zaterdag 23 mei 2015

De Tweede Wereldoorlog in Baarn (5)

door Wim Velthuizen


Dit verhaal vanaf het begin lezen? Klik hier voor deel 1

Dit is geen algemene politieke of economische beschouwing, omdat daarover al veel is gepubliceerd. Hier beperken wij ons tot een aantal lokale gebeurtenissen, opgetekend uit de monden van Baarnaars. Alle genoemde namen zijn echt. De archieven van de Historische Kring Baerne gaven veel informatie. Daarnaast zijn veel boeken en het internet gebruikt om het volgende verhaal te vertellen en een indruk te geven van de leefomstandigheden in Baarn in de jaren 1940-1945. De basis van dit verhaal is ontstaan toen de Historische Kring Baerne een hoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog opnam in het boek 1000 jaar Baarn.



Jodenvervolging

In de nacht van 9 op 10 november 1938 werden in Duitsland joden aangevallen en werden talloze synagogen, winkels en bedrijven van joden in de brand gestoken en vernield. Deze anti-joodse houding werd in ons land, dus ook in Baarn merkbaar en vooral zichtbaar toen de jodenster op 3 mei 1942 verplicht werd voor alle joden van zes jaar en ouder. Er stond een straf van duizend gulden of zes maanden hechtenis op het niet dragen Bij enkele joodse inwoners van Baarn werden in 1942 en 1943 ruiten ingegooid, de kristalnacht in Baarn! De arrestatie en deportatie van joden werd ook hier in gang gezet, zodat zij uit het openbare leven zouden verdwijnen. Velen waren het daar niet mee eens. Commissaris van politie B.F. Kipp, wilde niet meewerken aan de Jodenvervolging en werd daarom op 30 september 1942 uit zijn functie ontheven. In 1942/1943 zijn tientallen Baarnse joden gearresteerd.

Ondanks de grote risico’s die men daarbij liep, werden joden verborgen. Er waren helaas ook foute Baarnaars, die de onderduikadressen meldden aan de bezetter. Bij de familie van Diermen in de Nijverheidsstraat zat een joodse familie op zolder.

Jongeren, zoals Wim Timmer en zijn zus, brachten voor het verzet voedselbonnen. Wim vertelde de onderduikers dan ook wat er in Baarn gebeurde, want de joden konden de zolder niet verlaten of voor het raam staan. Voor alle zekerheid kregen joodse onderduikers schuilnamen, net als verzetsmensen. Dat was belangrijk, want jongens als Wim kenden de adressen waar ze bonnen moesten brengen en wisten wie daar ondergedoken zaten. Ze wisten dan niet de echte namen van de onderduikers. Zo heette Ralf Polak “Fonie”. Hij zou de oorlog overleven en een bloeiende stoffenzaak in de Laanstraat opbouwen. Miep, zijn verloofde kreeg blindedarmontsteking, maar als joodse kon ze niet naar het reguliere ziekenhuis aan de Torenlaan. Gelukkig bood het noodhospitaal aan Nassaulaan 58 uitkomst. Gelukkig voor Miep en het personeel waren daar geen verklikkers.

Volgens overleveringen maakte de wegenbouwfirma Hoogenbirk in Laren speciale ijzeren staketsels die op de rails werden bevestigd, waardoor een trein ontspoorde. Zo zou een locomotief van een Jodentransport bij Baarn uit de rails zijn gelopen, waardoor enkele joden konden ontsnappen.

Bij café Het Kasteel van Antwerpen in de Laanstraat werden de fietsen teruggestolen van de vaak dronken Duitse bezoekers. Die fietsen werden soms gebruikt om joodse onderduikers naar andere plaatsen te brengen.

Op de Piet Heinlaan woonde Dik van de Veen. Vlak naast het Cantonspark, dat in de oorlog regelmatig een mooie schuilplaats voor onderduikers bood. Naast het huis stond een kleine hooiberg voor Sik de geit van Dik. De hooiberg was een goede schuilplaats voor onderduikers. Zo was er ook een keer een joodse onderduiker die het voorzien had op Sik. Dik was thuis gekomen van zijn werk en wilde Sik voeren. Helaas was Sik al op pan hoogte en ritueel geslacht door de joodse onder duiker. Hierdoor kreeg Dik zo de geest, dat hij de onderduiker met zijn klomp zo’n pak slaag gaf dat hij naar buiten vluchtte. Die was meteen zijn schuilplaats kwijt.

