maandag 11 mei 2015

De Tweede Wereldoorlog in Baarn (3)

door Wim Velthuizen


Dit verhaal vanaf het begin lezen? Klik hier voor deel 1

Dit is geen algemene politieke of economische beschouwing, omdat daarover al veel is gepubliceerd. Hier beperken wij ons tot een aantal lokale gebeurtenissen, opgetekend uit de monden van Baarnaars. Alle genoemde namen zijn echt. De archieven van de Historische Kring Baerne gaven veel informatie. Daarnaast zijn veel boeken en het internet gebruikt om het volgende verhaal te vertellen en een indruk te geven van de leefomstandigheden in Baarn in de jaren 1940-1945. De basis van dit verhaal is ontstaan toen de Historische Kring Baerne een hoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog opnam in het boek 1000 jaar Baarn.



Stil verzet

Hoewel de Oranjes naar Engeland waren uitgeweken, bleven zij het symbool van de onafhankelijkheid van Nederland. Op 29 juni 1940, de verjaardag van Prins Bernhard, werden bloemen en bloemstukken bij paleis Soestdijk gelegd. Toen de Duitsers begrepen waarom, werden de bloemen weggehaald. Belangstellend moesten doorlopen. Op 2 augustus werd een krans gelegd bij het monumentje van Christoffel Pullmann bij het paleis.

Op 30 en 31 augustus 1940, de verjaardag van Koningin Wilhelmina, was het weer prijs. Het gras en grind voor het paleis waren bezaaid met bloemblaadjes van goudsbloemen. Aan bomen op de Brink hingen oranjelinten en straten waren gekleurd door confetti. Bij het Emma monument lagen bloemen en bloemstukken. Om deze oranjegevoelens de kop in te drukken werden foto’s van het Oranjehuis bij boekhandels en uitgevers in beslag genomen. Ondanks extra toezicht lagen ook in 1941 op 30 april, de verjaardag van prinses Juliana, toch weer bloemen bij het Emma monument en bij het paleis. Op 29 juni liepen velen rond met een witte anjer, zoals prins Bernhard dat deed sinds zijn studiedagen. Op 31 augustus, de verjaardag van koningin Wilhelmina, hing er plotseling een groot portret van prinses Juliana in de spoortunnel en de Brink was opnieuw met oranjelinten opgesierd.

Het Baarnsch Lyceum was gevorderd en diende als Ortskommandantur, het hoofdkwartier van de Duitse bezetter in Baarn.



Ernst Sillem bedacht dat je de bezetter in het hol van de leeuw zou kunnen aanpakken. In de nacht van 23 op 24 januari 1941 wachtte hij koelbloedig tot een trein voorbijkwam, zodat niemand zou horen dat hij een ruit insloeg. Hij kroop naar binnen en bekladde de muren met allerlei anti-Duitse leuzen.Hij was zo slim om kleine foutjes te maken, zodat niemand zou denken dat het een leerling van Baarnsch Lyceum zou zijn geweest. De foto hieronder is van de Historische Kring Baerne en komt uit het politierapport. 



Ernst wist tijdig en ongezien naar huis te komen. Jarenlang had niemand enig idee wie dat gedaan zou kunnen hebben. Enige tijd na deze stille verzetsdaad besloot Ernst Sillem samen met zijn vriend Jaap van Mesdag met een kano de oversteek naar Engeland te wagen. Helaas werden zij door een Duitse patrouilleboot opgemerkt en zij kwamen in het beruchte concentratiekamp Dachau bij München terecht. Als door een wonder overleefden zij de oorlog. In 2014 maakten leerlingen van het lyceum een indrukwekkende profielschets over Ernst Sillem, die ligt o.a. in het voormalige kamp Dachau.

Tegenzetten

Op 23 October 1942 wordt de Juliana-Bernhardboom door onbekenden omgezaagd. Men twijfelt er niet aan dat dit het werk moet zijn geweest was van NSB’ers, landwachten of andere foute’ burgers. De Wilhelminaboom ondergaat drie weken later het zelfde lot.

De omgezaagde Wilhelminaboom


Er worden allerlei officiële maatregelen afgekondigd. De Julianaschool heet dan Openbare school 1. Straatnamen van leden van het Oranjehuis worden veranderd. Zo heet bijvoorbeeld de Beatrixlaan op 30 maart april 1942 plotseling de Gustaaf Adolflaan. Het straatnaambordje wordt echter ’s nachts meteen weer vervangen door Beatrixlaan. Dit herhaalt zich enkele malen tot uiteindelijk toch de namen van de Oranjes uit het straatbeeld verdwijnen. Ondanks de steeds strenger wordende maatregelen en straffen van de bezetters, hangen er op 31 augustus 1943 toch weer oranjelinten op de Brink en verschillende straten zijn bezaaid met oranjepapier. De heer Jurriaanse, commandant van een ondergrondse verzetsgroep, en de heer Knip, bootsman van de Baarnse Watersportvereniging De Eem, wagen het om op huize Peking de Nederlandse vlag te hijsen.

Gemeentebestuur en politie

Het gemeentebestuur ziet dit alles met lede ogen aan. Enkele ambtenaren trekken de conclusie dat zij niet verantwoordelijk willen zijn voor de vele nieuwe maatregelen. Burgemeester Jhr. Mr. G.C.J. van Reenen treedt af in augustus 1941. Als de gemeenteraad wordt opgeheven, treedt wethouder Fernhout vrijwillig af. Gelukkig weten slechts heel weinigen dat gemeenteambtenaar Bert Kleisen het verzet waardevolle informatie geeft. Baarnaar J.A. Hoksbergen was al in 1940 met het ondergrondse verzetswerk begonnen. Hij was een van de leiders van het verzet en wist een functie te krijgen bij de Crisis Controle Dienst. Eigenlijk een infiltrant dus, wat de bezetter nooit ontdekt heeft.


Bij de politie zijn veel ‘goede’, maar ook enkele ‘foute’ Nederlanders. In een van de twee dienstwoningen boven het politiebureau woont hoofdagent A.C.H. de Wolff, bijgenaamd ‘de neus’, een foute agent, die op slinkse wijze iets te weten gekomen van een verzetsgroep. Verraad dreigt. Om de levens van goede burgers te sparen moet hij worden omgebracht. Op 19 mei 1943 komen twee mannen uit het verzet met de trein van elders om de liquidatie uit te voeren. Inspecteur Dragt, die een belangrijke rol speelt in het verzet, heeft die nacht dienst. Hij is op de hoogte van de plannen. De mannen bellen ’s nachts aan. De vrouw van de Wolff doet boven een raam open. “Wij zijn Terpstra en de Vries van de Crisis Controle Dienst. We zouden graag uw man willen meenemen voor het arresteren van clandestiene slachters, die in de buurt bezig zijn”, klinkt het van beneden. Daar verschijnt het hoofd van de Wolff: “Sssst, de inspecteur zit beneden, laat die het niet horen.” Even later komt de NSB-politieman de trap af. Vijf schoten uit twee pistolen klinken. De Wolff valt. De twee mannen maken dat ze weg komen. Bij het badhuis aan de Eem ligt een roeibootje voor hen klaar. Beide mannen ontkomen en zullen de oorlog overleven. Hoofdagent de Wolff overlijdt op de bakfiets die hem naar het ziekenhuis brengt. Inspecteur Dragt wordt de volgende morgen gearresteerd, maar komt door gebrek aan bewijs vrij. Later wordt hij overgeplaatst naar Tilburg. Na de bevrijding zal hij met open armen in Baarn worden ontvangen. Zijn dochter Elly zal zijn dood het dagboek vinden dat hij heeft bijgehouden en schrijft aan de hand daarvan het boek ‘Politieman in Oorlogstijd’.

Omdat ook hij Baarnaars verraadde aan de bezetter is Crisis Controle Dienst ambtenaar H. W. Muller geliquideerd. Een proces-verbaal van een rechtszaak over verraad in de tweede wereldoorlog vermeldt de liquidatie van NSB-er Muller. De volgende passages zijn verkort uit de getuigenverklaring van Bertus Kalf: “Ik was als pelotonscommandant aangesloten bij de Raad van Verzet te Baarn. … Daarop werd mij verzocht en opgedragen, dus door Bert Kleisen, welke een functie in de Illegaliteit bekleedde en derhalve mijn chef was, genoemde Muller te liquideren. Op een dinsdagavond in de maand October 1943, des namiddags op of omstreeks 20 uur werd een groep, welke bestond uit J.C. Karman, G van Vulpen en mij als commandant met de uitvoering van de liquidatie van Muller voornoemd belast en op de dag en uur door ons volvoerd. Genoemde van Vulpen vervoerde voor de vorm een zak waarin wat hooi was gestopt. J. Karman was bewapend met een 6,35 m.m. pistool evenals ik. Gerard van Vulpen was ongewapend. Ik was voorts in het bezit van een kleine bijl. De collega van Muller, genaamd Bezaak*, was op de hoogte van de plannen en hij had ook de plaats waar Muller zou worden neergeschoten, vastgesteld. … Door controleur Bezaam* werden wij vervolgens aangehouden en G. van Vulpen voornoemd werd gecontroleerd en moest tekst en uitleg geven aan controleur Muller. … Ik greep toen mijn bijltje en sloeg daarmee éénmaal op het hoofd van Muller voornoemd. De controleur wankelde en wilde zich verdedigen, waarop ik hem een klap in het gezicht gaf met mijn gebalde vuist, daarop trok Karman voornoemd het in zijn bezit zijnde vuurwapen en vuurde tot drie maal toe op Muller, voornoemd, Muller viel toen op de grond.”


Ook heel duidelijk fout, zij het op een andere manier, is de hoge Baarnse Politieman B. van den Berg. Zo staat in Het Nieuwsblad voor Soest en Baarn van 30 October 1943 dat agent T.P. Boender in Zeist wordt gearresteerd met vlees in de Baarnse politieauto. Hij slaat door en er blijkt een heel complot te zijn, dat in de wijde omtrek clandestien vlees vervoert en verkoopt ten eigen bate. Korpschef van den Berg is er bij betrokken en wordt van zijn bed gelicht. Op 10 december 1943 krijgt hij drie jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Wachtmeester Boender krijgt twee jaar. Eveneens met aftrek van voorarrest. Op 12 februari 1944 worden beiden officieel uit de politiedienst ontslagen.


Gelukkig zijn er ook veel goede agenten, onder hen de politieman Oskam in de Lage Vuursche, die onderduikers helpt, terwijl hij in het dorp de indruk wekt dat hij pro-Duits is. De Duitsers ontslaan commissaris B. F. Kipp niet voor niets op 30 september 1942. Agent W. van der Pol en brigadier M. van der Goot worden in de zomer van 1943 gearresteerd. De redenen heb ik niet kunnen achterhalen. De politiemannen Krikke, Smit, Stolz en van Beest onderduiken, omdat zij de heer Jurriaanse vrijlieten, die gearresteerd was door de Feldgendarmerie.

* Opmerking: De genoemde Bezaam of Bezaak was in werkelijkheid Jan Bezaan, die in maart 1945 in Bergen Belsen overleed.


Klik hier voor deel 2

De serie "De Tweede Wereldoorlog in Baarn" is opgetekend door Wim Velthuizen. Gedeeltes van deze serie zijn gepubliceerd in het prachtige boek '1000 jaar Baarn' uitgegeven door de Historische Kring Baerne. Aangezien de ruimte in het boek beperkt was, kon het verhaal slechts deels opgenomen worden in het boek. Het complete verhaal wordt door publicatie van deze serie via de website van Stichting Groenegraf.nl gedeeld, met vriendelijke toestemming van de Historische Kring Baerne. Wij willen hiervoor Wim Velthuizen en de HKB hartelijk danken!

Website Historische Kring Baerne: www.historischekringbaerne.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

11-5-2015: Op dit verhaal ontvingen we een reactie van Elly Dragt, dochter van genoemde inspecteur Dragt:

De artikelen over De Tweede Wereldoorlog van Wim Velthuizen heb ik met belangstelling gelezen. Ik zal deze teksten bewaren. Misschien kan ik ze in de toekomst nog gebruiken als aanvulling op mijn boek  Politieman in Oorlogstijd.
In dit boek beschrijf ik hoe mijn vader Chris Dragt als jonge inspecteur van politie in Baarn tijdens WOII, steeds maar weer, lastige keuzes moest maken. Als politieman, maar ook als verzetsman. Ik kon gelukkig veel gegevens vinden in het Eemland Archief waar zich het volledige dossier over die periode bevindt.
Ik heb er behoefte aan om een aantal kanttekeningen te plaatsen bij het stukje van Wim Velthuizen over de liquidatie van Wolf op 19 mei 1943 . Het gaat om het hoofdstukje Gemeentebestuur en Politie.

1. Het was niet toevallig dat Dragt die avond dienst deed, daarover was overleg  geweest met de Raad Van Verzet. De liquidatie was zorgvuldig voorbereid. Hij kende de risico’s en hij heeft een uiterst betrouwbare politieman die niet op de hoogte was van de plannen tot liquidatie die avond mede dienst laten doen.
2. Een van de twee mannen die mede verantwoordelijk was voor de liquidatie van Wolf was Jan Cornelis Karman , alias Piet Hendriksen. Hij nam deel aan het plaatselijk verzet van LO en LKP in Baarn (blz 59 van mijn boek). Hij heeft de oorlog niet overleefd. Op 15 februari 1944 is hij in Soest ter dood veroordeeld en een dag later gefusilleerd in Amsterdam. 23 jaar oud.
3. Dragt werd gearresteerd en de dienstdoende brigadier ook. Zij zijn allebei naar de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam afgevoerd, hebben daar vijf maanden gezeten en werden onderworpen aan verscherpt verhoor. Iedere dag weer. Geen van beiden hebben ze iets losgelaten. Niet over de liquidatie en niet over het verzet. Na die vijf maanden zijn ze beiden overgebracht naar het concentratiekamp Vught. Daar zijn ze ook weer vijf maanden onderworpen aan verhoren en vernederingen en fysiek geweld. Geen van beide mannen is gezwicht, ze hielden hun rug recht en hebben op die manier vele levens gespaard. Uiteindelijk zijn ze beiden vrijgelaten.

Ik vind het belangrijk om deze aanvulling te geven, mede omdat deze periode het verdere leven van deze mensen en hun gezin heeft bepaald.

Politieman in Oorlogstijd. Inspecteur Chris Dragt en zijn vrouw Dicky van Wijhe, Brave New Books 2014.



Rotterdam, 11 mei 2015

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen