donderdag 5 maart 2015

De Riko Fuchs van Ries Kooij



De liefde voor bromfietsen en motoren zat er bij Ries al
vroeg in. Hier ziet hij op een motorfiets voor de fietshandel
van zijn vader in de Dijkweg. Achterop broer Bart en
achteraan moeder Johanna de Ruiter
Een echte Baarnaar kent hem natuurlijk: Ries Kooij, of volledig: Marinus Kooij. Ries Kooij werd in 1916 geboren als zoon van Peter Kooij en Johanna de Ruiter. In de jaren veertig van de vorige eeuw trouwde hij met Johanna van den Broek (1919-1999) uit Soest. Bij het horen van de naam Kooij zullen vele Baarnaars gelijk denken aan het garagebedrijf aan de Eemnesserweg op de hoek met de Nieuwstraat. Dat was inderdaad van Ries en naast dat garagebedrijf dreef hij tevens een taxibedrijf en ambulanceservice. Nee, Ries Kooij zat niet stil.


Het bedrijf had Ries overgenomen van zijn vader Peet Kooij die in eerste instantie fietsenmaker was aan de Dijkweg in Baarn. Later begon Peet een taxibedrijf en verhuurde auto's.
De Riko Fuchs van Ries Kooij
Zoon Ries had al vroeg een passie voor bromfietsen en motoren. Hij hielp zijn vader in de fietsenmakerij en nam het taxibedrijf van zijn vader over. Ondanks dat de fietsenhandel van zijn vader niet werd voortgezet behield Ries zijn interesse voor fietsen en motoren. Ries ontwikkelde in de beginjaren vijftig van de vorige eeuw een fiets met hulpmotor.

Hij noemde zijn creatie de Riko Fuchs. Riko, natuurlijk een afkorting van zijn naam: RIes KOoij en Fuchs, naar het hulpmotortje dat hij gebruikte om de fiets aan te drijven. De constructie van de Riko Fuchs was uniek. Het 38cc motorblokje was voor de trapas opgehangen. Voor deze constuctie werd aan Ries octrooi verleend. De frames voor deze gemotoriseerde fietsen werden bij vader Peet in de Dijkweg zwartgemoffeld.

Iemand in de Schoolstraat leverde de tanks. Vader Peet trok de biezen op de tanks strak. Een heel precieze klus. Op de constructie werd wereldpatent verleend, hoewel de papieren daarvoor niet meer zijn te vinden.

De gepatenteerde kettingconstructie
Ries was trots op zijn creatie. Op het dak van de auto van Harry Stor werd de Riko Fuchs voor het RAI-gebouw in Amsterdam geshowd. Voor 495 gulden werd de fiets aan de man gebracht, maar een groot succes is het niet geworden. Er zijn er hoogstwaarschijnlijk maar een paar verkocht.

Voor zover bekend bestaan er van deze fiets nog twee exemplaren. 1 is in bezit een heer Jan Maat.

En natuurlijk willen wij weten wie er meer kan vertellen over de ontwikkeling en productie van deze fiets. Waren er nog andere middenstanders bij betrokken? Als u meer kunt vertellen over deze bijzonder fiets met hulpmotor, e-mail ons dan via: groenegrafbaarn@gmail.com


Hier vindt u nog een artikel uit het tijdschrijft "Bromfiets", waarin aandacht besteed wordt aan de Riko Fuchs.




Eric van der Ent
Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

dinsdag 3 maart 2015

Baarnse fotografen van weleer

Een advertentie uit 1890 van de Baarnse
fotograaf Frohn
Fotograferen is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld. Iedereen heeft tegenwoordig wel een fototoestel in huis. Zo niet, dan toch wel een smartphone of tablet waarmee de prachtigste foto's gemaakt kunnen worden. Nog niet eens zo lang geleden was een fototoestel nog een apparaat waarvoor diep in de buidel getast moest worden. In mijn jeugd hadden mijn ouders een fototoestel waarmee ze mijn hele jeugd gedaan hebben. Dat was zo'n toestel waar je een rolletje van 12, 24 of 36 foto's in kon doen. Ik heb het over de jaren zeventig van de vorige eeuw. In die tijd maakte vooral mijn moeder veel foto's. Kleurenfoto's dat was wat! Maar als je de foto's nu bekijkt dan is de kleur overwegend rood of groen. De foto's zijn verkleurd.

Ik en oom Marius van der Ent in onze achtertuin
aan de Goudenregenlaan, jaren zeventig.
Alleen de kleuren groen en rood zijn nog over.
Gaan we nog een generatie terug, de jaren dertig / veertig van de vorige eeuw, dan hadden nog minder mensen een fototoestel. Het was crisis en oorlog. Er was gewoon geen geld voor. Alleen echte hobbyisten en mensen met geld konden zich zo'n toestel veroorloven. Wilde je een foto van je gezin? Dan ging je naar de vakfotograaf. Voor de beroepsfotografen waren het gouden tijden. Die waren er volop te vinden, ook in Baarn.

Nog een generatie eerder, het begin van de vorige eeuw, eind 19e eeuw, toen was fotografie echt iets bijzonders. Fotograferen werd nog als een wereldwonder beschouwd. Het was ondenkbaar dat je als particulier zo'n apparaat zou kunnen bezitten. Ten eerste was het onbetaalbaar, en ten tweede moest je over de nodige technische kennis beschikken om überhaupt een foto te kunnen maken. Het inhuren van een fotograaf was alleen iets wat de gegoede medeburger zich kon veroorloven.
Trouwfoto van mijn overgrootouders
Teunis Koenen en Gerharda van Diermen
gemaakt in 1908 door de Hilversumse
fotograaf G. Middendorp. Dit is een
zogenaamde Carte de Visite.
Op de bruiloft van mijn overgrootouders, Teunis Koenen en Gradje van Diermen is precies één foto gemaakt. En die foto was zo bijzonder dat hij nog steeds in bezit is van onze familie. Het gekke is dat die foto, gemaakt in 1908 nog steeds prachtig scherp is. Natuurlijk heeft de foto sporen van de tand des tijds, maar vergelijk ze eens met die groen / rode foto's die mijn moeder in mijn jeugd schoot. Dat is een verschil van dag en nacht.

Rond de eeuwwisseling, dus rond 1900, werden de foto's afgedrukt op kleine kartonnen kaartjes. Die kaartjes werden Carte de Visite genoemd, inderdaad ongeveer de afmeting van een visitekaartje. Klein dus, het kaartje was ca. 6 x 8,5 cm groot. Baarn was in die tijd in bloei. Steeds meer rijke Amsterdammers kwamen naar Baarn om te genieten van de mooie omgeving en steeds meer van hen vestigden zich hier in mooie villa's. Hierdoor waren er in Baarn toch redelijk veel mensen die zich konden veroorloven om een mooie portretfoto te laten maken. Baarn had dus ook toen al een aantal fotografen, die tot ver buiten onze gemeentegrenzen faam hadden. Hieronder vind u een kleine opsomming van fotografen die in die tijd in Baarn gevestigd waren. Dit zijn ook gelijk alle Baarnse fotografen uit die tijd.

Adriaan Gerard van Agtmaal


Een foto gemaakt door Van Agtmaal in 1931
Op de foto ziet u een uitvoering van de 2e klas Oorsprong MULO
Werd geboren op 12 april 1887 in Steenbergen als zoon van Gerard van Agtmaal en Geertje Mange. Woonde tot 1897 in Steenbergen verhuisde toen naar Hoogkerk en een jaar later naar Groningen. Tot 1909 woonde hij daarna in Dokkum en daarna verhuisde hij naar Leeuwarden waar hij met Geertje Zandstra trouwde. In Leeuwarden was hij schilder en later handelaar. Rond 1918 kwam hij naar Baarn om als fotograaf te beginnen. Daar bleef hij tot aan zijn overlijden op 18 januari 1960, Van Agtmaal woonde op Nassaulaan 8 in Baarn.


Adrianus Boer


Foto (Carte de Visite) gemaakt door Adriaan Boer in 1898.
De aankomst van de koninklijke familie op het Stationsplein in Baarn.
Werd geboren op 11 maart 1875 in Rotterdam als zoon van Dirk Boer en Alida Jannetje Timmers. Adriaan woonde tot 1892 in Rotterdam daarna tot 1897 aan de Langestraat A 276 in Nijkerk. In 1897 vestigde hij zich aan de Hoofdstraat in Baarn waar hij als fotograaf begon. Later verhuisde hij naar de Teding van Berkhoutstraat. Daar had hij ook een prachtig atelier. Zijn zus Johanna vestigde zich als fotograaf in Amersfoort, ook onder de naam Adr. Boer. Moeder Alida Jannetje Timmers werkte daar ook als fotograaf.
In 1903 trouwde hij met Alida Gerarda van Kempen.
Teding van Berkhoutstraat 21, Baarn
Woning en atelier van Adriaan Boer
Foto gemaakt ca. 1903.
In 1912 vertrok hij naar Bloemendaal waar hij ook directeur werd van een uitgeverij. In 1931 overleed echtgenote Alida van Kempen. In 1937 trouwde Adriaan met de Larense bloemenschilderes Greet Heijmens Visser. Op 24-4-1940 stierf Adriaan Boer in Bloemendaal. In zijn Baarnse tijd maakte hij ontzettend veel portretfoto's. Over Adriaan Boer schreef ik al eerder in ons weblog. Klik hier voor dat verhaal.

Adriaan Boer publiceerde veel over fotograferen. Hij gaf les in fotografie aan de Volksuniversiteit in Hilversum en aan de Volksuniversiteit in Den Haag. Hij hield ook veel lezingen, onder andere voor radio. Hij was oprichter / redacteur van onder andere 'De Camera', 'Focus', 'Bedrijfsfotografie' en 'De Fotohandel'. Adriaan Boer wordt gezien als één van de pioniers van de fotografie.
Zoon Dirk Boer, geboren in 1906 in Baarn, werd ook fotograaf en volgde zijn vader op als uitgever.




Johannes Hendrikus Coerdes


Een prachtige foto gemaakt door Coerdes in 1921. Het voltallige politiekorps
van Baarn voor het net ingebruikgenomen politiebureau aan de Stationsweg.
Werd geboren op 5 juni 1882 in Hilversum als zoon van Johannes Baptiste Coerdes en Catharina Johanna Voskuijl. Hij woonde de eerste jaren van zijn leven in verschillende plaatsen in het Gooi, onder andere Hilversum, Amsterdam, Naarden, Bussum en Weesp. In Weesp trouwde hij met Antonia Josephine Soto. Korte tijd woonde hij ook in Harderwijk. In 1905 werd hij kapper in Hilversum tot 1909, daarna in Bussum tot 1914. In 1914 werd hij fotograaf in Soestdijk en een jaar later vestigde hij zich als fotograaf en handelaar in ansichtkaarten in Baarn. Zijn bedrijf was gevestigd achter villa Vijverhof aan de Eemnesserweg. Het adres was Eemnesserweg 46. Johannes Hendrikus Coerdes stierf op 7 april 1947 in Utrecht. Broer Petrus Coerdes werd fotograaf. Hij vestigde zich in Amsterdam en later in Zeeland. U ziet dat naam van de moeder van Coerdes "Voskuijl" luidt. Zij is inderdaad familie van Voskuijl van warenhuis 1001 en de Hema en van fotograaf Voskuijl uit de Laanstraat. Zou Fotograaf Frederik Adolph Voskuijl de kneepjes van het vak van zijn oom Johannes Hendrikus Coerdes geleerd hebben?

Gerardus George Johannes Mattijs Frohn


Carte de Vistie, gemaakt door Frohn in 1893.
Het jongetje op de foto is Theodore Louis
Giles du Quesne van Bruchem, zoon van de
zus van schilder Theo van Gogh, Elisabeth
Huberta van Gogh, die in Baarn woonde.
Werd geboren op 30 augustus 1871 in IJsselmonde als zoon van Franciscus Johannes Frohn en Anna Sophia Jorissen. Hij woonde in zijn jeugd in IJsselmonde, Rotterdam, Purmerend, Avenhorn, Westwoud, Enkhuizen, Amsterdam en Diemen. Gerardus begint naast zijn fotografenwerk in de Laanstraat een Rijwielhandel die helaas in 1887 door het omvallen van een petroleumlamp in vlammen opgaat. Het pand wordt flink aangetast en verscheidene rijwielen en 'machineriën' gaan verloren. Gelukkig dekt de verzekering de schade. In 1889 begon hij samen met zijn broers Antonius Franciscus Josephus Frohn en Nicolaas Christiaan Frohn een fotostudio in Deventer. In 1890 komt hij samen met broer Nicolaas Christiaan weer naar Baarn om daar als fotograaf aan de slag te gaan. Broer Nicolaas vertrekt een jaar later alweer naar Den Haag. In 1891 trouwt Gerardus in Baarn met Antoinette Maria Cornelia Wamsteeker. In zijn jaren maakt Gerardus talloze foto's (Carte de Visite) van Baarnaars. In onze beeldbank zijn daar verschillende voorbeelden van te vinden.
In de periode 1897-1901 is Gerardus nog exploitant van de wielerbaan in het Wilhelminapark. Op 7 september 1910 verongelukt Gerardus. Hij reed met zijn auto door Amsterdam. In de Roelof Hartstraat botste hij met een tramwagen. In zijn auto had hij nog twee dames en maar liefst acht kinderen bij zich. Hij kwam in volle vaart in botsing met de tram van lijn 3. Frohn werd uit de auto geslingerd tegen de tram aan en raakte levensgevaarlijk gewond aan hoofd en neus. De kinderen in de auto liepen slechts lichte kwetsuren op. De dames bleven ongedeerd terwijl ook de trambestuurder licht gewond was. Gerardus werd per rijwielbrancard overgebracht naar het Wilhelminagasthuis. Daar overleed hij aan de gevolgen van zijn verwondingen. Frohn werd overgebracht naar Baarn om op de R.K. begraafplaats aan de Kerkstraat begraven te worden.


Berend Huisingh


Een foto van Berend Huisingh, gemaakt rond 1930. Afgebeeld is het
echtpaar Cornelis Koudijs en Hendrika Bakkernes.
Werd geboren op 14 oktober 1892 in Huizen bij Hoogeveen als zoon van Jan Huisingh en Geesje ten Kleij. Berend werkte door heel Nederland. Zo was hij fotograaf in Groningen, Middelburg, Deventer, Leeuwarden, Rotterdam en Utrecht. In 1918 trouwde hij in Baarn met Hendrikje Boer en vestigde hij zich als fotograaf en handelaar in Baarn aan de Oude Utrechtseweg 10. Hendrikje Boer was een jaar daarvoor weduwe geworden van Gerrit Hovius. Deze Gerrit was ook fotograaf. Eerst bij H.J. Rutgers in Deventer en in Baarn in dienst bij Adriaan Boer (zie boven). Berend Huisingh zou tot 1940 in Baarn blijven om daarna in Bussum als kunsthandelaar te gaan werken. Op 3 september 1960 overleed hij in Bussum.


Jozef Christiaan de Jong

Een advertentie van Jozef Christiaan de Jong uit de tijd
dat hij nog in Gorinchem actief was.

Werd op 21 januari 1888 in Leiden geboren als zoon van Johannes Cornelis Jacobus de Jong en Margaretha Hendrica Boucquaert. Voordat hij in 1934 naar Baarn komt was hij al fotograaf in Prinsenhage (tot 1909) en Gorinchem (tot 1934). In 1917 trouwt hij in Gorinchem met Trijntje Jacoba Lensen. Ook broers Bernardus Johannes Hendrikus de Jong en Eugenius Desiderius de Jong werden fotograaf, maar werden niet actief in Baarn. Jozef Christiaan woonde aan de Nicolaas Beetslaan 8 in Baarn. Hij maakte vooral portretfoto's, groepsfoto's en schoolfoto's. Op 19 februari 1975 stierf hij op 87-jarige leeftijd in Baarn.


Martinus Johannes Petrus Franciscus Kosters


Een foto van Kosters, gemaakt in 1896.
Op de foto staat het echtpaar Pieter van Paridon
en Antje van Velsen afgebeeld. De foto moet in
1896 gemaakt zijn, want Peter overleed in 1896 en
fotograaf Kosters begon in 1896 in Baarn.
Werd geboren op 21 augustus 1872 in Leiden als zoon van onderwijzer Johannes Petrus Franciscus Kosters en Francina Lozier. Martinus woonde tot 1896 in Leiden en vestigde zich daarna als fotograaf in Baarn aan Laanstraat 16. In 1902 trouwde hij in Hoorn met Bregje Sleutel. Martinus Kosters heeft in zijn loopbaan talloze Baarnaars op de gevoelige plaat vastgelegd. Met name prachtige Carte de Visites. In onze beeldbank zijn vele voorbeelden te vinden. Martinus Kosters overleed op 9 november 1953 op 81-jarige leeftijd.













Dirk van der List


Een prachtige foto van Dirk van der List. Hotel Groenegveld
aan de Amsterdamse Straatweg in Baarn
Werd geboren op 31 maart 1883 in Gouda als zoon van Johannes Cornelis van der List en Lijsbeth Koning. Vader Johannes Cornelis is in Haarlem een succesvol fotograaf. Dirk zou in zijn voetsporen treden. Tot 1904 woont Dirk in Haarlem, daarna korte tijd in Schoterland en weer terug in Haarlem tot 1924. In 1925 woonde hij in Utrecht en daarna tot 1933 in Amsterdam. In 1933 vestigde hij zich in Baarn aan de Zandvoortlaan. Die laan heet nu Eikenweg. In Baarn heeft hij een eigen uitgeverij Saturnus en geeft ansichtkaarten uit. In die periode fotografeert hij ook veel. Tijdens de oorlog drukt hij illegaal verzetskranten en heeft hij Joodse onderduikers in huis. Hij wordt verraden en opgepakt door de Duitsers. Na een aantal weken in Amsterdam voor verhoor vastgezeten te hebben wordt hij naar Kamp Vught overgebracht en later verder naar Sachsenhausen (concentratiekamp) getransporteerd. Daar wordt Dirk ziek. Hij lijdt aan natte pleuritis en bezwijkt in het kamp aan deze ziekte. Zijn naam is vermeld op het bevrijdingsmonument aan het Stationsplein in Baarn.
De geschiedenis van Dirk van der List zullen we binnenkort uitgebreid in ons weblog behandelen. Bovendien zal RTV Baarn (lokale televisie) een programma aan hem wijden in een serie programma's ter gelegenheid van 70 jaar bevrijding in april en mei van dit jaar.

Als toegift dan nog een klein krantenartikeltje uit juni 1900. Boerderij 'De Eult' aan de Torenlaan (toen nog Pekinglaan) was net door brand verwoest. Een hobbyfotograaf kon daar foto's van maken. Tegenwoordig heeft iedereen een fototoestel in zijn telefoon en is men eerder verbaasd als er geen foto's beschikbaar zijn. Toen was het nog heel bijzonder dat van het gebeuren een foto gemaakt was. Lees zelf maar.

Voor dit artikel is het prachtige tweedelige naslagwerk 'Photographers in the Netherlands' van Steven Wachlin een waardevolle bron geweest.

Eric van der Ent
Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

zondag 1 maart 2015

Van rijwielhandel Van Eijden terug naar groentehandel Denekamp

Vorige week verscheen in ons weblog een bijdrage van Machiel Bakker. Hij beschreef daarin de geschiedenis van het pand aan het begin van de Zandvoortweg in Baarn, waar nu rijwielhandel van Arnold van Eijden gevestigd is. Klik hier voor dit verhaal. Dat verhaal was de eerste bijdrage van Machiel aan ons weblog. We kregen er veel leuke reacties op. Ik hoop dat Machiel nog veel meer verhalen voor ons blog wil schrijven.

Nu heeft Machiel voor onze trouwe bezoekers iets speciaals gemaakt. In onderstaand filmpje ziet u de rijwielhandel van Arnold van Eijden aan de Zandvoortweg. U zult het pand allemaal herkennen. Maar als u het filmpje start wordt u mee terug genomen in de tijd. U ziet de groentehandel van Hendrikus Denekamp tevoorschijn komen, zoals het in de zestiger jaren op die plek te vinden was.



Ik weet niet hoe u erover denkt, maar wat mij betreft mag Machiel nog veel meer van dit soort filmpjes maken! Mee eens? Laat het ons weten.

Eric van der Ent
Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen opFacebook en Twitter

vrijdag 27 februari 2015

Grappige voorvallen bij de Brandweer

Die goede oude brandweertijd
Over de ‘goede oude tijd’ doen nog de mooiste verhalen de ronde en enkele, die opgetekend werden, willen we u niet onthouden.

Het uniform was tot de jaren vijftig niet meer dan een rubber pak dat uit een broek, een lange jas en een zuidwester bestond. De kwaliteit was zodanig dat het pak in de winter recht overeind gezet kon worden en in de zomer voor gebruik uit elkaar geplukt moest worden, zo plakte alles aan elkaar. Een deskundige en tactische aanpak van een brand kende men in die tijd niet. Waar rook was werd gespoten, daarmee uit! Zo was er eens een klein brandje in een huiskamer achter een sigarenwinkel. Het ging gepaard met een flinke rookontwikkeling, die doordrong in de winkel. De brandweer kwam aan bij het pand en sloeg prompt een ruit van de winkel in, waarna de spuitgasten de sigaren en sigaretten van de planken spoten, terwijl daarbij ook de vitrine met alle rookartikelen onder water werd gezet. Toen de brandweermannen door de winkel wadend de huiskamer bereikten, bleek dat het brandje uit zichzelf gedoofd was. Niemand maakte zich boos over een dergelijk voorval, dus ook niet de Baarnaars.

Hartversterkertje na de brand
In de winter van 1939-’40 brak er brand uit in hotel Kasteel De Hooge Vuursche. Het winterde flink en de brandweermannen begonnen bij aankomst een wak te hakken in het ijs van de vijver voor het gebouw. Toen ze zo’n negentig centimeter diep gehakt hadden, stuitten ze op de bodem. De vijver naast het gebouw gaf minder problemen. Dat het kasteel intussen al flink brandde, behoeft natuurlijk geen betoog.

amsterdamsestraatweg postkantoor
In die tijd was het slecht gesteld met de verzorging van het brandweerpersoneel. Na een hele nacht blussen was er geen mens die naar de ijverige spuitgasten omkeek. Bij de nablussing van het hotel in de middag, klapperden de meesten dan ook van honger en kou. Ze besloten op onderzoek uit te gaan in het souterrain, de keuken en... ze ontdekten de wijnkelder. Toen was het leed gauw geleden en die dag eindigde op een feestavond in de sneeuw. Het liep echter wel uit de hand, want één van de brandweermensen moest twee dagen later met een zware longontsteking naar het ziekenhuis.
 

Het portret van een brandweerman uit de jaren ’60

Hij is een man van 20 tot 35 jaar, die zijn militaire dienst heeft vervuld. Hij heeft een werkkring in Baarn, waarbij het geen bezwaar is dat hij plotseling kan worden weggeroepen. Hij voelt ervoor zich te verdiepen in dat verantwoordelijke brandbluswerk door training en studie. Hij moet het hoofd koel houden als hij voor hete vuren komt te staan, en sportief zijn, want er kan veel van hem worden gevraagd. Hij is, kort gezegd, een man die van het vrijwillige brandweerwerk een serieuze hobby wil maken. Dat hoeft – tussen haakjes – niet voor niets, want de oefen- en diensturen worden gehonoreerd.



 

Brandweer Baarn rukt uit met een ‘lelijk eendje’

Zes brandweerlieden van het korps Baarn waren te zien in het televisieprogramma Doet-ie ’t of doet-ie ’t niet dat werd gepresenteerd door Peter-Jan Rens bij rtl4 in mei 1994.
Samen met de showmaster rukten de Baarnaars uit om een brand te blussen. Het complete gezelschap zat in een heel bijzondere ‘brandweerauto’: een lelijk eendje. De vier heren en twee dames van het Baarnse korps moesten buiten 29 olievaten met water en brandbare vloeistof blussen. Alles binnen twee minuten. De kandidaten van het spel moesten raden of de brandweerlieden deze klus binnen de vastgestelde tijd konden klaren. Of ze dit eerder was gelukt, mochten ze natuurlijk niet verklappen... maar ze hadden hierop geoefend. Tijdens de proefopnamen deden ze er twee en een halve minuut over. De Baarnaars rukten uit met Peter-Jan Rens in de ‘brandweer-eend’ met blauwe zwaailichten. De eerste eend voldeed niet aan de eisen en zakte flink door. Tijdens de proefopnames vlogen de vonken van de achterbumper. De tweede eend, snel geleverd door een dealer in Hilversum, bleek wel in orde. Maar bij de eerste poging bezweek de onderste trede van het decor pardoes onder het gewicht. Nadat de decorbouwers de boel hadden gerepareerd, kon het gehele gezelschap de opnames hervatten. Tijdens de eerste proef-uitruk vanuit de studio naar buiten konden de cameramannen de eend niet bijhouden: bestuurder Peter-Jan Rens trapte het gaspedaal te diep in. Eenmaal buiten doofden de Baarnse spuitgasten de vlammen in de vaten op vakkundige wijze, waarna iedereen weer instapte en de ploeg weer koers zette richting studio. Tijdens de officiële opnames werd dit kunstje met succes nog eens herhaald.







Het boek over de Brandweer van Baarn "Waarom Redden" is te koop voor een klein prijsje (€ 8,00). Kijk in onze webwinkel
Het Boek "Waarom Redden"









Geplaatst door L.J.A.Bakker oud korpslid van Brandweer Baarn

http://www.grijsvuur.nl

http://knipselsuitkranten.nl
http://ljabakker.magix.net/website#Startpagina

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter





woensdag 25 februari 2015

Drie kerken voor de Oosterhei deel 4: De Opstandingskerk

door Johan Hut


De Opstandingskerk in 1967
In deel 1 van deze serie schreef ik over de nieuwe Oosterhei, in de jaren vijftig gebouwd. In deel 2 over de bouw van de Mariakerk (rooms-katholiek), in deel 3 over De Ark (hervormd). Maar de Opstandingskerk, die stond toch helemaal niet op de Oosterhei? Nee, maar boven dit verhaal staat niet ‘op’, maar ‘voor’. Waarom de kerk dan niet op de hei stond, is nogal hilarisch.


De Opstandingskerk tijdens de bouw
De gereformeerden waren de eersten die een kerk op de Oosterhei wilden bouwen, al in 1953. Een stuk grond dat de kerkenraad op het oog had, werd echter voor hun ogen weggekaapt. Door wie, daar kan ik niet meer achter komen. Misschien de Cantonschool of de Guido de Bres. In elk geval nam de kerkenraad op dat moment een belangrijk besluit. De raad stelde vast dat Baarn vol was, in elk geval in de zuid-oostwijk. Maar ook elders, de Schildersbuurt zou ook al een van de laatste wijken zijn die er in Baarn nog gebouwd konden worden. We kunnen er nu om lachen, want later zouden nog de halve Staatsliedenbuurt en de hele Professorenbuurt, Componistenbuurt en alle delen van het Eemdal gebouwd worden. Maar de gereformeerde kerkenraad nam een doortastend besluit en kocht een stuk bouwgrond tussen de Eemweg en de Frans Halslaan. Het laatste stuk bouwgrond in Baarn, dacht men in 1953. Let wel: de Mariakerk is in 1962 gebouwd en De Ark in 1961. Daar had de Opstandingskerk dus ook kunnen staan.

De Gereformeerde Kerk had een groot kerkgebouw aan de Oude Utrechtseweg (nu Paaskerk geheten), met 750 zitplaatsen, en een klein gebouw (240 plaatsen) aan de Laanstraat, de vroegere School met den Bijbel. Op die plaats staat tegenwoordig de ABN-Amrobank. Het inwonertal van Baarn groeide hard en dat gold ook voor de Gereformeerde Kerk. Die profiteerde in de jaren vijftig tevens van de komst van het Zendingscentrum (Wilhelminalaan) en het Evangelisatiecentrum (Amsterdamse Straatweg) van de landelijke kerk en de gereformeerde opleidingscentra Jelburg en Nijenburgh, ook aan de Amsterdamse Straatweg. De kerkenraad wilde de Laanstraatkerk vervangen door een kerk met 750 zitplaatsen. Later in de jaren zestig nam de raad zelfs een optie op een stuk grond voor een derde kerkgebouw, aan de Kennedylaan tegenover de Gaspard de Colignyschool. Uit het vervolg van dit verhaal wordt duidelijk dat het fijn is dat die derde kerk er niet is gekomen.

In 1957 werd de eerste bouwcommissie ingesteld. De kerkenraad stelde een budget van 400.000 gulden in, de commissie presenteerde een plan van 560.000 gulden. Dat was het einde van de bouwcommissie.
In 1960 werd een tweede bouwcommissie ingesteld. Die koos voor de Baarnse architect Zuiderhoek (Prins Bernhardlaan), die indruk had gemaakt met de Petrakerk in Veenendaal. Zuiderhoek twijfelde aanvankelijk, omdat hij het terrein te klein vond voor een kerk, maar bedacht vervolgens de tentvorm als oplossing voor dat probleem. Het gebouw kreeg daardoor heel veel dak, waarop de architect besloot het door leien te laten dekken in plaats van (goedkopere) pannen, om het geheel minder massaal te maken. Als aannemer werd de Hilversummer Pellikaan gekozen, die in zijn woonplaats samen met Zuiderhoek de Bethlehemkerk had gebouwd.

In april 1964 werd de eerste steen gelegd, door dominee Krijger samen met de vierjarige Elsbeth Eringa. De bouw kostte 545.000 gulden. Het bouwfonds was opgelopen tot 320.000 gulden, terwijl het rijk een ton bijdroeg ingevolge de ‘Wet premie kerkbouw’. De kerk hoefde dus maar 125.000 gulden te lenen. Een jaar later werd de kerk in gebruik genomen. De naam Opstandingskerk was al in 1960 uit een prijsvraag gekomen. De kerk aan de Oude Utrechtseweg was naamloos (nou ja, Gereformeerde Kerk) en kreeg bij de ingebruikname van de Opstandingskerk de naam Kruiskerk. Vanwege de kruisvormige plattegrond, maar ook omdat de opstanding van Jezus volgde op zijn kruisiging.
Het interieur van de kerk
De Kruiskerk (Paaskerk) aan de
Oude Utrechtseweg
De Opstandingskerk had een prachtige akoestiek. Dat was een opluchting, want volgens deskundigen kun je dat van tevoren nooit zeker weten. Het werd ook een kijk-kerk. Omdat er geen zijvleugels waren, zoals in de Kruiskerk, was de kerkzaal goed geschikt om bijvoorbeeld dia’s te vertonen. Een bouwkundige bijzonderheid waren de claustra’s, de stenen in de zijmuren met kleine, ongelijk gevormde raampjes.

Zoals gezegd kwam er geen derde gereformeerd kerkgebouw. Sterker nog, het duurde niet heel lang voordat de twee gebouwen ook niet allebei vol zaten. Het vertrek van de genoemde landelijke centra uit Baarn in de jaren zeventig speelde daarbij mee. De teruglopende kerkgang in het algemeen natuurlijk ook. In de jaren negentig groeide het besef dat alle kerkgangers wel in één gebouw pasten. De keus viel op de Oude Utrechtseweg, met zijn grote kerkplein en bijgebouw, Het Brandpunt.
Het was een emotionele beslissing, omdat de Opstandingskerk veel populairder was dan de Kruiskerk. De kerk werd in 1995 verkocht aan een projectontwikkelaar, die er een appartementengebouw van maakte. Van de opbrengst van 825.000 gulden (er was geen hypotheek meer) werden Kruiskerk en Brandpunt groots gerenoveerd en werden beide gebouwen ook binnendoor met elkaar verbonden. Het gebouw werd zo mooi, dat de negatieve emoties direct omsloegen in vreugde.
De naam Kruiskerk werd veranderd in Paaskerk, omdat kruis zonder opstanding maar de helft van  het Paasverhaal is.


De Oosterhei, waarvoor de kerken zulke grootse plannen hadden, heeft uiteindelijk nog maar één kerk, de Mariakerk. Die kerkgangers zouden ook wel in de Nicolaaskerk passen, maar het zijn twee verschillende rooms-katholieke kerken geworden. Hetzelfde geldt voor de twee hervormde kerken op de Brink en aan de Tromplaan, die gaan ieder hun eigen weg. Er is in Baarn geen kerkelijke gemeente meer die om reden van ruimte twee gebouwen nodig heeft. Daar hoor ik niemand om treuren, het is juist fijn als je met z’n allen in één gebouw past. Dat de Opstandingskerk maar dertig jaar heeft bestaan, dat is wel droevig voor een gebouw dat met zo veel vreugde tot stand werd gebracht.


Met dank aan dhr. L. Prinsen, Amersfoort voor de foto's van de bouw van de Opstandingskerk.






Johan Hut