Er waren veel Baarnse gezinnen die joden verborgen hielden. Zo ook bij de familie Timmer, die lange tijd in onzekerheid verkeerde of de joodse onderduikers, die door het verraad van een beruchte Baarnse NSB-er uit huis waren gehaald, nog wel of niet in leven waren. Helaas bleek later dat geen van hen deze gigantische moordpartij had overleefd; allen waren in Sobibor omgekomen

Soms gingen de ondergedoken joodse kinderen met geblondeerd haar gewoon naar school met de kinderen van het gezin waar ze verborgen werden. Dan waren het zogenaamde weeskinderen uit het gebombardeerde Rotterdam. Dit was ook het geval bij de familie Birkhoff in de Bremstraat, waar Sara als gezinslid mee leefde. Zij heeft de oorlog overleefd en nog regelmatig contact met haar redders gehad. De Yad Vashem onderscheiding is aan de heer en mevrouw Birkhoff-Hund en andere Baarnaars uitgereikt, waaronder ook Arie en Annie Gaarenstroom. Het is een onderscheiding van de staat Israel voor “HOLOCAUST HEROES WHO RISKED THEIR LIVES TO SAVE PERSECUTED JEWS.” (Helden van de Holocaust, die hun leven waagden om vervolgde joden te redden.)


Het Yad Vashem document van de familie Birkhoff.
Zij waren niet de enige Baarnaars die joden verborgen.


Dokter Meihuizen

Dr. Samuel Meihuizen
(1878-1945)
Aan de Dalweg woonde dokter Samuel Meihuizen. Hij was begaan met het lot van de joden en had maar liefst zes joodse onderduikers in huis. Wie in die tijd betrapt werd op het verbergen van joden kon op zeer strenge straf rekenen. Als geliefd arts met veel contacten wist hij zelfs in het moeilijke jaar 1944 voor zijn joodse onderduikers aan voedsel te komen. Eén van hen maakte echter misbruik van de gastvrijheid. Toen die werd betrapt op het stelen van brood uit de voorraadkast zette dokter Meihuizen hem uit huis. De jood ging naar de Ortskommandant, de plaatselijke commandant van de Duitsers in het Baarnsch Lyceum (waar nu de NBS staat).  Op voorwaarde dat hij zelf niet vervolgd zou worden vertelde de brooddief over de situatie bij dokter Meihuizen. Toen deze terugkwam van zijn ronde vond hij het huis leeg. Zijn vrouw en de joden waren gevangen genomen. Zijn vrouw werd losgelaten, maar de dokter bleef in handen van de bezetter.
Uit het archief van de gevangenis van Scheveningen blijkt dat Samuel Meihuizen op 12 mei 1944 de gevangenis is binnengekomen en op 5 juni naar kamp Vught is overgeplaatst. Hier werd hij ingeschreven als Schutzhäftling nummer 10311 en ingedeeld in blok 16 en later 17. Als Schutzhäfling stond je buiten het normale gerechtelijke proces. Van een rechter of advocaat was geen sprake, die kwamen er niet aan te pas. Het lot van dokter Meihuizen lag dus in handen van de Sicherheitspolizei (Sipo). Uit het archief van kamp Vught blijkt dat hij daar enkele medische behandelingen heeft ondergaan.
Toen de invasie in Normandië (4 juni 1944) succesvol bleek en de geallieerden naderden, ontstond er paniek onder veel Duitsers. We spreken van “dolle dinsdag”. Op 5 of 6 september 1944 werden de gevangenen uit kamp Vught overgebracht naar concentratiekampen in Duitsland. Dokter Samuel Meihuizen kwam in kamp Sachsenhausen, 35 kilometer van Berlijn. Daar moest hij onder dwang in de Heinkel vliegtuigfabriek werken. Na enige tijd werd hij doorgestuurd naar het beruchte Oostenrijkse concentratiekamp Mauthausen, waar hij werd ingeschreven onder gevangenennummer 132615. Daar moest men onder onmenselijke omstandigheden in de granietgroeve werken. Mishandeling, ziekte en honger bepaalden het  beeld van elke dag. Zieken werden aan hun lot overgelaten en stierven ter plaatse en kwamen terecht in de verbrandingsovens. Een overlevende vertelde hoe de dokter daar, ondanks het gebrek aan medicijnen, nog velen heeft geholpen waar hij maar kon. Kort voor de bevrijding van het kamp, overleed Samuel Meihuizen op 6 maart 1945 aan uitputting en koorts, mede door gebrek aan verzorging. Zijn naam staat vermeld in de ‘Erelijst van Gevallenen 1940-1945’ in de Tweede Kamer in Den Haag, evenals op de plaquette bij het vrijheidsmonument voor het station in Baarn.


De heer H.A. Onclin uit Baarn heeft onderzoek gedaan naar joodse Baarnaars in de eerste helft van de 20ste eeuw. Zo woonde de familie Cardozo op Zandvoortweg 90, waarover het Baarnse bevolkingsregister vermeldt: “ in 1942 naar Westerbork vertrokken”. De Duitsers hielden, ook in de kampen, een nauwkeurige administratie bij. Daaruit blijkt dat zowel moeder Judith als dochter Sara Cardozo op 21-10-1942 in concentratiekamp Auschwitz in Polen overleden. We weten nu maar al te goed dat dit in de gaskamer van het beruchte kamp was. Een ander voorbeeld is de familie Krant van Brinkstraat 14. Het Baarnse bevolkingsregister vermeldt over zoon Jozef dat hij 07-04-1943 niet meer in de gemeente aanwezig was. Jozef Krant werd toen ambtshalve uitgeschreven met de aantekening “Vertrokken Onbekend Waarheen”. Door de Duitse ‘gründlichkeit’ weten we vrij nauwkeurig wie wanneer stierf in een kamp. Vader Markus Krant, moeder Jacomina en zoon Jozef stierven kort na elkaar in het ‘Vernichtungslager’ Auschwitz. Zo zijn van veel verdwenen joden gegevens bewaard.

Rita Barmé
(1923-1942)
Dit zijn slechts enkele van de vele tientallen gevallen. Rita Barmé, die in Baarn in het verzet werkte, werd gearresteerd en in de beruchte Scheveningse gevangenis opgesloten, omdat ze joden hielp naar Zwitserland te ontsnappen. In de Erelijst van de gevangenis staat over haar: Lid verzetsorganisatie. Gearresteerd 25 november 1942 van dien dag tot 10 December 1942 in het ‘Oranjehotel’ gezeten – toen naar het Oosten vervoerd – verder onbekend. 
Die onbekende bestemming was Kamp Westerbork. Vandaar ging ze naar het Poolse vernietigingskamp Auschwitz, waar ze op 15 december 1942 werd omgebracht. Naar alle waarschijnlijkheid in de gaskamer. Ze was verraden door P.J.M. uit Den Haag, die voorgaf haar te willen helpen om met een joodse familie naar Zwitserland uit te wijken. In werkelijkheid had hij haar verraden aan de Duitsers. Hij ontving daarvoor tipgeld, want voor elke opgepakte Jood werd 7,50 gulden “kopgeld” betaald. Hij werd in 1950 door de speciale strafkamer veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf.
Richard Barmé
(1924-1945)
Rita’s broer Richard was nog leerling van het Baarnsch Lyceum toen hij na veel omzwervingen via Zwitserland en langs de pilotenlijn via Gibraltar naar Engeland kon ontkomen. Hij is als geheim agent op 2 februari 1944 bij Benthuizen per parachute geland. Helaas werd in Rotterdam zijn radio gepeild en op 8 maart 1945 is hij op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd als represaille voor een aanslag op de hoge officier Rauter. Zijn stoffelijk overschot is na de oorlog op het ereveld in Loenen herbegraven. Rita en Richard staan op de plaquette bij het vrijheidsmonument op het Stationsplein. Rita ook op de plaquette voor Joodse Baarnaars, omdat zij als Jodin is gearresteerd en in de Holocaust omgekomen.

Binnenkort in deel 6: 'Oorlogsgeweld'

Eerdere delen van dit verhaal lezen? 

Klik hier voor deel 2
Klik hier voor deel 3
Klik hier voor deel 4

De serie "De Tweede Wereldoorlog in Baarn" is opgetekend door Wim Velthuizen. Gedeeltes van deze serie zijn gepubliceerd in het prachtige boek '1000 jaar Baarn' uitgegeven door de Historische Kring Baerne. Aangezien de ruimte in het boek beperkt was, kon het verhaal slechts deels opgenomen worden in het boek. Het complete verhaal wordt door publicatie van deze serie via de website van Stichting Groenegraf.nl gedeeld, met vriendelijke toestemming van de Historische Kring Baerne. Wij willen hiervoor Wim Velthuizen en de HKB hartelijk danken!

Website Historische Kring Baerne: www.historischekringbaerne.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen