn ingezet.

Het onderhoud van deze kanonnen vonden steeds plaats bij het scholingsinstituut voor de artillerie dat op de Legerplaats bij Oldebroek gevestigd is. Bij de laatste onderhoudsbeurt, nog ver vóór het millennium, heeft Prins Bernhard aangegeven de 25-ponders niet terug te willen. Dit ‘moderne’ naoorlogs geschut zou teveel misstaan bij de historische uitstraling van het monument. Sindsdien staan er geen kanonnen meer bij het monument.

Het verzoek om deze eventueel terug te plaatsen is lastig. De 6 ponder is afkomstig als buit uit de 10-daagse veldtocht, een te zeldzaam exemplaar om in weer en wind te laten staan.

 Mijn dank aan:
- Paul van Brakel van het Nationaal Militair Museum (NMM) te Soesterberg,
- Tristan Broos van het Nationaal Militair Museum (NMM) te Soesterberg,
- Mevr. Los voor enkele foto's van de Naald
- Dhr. Veerman
- Het Nederlands Artillerie Museum
- info wikipedia


de naald met kanonnen zonder voorwagen







de naald in de sneeuw

de naald lang geleden
de naald ook weer zonder de kanonnen
de naald januari 2016 al ruim 17 jaar zonder kanonnen
         
Leen Bakker



Geplaatst door L.J.A.Bakker 


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  

 


 
 
 


woensdag 24 februari 2016

Herinneringen van Hans (13): Mijn lagere school jaren op de St. Aloysiusschool (1953-1959) deel 2

door Hans Smeekes

De laatste drie jaren van mijn lagere school bestaan voltrokken zich in het voormalige St. Bonifaciusgebouw.
De twee vierde en de twee vijfde klassen waren ondergebracht in één van de lokalen beneden. De gymzaal was er vlakbij. De zesde klas was, als ik me goed herinner op de bovenverdieping. Wij zaten helemaal achteraan in de linker vleugel, van de binnenplaats af gezien.



Van die drie jaren heb ik van het laatste jaar (de zesde klas) de meeste herinneringen.





Over meneer Schouten in de vierde klas weet ik niets te vertellen. Idem dito over meneer Nagelhout, die we als onderwijzer hadden in de vijfde klas. Die was volgens mij toen net ‘nieuw’. 
Hans als schriftgeleerde helemaal links
(om het hoofd de sjaal van mijn vader).
Rechts Sjef v.d Mey als verteller.
Van die tijd is wel een foto overgebleven, waarop te zien is dat ik meedoe aan een toneelstukje. 
Ik had er een bijrol als schriftgeleerde. Ik denk dat het in de Kersttijd was. Kapelaan Nollen, van wie ik overigens geen enkel beeld meer heb, was de regisseur. Ik weet het nog omdat ik die naam in mijn allereerste fotoboekje bij die foto eronder had geschreven. Vaag herinner ik me dat de opvoering in het St. Nicolaasgebouw was en dat mijn ouders heel trots op mij waren. Het was ook gelijk de enige keer dat ik ooit aan een toneelstuk heb meegedaan. 

Overgaan was elk jaar geen enkel probleem met diverse achten en negens.
Van elke klas waren er steeds twee (elk van wel 40 leerlingen!). Voor de zesde klas werden de besten van de twee vijfde klassen samengevoegd, dit met het oog op de verdere opleiding.



En zo kwam ik terecht bij meneer Coesel. 
In feite was Meneer Coesel mijn eerste goeroe. 
Als verschijning een magere man, met spitse neus. Zachtaardig van karakter. Een natuurlijke autoriteit. Ik zie hem nog zitten aan zijn lessenaar vooraan links. En voor het schoolbord staan om ons van alles duidelijk te maken in zijn fraaie handschrift. Hij was niet alleen heel goed in zijn vak, maar gaf ons ook heel veel praktische tips mee. Zo herinner ik me dat op een tropisch warme dag we allemaal in de rij op de in mijn herinnering fraai betegelde gang voor het enige wasbakje moesten plaats nemen. Hij had ons voorgedaan wat we dan moesten doen. Een slokje water met de hand nemen, maar niet doorslikken. De mond spoelen met het koele water, daar ging het om. En de waterstroom laten lopen over de beide ontblote onderarmen, specifiek over de binnenkant van de onderarm en pols. Dit advies heb ik nadien op warme dagen nog vaak nagevolgd. 
En hij leerde ons bijvoorbeeld snel rekenen. Door toepassing van bepaalde foefjes. Vandaag de dag nog hanteer ik die en denk ik automatisch aan hem. 


Onlangs moest ik drie items à 2,75 per stuk betalen in de bieb hier bij mij in de buurt. Wat ik moest afrekenen had ik sneller uitgerekend dan de mevrouw aan de computer. Ik vertelde de verbaasde dame, met wie ik overigens altijd wel een praatje maak, van wie ik dat kunstje ooit had geleerd.
Meneer Coesel kon ook ongelooflijk goed tekenen. En toonde ons op het schoolbord hoe het zat met het perspectief. Hij begon dan met een strakke horizontale lijn op ooghoogte te tekenen, de horizon, zo recht alsof die met een liniaal was getrokken. En trok vervolgens lijnen vanuit alle hoeken naar het midden ervan. Het zogenaamde verdwijnpunt. Ook dat ben ik nooit vergeten. Ik teken nu nog maar af en toe en mijn vriendin Fifi, die zelf heel goed in tekenen en schilderen is, toont altijd weer haar bewondering hoe goed ik tafereeltjes in de juiste verhouding kan weergeven.
In onze klas zaten sowieso heel aardige tekenaars. Er was eens een tekenwedstrijd uitgeschreven ter gelegenheid van de anti alcohol schooldag. Ik weet echt niet meer wat dat in heeft gehouden, maar in elk geval was er een wedstrijd in dat kader. In onze klas vielen de 1e prijs (Nol Molenaar), de 3e prijs en de 5e prijs. 


Die vijfde prijs werd door mij gewonnen. Die prijs bestond uit een boekje over Michiel de Ruyter (een uitgave van Kluitman, toen een welbekende uitgever van jeugdboeken). Het boekje heb ik onlangs weer teruggevonden. Een kleinood, want het is de enige prijs die ik ooit gewonnen heb. Als ik me goed herinner had ik Sinterklaas op zijn paard getekend. Niet zo gek want het was november, de tijd van de goedheiligman.



Mijn broer Henk heeft nog privé tekenles gehad van meneer Coesel. Toen ik hem onlangs daarover sprak, kon hij zich dat goed herinneren. Dat was samen met een jongen met de achternaam Janssen. Beiden hebben toen de basis gelegd voor hun verdere artistieke loopbaan. 
Aardrijkskunde was één van mijn geliefde vakken. Ik kon moeiteloos alle hoofdsteden van de provincies opnoemen, die zonder de naam met dikke stippen waren aangegeven op een grote kaart van Nederland die vooraan in de klas hing. 


Ik had en heb sowieso iets met landkaarten. Thuis had ik een uitgave van de befaamde King atlas. 

Ik was daar altijd in aan het bladeren.





En heden ten dage nog. Een Tom Tom is aan mij niet besteed. Ik zoek de route liever op van tevoren op een kaart. En oude kaarten vind ik helemaal geweldig, die hebben iets mysterieus. 
Omdat ik me in die tijd in het hoofd had gezet dat ik sportjournalist wou worden, was de optie om naar de middelbare school over te stappen een logische. 
Maar ook geschiedenis vond ik interessant, vooral door de verhalen van meneer Coesel, want die kon er goed over vertellen. Ook over zijn eigen reiservaringen, want het scheen dat hij met zijn vrouw half Europa in hun autootje hadden afgereisd. Goede vertellers waren aan mij wel besteed. Verhalen over Karel de Grote, fantastisch. Zo werd geschiedenis leuk. 


Bekend is de plaat van Jetses van het hof van Karel de Grote, die wel ergens gehangen moet hebben. Als ik ernaar keek sloeg mijn fantasie weer helemaal op hol. 






Zo herinner ik me ook nog goed de plaat van Nova Zembla (‘Het Behouden Huis’ van Isings). Willem Barentsz was de held. 




En dan was er de plaat met de walvisvaart. 
Thuis had ik van een bouwplaat (een groot stuk karton, waaruit je de delen van het schip moest knippen en aan elkaar moest lijmen) het toen bekende walvisfabriekschip de Willem Barentsz in elkaar geknutseld. Die plaat mocht ik kopen bij Benning in de Spoorstraat.
Ik had er toen nog geen notie van dat jagen op walvissen helemaal niet zo’n diervriendelijke bezigheid was en is.



Ik moet dan ook gelijk denken aan de levertraan, die we elke morgen door onze moeder met een eetlepel kregen toegediend. Met opgetrokken neus lieten we ons dat welgevallen, omdat het gezond scheen te zijn. Pas veel later heb ik begrepen dat het helemaal niet van de walvis kwam, wat we met z’n allen dachten, maar gewonnen werd uit de kabeljauw.














In verband met wat er goed werd geacht, moet ik ook denken aan de havermout als ontbijt. Daarvan ging ook het verhaal dat het gezond zou zijn. 


Maar na verloop van tijd werd met name ik er ontzettend dik van. Dus is mijn moeder ermee gestopt. Maar achteraf denk ik, dat het dik worden meer kwam van de enorme schep suiker die we eraan toevoegden, want dan was het goed te doen. 




In de zesde klas vond ook het H. Vormsel en de Plechtige Communie plaats.
Van het vormsel weet ik me te herinneren, dat je een naam van een heilige kon kiezen, als  toevoeging aan je eigen (doop)naam. Ik koos voor Paulus, omdat ik die wel een interessante figuur vond. Zijn brieven, die in de preken werden voorgelezen, waren vaak spannende verhalen. 
Vanwege het H. Vormsel en de Plechtige Communie hebben we onder leiding van kapelaan Pierik een eigen missaal gemaakt. Dit ging aan de hand van heel wat knip- en schrijfwerk. Ik vind het nog steeds jammer dat ik dat creatieve stuk werk ben kwijtgeraakt.
En ja, dan hadden we nog de catechismus lessen. Die vond ik minder leuk, want je werd verondersteld al die teksten uit je hoofd te leren. 
Net als bij jaartallen uit je hoofd leren (ik had liever de verhalen eromheen) had ik daar een ongelooflijke hekel aan. De teksten bestonden uit vragen met daarop het antwoord.
Ik vond toen al dat het pure indoctrinatie was. En zo herinner ik me nog steeds de eerste vraag: Waartoe zijn wij op aarde? Met als antwoord (bijna elke katholiek of ex-katholiek kan dat automatisch nazeggen): Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn. Ik had toen al mijn twijfels bij zoveel zekerheid over zoveel onzekerheid. Op mijn eindrapport was het mijn laagste cijfer (een zesje).
Toch had ik wel iets met het geloof, maar meer in mystieke zin. Daarom vond ik het heel spijtig dat op ‘n gegeven moment de gezangen niet meer in het Latijn plaats vonden. In andere artikelen van mij heb ik geschreven over mijn jaren bij het zangkoor van Carel Laoût. 


Vooral de requiem mis van Mozart vond ik geweldig, hoewel de droevige gelegenheid waarbij die gezongen werd, namelijk een begrafenis, minder aangenaam was. En ook daarboven, achterin de kerk, je moest dan nog eerst een kronkelende smalle stenen trap op, daar was het geweldig uitkijken op de kerk beneden. 


Omdat ik vanwege mijn klein zijn altijd vooraan stond, had ik een goed beeld en probeerde ik mijn ouders beneden in de kerk te ontdekken. Vooral de sfeer bij de nachtmis vond ik geweldig. 


Thuis heb ik zelfs wel eens voor priestertje gespeeld. Mijn moeder had wat koperen spulletjes en één ervan was heel goed bruikbaar als kelk. Ik deed een kleurrijk stuk stof om me heen (mijn moeder naaide ook zelf, dus er was altijd wel iets dergelijks te vinden) en dat was mijn kazuifel. 


We hadden thuis ook een groot dik missaal en die zette ik voor me op een verhoging. Eén van mijn jongere broers was wel zo vriendelijk om voor misdienaar te spelen. 

Kennelijk zat dat religieuze toen al in me, want veel later ben ik monnik geworden in een Tibetaans Boeddhistisch centrum in België ...

Wordt vervolgd met deel 3.


Hans Smeekes














Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

maandag 22 februari 2016

Het Rode Dorp

door Eric van der Ent


In de titel schrijf ik ‘Het Rode Dorp’ maar de echte Barinees spreekt het natuurlijk uit als ‘Het Rooie Dorp’. Rond 1920 werd het startschot gegeven voor de bouw van deze (toen) nieuwe arbeidersbuurt aan de rand van het toenmalige dorp Baarn: Het Rode Dorp. De socialistische arbeiders-woningbouwvereniging Ons Belang gaf de opdracht aan de Hilversumse Architekt A.M. van den Berg om de woningen en de stedenbouwkundige opzet van het buurtje te ontwerpen. De woningen werden ontworpen in de stijl van de Amsterdamse School waarmee Berlage zo beroemd werd.

Luchtfoto uit de jaren twintig, genomen tijdens de bouw van het Rode Dorp.

Hoe het Rode Dorp aan zijn naam kwam is niet duidelijk. Drie verklaringen doen de ronde: 1. Een groot gedeelte van de woningen heeft rode dakpannen, 2. De eerste bewoners van deze woningen stemden vrijwel allemaal SDAP (voorloper van de PvdA). Ze stemden dus “rood”. 3. De inpandige kozijnen en deuren waren oorspronkelijk rood geschilderd.

Metselaars tijdens de bouw van de woningen aan de Marisstraat.
Zie de tassen stenen op hun nek. Dat zou de ARBO tegenwoordig niet goedkeuren!

Op 28 augustus 1921 waaide deze schoorsteen aan de Marisstraat om.
De bouw van de woningen verliep niet zonder slag of stoot. In 1920 en 1921 werden zes verschillende typen woningen gebouwd, totaal 137 stuks. Door de economische recessie van 1921-1924 werd de verdere uitvoering gestaakt. Het gevolg was dat het terrein aan de Marisstraat en Breitnerstraat onbebouwd bleef en er een tweede plantsoen in de wijk ontstond. Op de luchtfoto is dat duidelijk herkenbaar. Pas begin jaren dertig werden de overige woningen aan de Breitnerstraat gebouwd.

De verbouwing in 1960, de hoge gevels en
schoorstenen verdwijnen.
Dankzij de goede zorgen van woningbouwvereninging Ons Belang is de oorspronkelijk opzet van het Rode Dorp behouden gebleven, hoewel er in de loop der jaren wel het één en ander veranderd is. Begin jaren dertig verdween de rode verf aan de binnenkant van de woningen. In 1960 kregen de hoge puntgevels van de woningen aan de Marisstraat een ander aanzien. De schoorstenen trokken niet goed, men was bang voor instorting en zo werden de schoorstenen en gevels verlaagd. De angst voor instorting van de schoorstenen was terecht. Al op 28 augustus 1921 waaide de eerste schoorsteen om. In de krant stond te lezen dat de aannemer uit bezuinigingsoverwegingen besloten had om de verankering van de schoorsteen achterwege te laten. Ook de houten gevelbekleding werd in de jaren zestig verwijderd. Het onderhoud van die bekleding was te kostbaar. In de jaren zeventig werd zelfs overwogen om de woningen te slopen. Gelukkig is dat niet gebeurd!



Beschermd dorpsgezicht
In 2010 is het Rode Dorp beschermd dorpsgezicht geworden. Op 25 januari 2010 onthulde minister Ronald Plasterk een plaquette bij het poortje op het Mesdagplein. We mogen er nu vanuit gaan dat met het toekennen van deze status, het dorpsgezicht behouden blijft voor de toekomst.

Geraadpleegd: tijdschrift ‘Baerne’ van de Historische Kring Baerne, 34e jaargang nr. 3 - september 2010, een prachtig artikel van de hand van Henriëtte Beuk.

Expositie
Op dit moment is in de ruimte van de Oudheidkamer van de Historische Kring Baerne, in de kelder van de bibliotheek een expositie te zien over het Rode Dorp. Een echte aanrader, en de toegang is gratis!


Eric van der Ent













Dit verhaal verscheen op maandag 22 februari 2016 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    







Update 25-2-2016:
Een leuke reactie van Kees Koffrie:

Hallo Eric,

Leuk dat artikel over het Rode dorp. Ik heb er ook veel herinneringen aan. Mijn vader was metselaar bij aannemersbedrijf Henk Bon aan de Eemnesserweg , hier in Baarn. Na het overlijden van Bon werd het bedrijf overgenomen door Geijtenbeek in de Westerstraat, die ook de woningbouwvereniging Ons Belang als klant kreeg. Henk Meijer van het Mesdagplein was destijds de contactpersoon, of zo je wilt de opzichter.
Als jochie ging ik dikwijls met pa mee als hij o.a. in het Rooie Dorp werkzaam was. Zijn werkplaats was onder het poortje aan de Neuhuysstraat. Naast die ruimte was de toemalige oudheidkamer.
Ik kan mij herinneren - al meer dan 60 jaar geleden - dat de bewoners ook dikwijls klaagden over slecht trekkende schoorstenen. Mijn vader had dhr. Meijer al dikwijls gezegd dat die puntkappen moesten worden ingekort, want de schoorstenen kwamen niet boven de daken uit. Maar ja als een simpele metselaar zoiets zegt... Later heeft het toenmalige bestuur een duur adviesbureau opdracht gegeven voor een onderzoek, en zij kwamen tot dezelfde conclusie als mijn vader, maar ja, dat kostte vanzelfsprerkend veel geld.
Samen met mijn vader hebben we veel grote klussen gedaan, zoals o.a. de vervanging van het gresbuizenstelsel (bruin geglazuurd) in de brandgangen van 13 naar 15 duims. De reden was natuurlijk de vele verstoppingen. Uit de verstopte buizen haalden we dikwijls vaatdoeken en zelfs afwasborstels.
Al het graafwerk ging met de steekschop. Ook moesten we wel eens schoorsteenkanalen op overlopen openmaken omdat die verstopt zaten door een kraai, of het nestmateriaal van vogels.
Al met al blijven de herinneringen aan de vele "oude" bekende families (bijv. ouders van Piet Korver, tuinman bij het Cantonspark} - fam. Knol (zoon Herman getrouwd met Loes Burgman - Woudenberg van Crescendo) - tante Wijm (dochter van Frans Voigt) en vele anderen, mij dierbaar.

groet,
Kees Koffrie

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter