maandag 24 juli 2017

Pelita: een tropisch olielampje en het verdriet van Indië in naoorlogs Baarn. Een verhaal uit 1951

door Ed Vermeulen        


Pelita (gevelsteen met olielampje)
(Coll. Hist. Kring Baerne)
Op 15 augustus vindt in Den Haag nabij het Indisch Monument, gelegen in de Scheveningse bosjes, de officiële landelijke herdenking van de capitulatie van het Japanse leger in het voormalige Nederlands Indië (nu Indonesië) plaats. Ook in Baarn wordt evenals in voorgaande jaren op deze dag een mooie en waardige, door het Comité 4 en 5 Mei Baarn georganiseerde, herdenking gehouden op de vertrouwde plek bij het Bevrijdingsmonument op het Stationsplein.
                               

4-5 mei Monument Baarn, locatie Indiëherdenking (Coll. Groenegraf.nl)
                             
Proklamasi en geweld
Twee dagen na de Japanse capitulatie riep Soekarno, de latere president, de Republik Indonesia uit. Dit gebeuren werd, zoals te verwachten was, breed gedragen door de lokale bevolking en is de geschiedenis ingegaan als de dag van de Proklamasi. Dat hiermee definitief het begin van het einde gemarkeerd werd van een drietal eeuwen Nederlandse koloniale overheersing in de Gordel van Smaragd zal de lezer inmiddels bekend zijn. In oktober 1945 brak de Bersiap periode uit, een heftige en vooral ook bloedige strijd waarin diverse strijdgroepen in de Republik Indonesia zich keerden tegen alles wat hen deed herinneren aan de Nederlandse koloniale overheersing. De Nederlandse autoriteiten, waren met name in de beginperiode niet in staat het eigen gezag te herstellen. De daarop volgende jaren werden gekenmerkt door militair ingrijpen, bij velen bekend als de zog. Politionele acties. Inmiddels spreekt men van een dekolonisatieoorlog. In 1949 viel het doek en werd op 27 december in Amsterdam door Koningin Juliana en de Indonesische premier Mohammed Hatta de soevereiniteitsoverdracht getekend. Plaats van handeling: het paleis op de Dam.

Soevereiniteitsoverdracht: minister-president Drees spreekt,
Koningin Juliana en Indonesische premier
Mohammed Hatta luisteren aandachtig.
 (Foto: Internet)

Opgevangen in andijvielucht
Bovengenoemde ontwikkelingen en gebeurtenissen vormden de basis van een ware, jarenlang durende, volksverhuizing vanuit Nederlands Indië richting Nederland, door sommigen ook wel Patria (vaderland) genoemd.
Patria, Nassaulaan, verzorgingshuis voor Indische ouderen. (Coll. Groenegraf.nl)

Patria, niet te verwarren met het gelijknamige Baarnse verzorgingshuis voor Indische ouderen. Klinkt vertrouwenwekkend en misschien ook wel romantisch, maar de romantiek was voor velen ver te zoeken! Evacués, repatrianten, vluchtelingen, spijtoptanten (warga negara’s), KNIL militairen, waaronder een grote groep van Molukse afkomst verlieten, gedwongen door de omstandigheden, de door de oorlogsjaren geteisterde Gordel van Smaragd.

m.s. Sibajak en s.s. Kota Baroe (beide schepen spelen een belangrijke rol in onze familiegeschiedenis)
(Coll. J.G.Nierop, Maritiem Trefpunt Almere)

Een groot aantal Nederlandse en gecharterde buitenlandse passagiers – en omgebouwde vrachtschepen zorgden voor het vervoer. Door de Nederlandse regering en vanuit particulier initiatief in het leven geroepen organisaties, lees: uit de grond gestampt, waren betrokken bij de opvang van deze groepen ontheemden. Een totaal van ruim 300.000 voormalige inwoners van Nederlands Indië trachtten op deze wijze hun plek in de Nederlandse samenleving te vinden. Een niet altijd eenvoudige opgave, waarbij in veel gevallen van een warm welkom zeker geen sprake was. Een mogelijke uitzondering in deze situatie werd gevormd door de in Baarn neergestreken familie Meijering. Via de nu sinds lang vervlogen verhalen van mijn klasgenoot lagere school en toenmalige schoolvriend Ward(je) Meijering herinner ik mij de lotgevallen van zijn familie die zich denk ik in 1948, komend vanuit Nederlands Indië, in Baarn vestigden, eerst op kamers in de Brinkstraat en weer later, in de jaren 1950/51, als de waarschijnlijk eerste bewoners van het nieuwgebouwde huis Kievitstraat 54. Ik heb daar gespeeld en kan u verzekeren dat de afstand van de Laanstraat, waar ik toen woonde, naar deze nieuwbouwbuurt op de Baarnse hei niet onaanzienlijk was. Een verre tocht naar, toen, onbekend terrein.
Kievitstraat in de vijftiger jaren (Coll. HKB)

In min of meer dezelfde tijd kwamen de families Fürste en Punt, waarvan de vaders ex-KNIL militairen waren, in de Kemphaanstraat wonen. Dochters Adri en Els waren klasgenootjes in ondermeer de 5e en 6e  klas. Of hun verhalen verteld en gehoord werden? Mijn herinnering laat me hier in de steek.
5e klas Herv. Lagere School Spoorstraat,
Adri Fürste (4) en Els Punt (28); ikzelf op (15). Locatie: Baarnse Bos, winter 1951/52
(Coll. Ed Vermeulen) 
Opgevangen in Andijvielucht
van Griselda Molemans

Het kan natuurlijk ook zo maar zijn dat ik als (lagere) schooljongen niet echt snapte wat er aan de hand was. Nu weet ik beter. De bekende en uiterst strijdvaardige schrijfster en onderzoeksjournaliste Griselda Molemans doet over deze tijd verslag in het door haar geschreven en in 2014 uitgegeven spraakmakende boek ’Opgevangen in Andijvielucht’. Een opmerkelijke en vooral ook suggestieve titel die niets aan de verbeelding overlaat. Het boek geeft in verschillende hoofdstukken specifieke Baarnse informatie: contractpensions, kindertehuizen, BAVO opvangcentrum voor Indische ouderen, Patria Nassaulaan (nu in Bussum), maar ook Pelita en haar Baarnse connecties komen ruimschoots aan bod.


Stichting Pelita 
Logo Stichting Pelita 
Eén van de hierboven genoemde particuliere initiatieven leidde tot de oprichting van de Stichting Pelita. De datum: 17 november 1947. De intrigerende naam werd ontleend aan een olielampje dat in de tropische nachten vaak langs onverlichte wegen, kampongs en op berghellingen als lichtbaken diende. In de statuten van de stichting staat onder het kopje ’Doel’ ondermeer geschreven: ’De stichting stelt zich ten doel bij te dragen tot de leniging van de zedelijke, maatschappelijke en stoffelijke noden van personen die het slachtoffer  zijn geworden van de oorlog met Japan’. Ook het beschikbaar stellen van goede en verantwoorde woonruimte behoorde tot de kerntaken van Pelita.
Baarn is hierin een van de gemeentes die het verschil maken: de gemeenteraad heeft in samenwerking met Pelita in november 1950 besloten om acht eengezinswoningen, voorzien van woonkamer, zitkamer en keuken, met boven drie slaapkamers en een doucheruimte, in de toen spiksplinternieuwe Gruttostraat te bouwen, de nummers 28 t/m 42. Na een openbare aanbesteding werd de bouw gegund aan de Baarnse aannemer W. van Wilsum. Deze slaagde er in de woningen ongeveer een half jaar na begin van de bouw op te leveren. Als bijzonder kenmerk hebben de woningen een bruinrood gevelsteentje naast de deur met de beeltenis van het eerder genoemde olielampje. In totaal bouwt Pelita in meerdere gemeentes een kleine zeshonderd woningen en flats uit eigen middelen. Als beschermvrouw van de stichting is koningin Juliana haar moeder Wilhelmina op gevolgd.

H.M. Koningin Juliana en burgemeester Mr. F. J. van Beeck Calkoen
 op weg naar Gruttostraat 36   (Coll. Historische Kring Baerne)

Op dinsdag 17 juli 1951 rond drie uur in de middag kwam onze toenmalige vorstin vanuit het nabij gelegen Paleis Soestdijk naar de Gruttostraat om, vergezeld door burgemeester Mr. F.J van Beeck Calkoen, wethouder Ros en gemeentesecretaris Van der Beek en andere hoogwaardigheidsbekleders, waaronder de voorzitter van de Pelita Stichtingsraad Jhr. Ir. H.S. van Lennep en de voorzitter van het Pelitabestuur de heer H. Giel Sr., één van de acht woningen, t.w. no. 36, symbolisch te openen en de eerste bewoners welkom te heten. Mevrouw J. S. Sinninghe Damsté – van Dijl en haar gezin viel deze eer te beurt. In de Baarnsche Courant van vrijdag 20 juli werd hiervan uitvoerig melding gemaakt, waarbij de redacteur zelfs wist te melden dat onze vorstin enige druk op de voordeur moest uitoefenen omdat deze klemde. Aansluitend werd er een kopje thee gedronken. Of daarbij ook Indische snoeperijen geserveerd werden vermeldt de historie niet. Maar een koekje bij de thee zal zondermeer het geval geweest zijn. Na dit uiterst plezierig verlopen bezoek werd de Koningin bij het hek opgewacht door Suze van den Abeelen, die haar een bloemengroet, roze anjers, bracht en vervolgens vergezelde naar haar moeder’s woning op no. 30. Dit gebaar werd gewaardeerd en een allerhartelijkst gesprek volgde. Andere bewoners van het eerste uur waren :
Mevrouw F.J. Strik – van Roosevelt (no. 28), mevrouw J.W.A van den Abeelen – Huijding (no. 30), R. Meima (no. 32), E.J. Veerman (no.34), mevrouw L.J.D. Schuller tot Peursum – Binkhorst (no. 38), mevrouw W.A Veenstra – van Hartingsveldt (no. 40) en mevrouw C.H. Valkenburg - Roelofs (no. 42).

H.M. Koningin Juliana opent onder toeziend
oog van mevrouw Sinninghe Damsté - van Dijl
de deur van No. 36.
(Coll. Historische Kring Baerne)
Het gezelschap passeert  woning No. 30  van mevrouw                                                Op weg naar No. 36                        
J. W. A van den Abeelen - Huijding                                                                                                            
(Coll. Historische Kring Baerne)

Met Suze van den Abeelen                    In gesprek met de familie Van den Abeelen bij No. 30
op weg naar No. 30                                                         (Coll. Pelita)                            
(Coll. Historische Kring Baerne)                                                                                                       


Het verdriet van Indië
Bij zes van de bovengenoemde familienamen was in de adresboeken van toen de ambtelijke toevoeging ’weduwe’ opgenomen, dat hiermee het symbool werd voor het verdriet van Indië, samengebald in de Baarnse Gruttostraat. Het hele dramatische verhaal laat zich lezen bij het raadplegen van het slachtofferregister van de Oorlogsgraven Stichting (O.G.S). Deze stichting is verantwoordelijk voor de aanleg, inrichting en instandhouding van alle Nederlandse oorlogsgraven, waar ter wereld ook, waarbij tegelijkertijd ook de nagedachtenis in ere wordt houden van landgenoten, van wie de laatste rustplaats onbekend is gebleven. Dit alles onder het motto: ’Opdat zij met eere mogen rusten’.

- Frederik Jan Strik: militie sergeant KNIL overleden op 28 -08-1944 in mannenkamp Muntok, laatste rustplaats: ereveld Pandu, Bandung.

Graf Johannes W.A. van den Abeelen, Leuwigajah, Cimahi                      Graf Frederik Jan Strik, Pandu, Bandung           
 (Foto's: OGS)

- Johannes Willem Adolf van den Abeelen: administrateur, overleden 13-07-1944 Tjimahi, laatste rustplaats: ereveld Leuwigajah, Cimahi.
- Jacobus Smede Sinninghe Damsté: militie soldaat KNIL, overleden 26-06-1944;  a/b van het s.s. Harugiku Maru, het vroegere s.s. Van Waerwijck van de Koninklijke Paketvaart-Maatschappij (K.P.M), laatste rustplaats: zeemansgraf. Het schip werd getroffen door 2 torpedo’s gelanceerd vanaf de Britse onderzeeboot HMS Truculent*. Bij deze ramp waren 176 slachtoffers te betreuren, onder hen 113 Nederlanders. Het schip was eerder, op 5 maart  1942, door KPM personeel tot zinken gebracht in de haven van Tandjong Priok, later door de Japanners gelicht en weer in de vaart genomen.

s.s Van Waerwijck (Harugiku Maru)                                                                         s.s. Junyo Maru                     

- Cornelis Hendrik Valkenburg: militiesoldaat KNIL, overleden 18-09-1944, laatste rustplaats : zeemansgraf, a/b van het s.s. Junyo Maru. Het schip was met ongeveer 6500 gevangenen (2300 Nederlandse krijgsgevangenen en 4200 Javaanse dwangarbeiders (romusha’s) onderweg van Tandjong Priok naar de Sumatraanse havenplaats Padang, toen het werd getroffen door twee torpedo’s   afgevuurd door de Britse onderzeeboot HMS Tradewind* Na ongeveer 20 minuten verdween het schip in de golven van de Indische Oceaan, ter hoogte van Benkoelen (Sumatra). Bij deze immense maritieme ramp waren ongeveer 5600 doden te betreuren. De overlevenden, ongeveer 900 in getal, bereikten hun uiteindelijke bestemming: de Sumatra spoorweg, bij velen bekend onder de naam Pakan Baroe spoorweg.
- Louis Jean Desiré Schuller tot Peursum, overleden 16-05-1943 Buitenzorg, Batavia (niet vermeld bij de OGS).
- Willem August Veenstra: KNIL,  overleden 16-05-1943 Tarsao, Thailand,
laatste rustplaats: ereveld Kanchanaburi eveneens in Thailand.

Ook hier geldt: zolang hun namen genoemd worden, zijn zij niet vergeten.
                 
Hier en nu
Het feit dat Pelita ’s, ooit omvangrijke, bouwcontingent al langer geleden is ingevuld en de nog steeds bestaande en inmiddels gerenoveerde huizen met de herinneringsstenen zijn opgenomen het uitgebreide bestand van de Baarnse woningbouwvereniging Eemland Wonen B.V, laat onverlet dat onze gezamenlijke koloniale geschiedenis, voor wie het wil zien, ook in Baarn, slechts een verhaal- en straatlengte van ons verwijderd is.

Pelitahuizen in Gruttostraat: toen en nu   (Coll. Historische Kring Baerne)
Ook de Stichting Pelita bestaat nog steeds en al decennialang vervult zij een officiële functie bij ondermeer het aanvragen van een uitkering bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. Momenteel wordt ook hulp geboden bij het aanvragen van een visum voor Indonesië. Tegelijkertijd heeft de rol van Pelita een sterke verbindende factor gekregen binnen de Indische gemeenschap, door ondermeer het organiseren van sociale en culturele bijeenkomsten, de zogenaamde ’Masoek Sadja’s’ en niet te vergeten de ’Indische eettafels’. Pelita, na zeventig jaar: still going strong, met onveranderd het olielampje als symbool!.

Pelitanieuws Juni 2017

Ed Vermeulen (1942)












Ten slotte:
Zoals zoveel stichtingen heeft ook Pelita een Comité van aanbeveling, met daarin illustere namen als Marion Bloem, Adriaan van Dis, Willem Nijholt, Wieteke van Dort, Rocky Tuhuteru en de onlangs overleden Sandra Reemer e.v.a.
Bijzonder om te vermelden is dat in de periode september 2016 - april 2017 in het door de Stichting uitgegeven fraaie blad ’Pelitanieuws’ het verhaal ’Van Baarn naar Bali’ is opgenomen met daarin ondermeer informatie over de Baarnse Indische buurt.  

* Dat Japanse schepen met krijgsgevangenen werden getorpedeerd door geallieerde onderzeeboten werd ondermeer veroorzaakt door het feit dat de Japanners de schepen niet uiterlijk hadden gekenmerkt als krijgsgevangenen transportschip (zog. Hellships).

Bronnen:
Archief Historische Kring Baerne
Griselda Molemans -  Opgevangen in Andijvielucht, uitgave Quasar Books 2014
Ir. H. Th. Bakker -  De KPM in oorlogstijd, uitgave 1950
Oorlogsgravenstichting (OGS) – Slachtofferregister
Will Tinnemans -  Indisch Licht, uitgave Stichting Tong Tong november 1997


Dit verhaal verscheen op maandag 24 juli 2017 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op.
 Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen? 

Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Groenegraf.nl.

donderdag 20 juli 2017

Het Bushcraftweekend in Baarn


Regen en kou deren in 2015 de bushcrafters niet
Door Rianneke Mees
BAARN - Stromende regen, hagelbuien en vorst. De 150 bushcrafters die op het negentiende Bushcraftweekend in Baarn waren, kregen het behoorlijk voor hun kiezen. Desondanks vormden de bushcrafters weer een warme gemeenschap.
"Dit is het weerstype dat de meeste onderkoelingen oplevert," stak van Nannike Buvelot meteen van wal bij haar workshop Winter EHBO. ,,Het is nat, koud en er staat wind. Onderkoeling ontstaat echt niet alleen bij sneeuw en vorst." Workshops volgen, dat betekent vaak staand of zittend luisteren naar uitleg en daarna zelf aan de slag gaan. De workshop Winter EHBO begon daarom met een soort tikkertje, zodat de deelnemers niet al te koud werden. Ze leerden ook vooral elkaar in de gaten te houden; je lippen verraden veel, en dan gaat het niet alleen om de kleur. ,,Probeer maar eens 'Liesje leerde Lotje lopen langs de lange lindenlaan' te zeggen als je het koud hebt." Natuurlijk ontbrak de uitleg over het nut van laagjes kleding niet, maar ook doorgewinterde bushcrafters leerden hier wat nieuws: paracetamol verwijdt de bloedvaten, en dat geeft meer warmteverlies. Bij pijn is Ibuprofen dus beter. Bloedverlies betekent ook warmteverlies en sneeuw kun je juist ook gebruiken om een wal te maken, zodat je uit de wind zit.

Wie warm wil blijven, doet er goed aan om de basisvaardigheden van bushcraft goed onder de knie te krijgen. Gelukkig waren er ook deze keer weer de 'klassiekers' onder de workshops, zoals de workshops vuurboog, omgaan met en bijl en tarptentjes bouwen. En je hoeft niet altijd een dure kachel of brander aan te schaffen om warm te blijven, leerden Stefan Belmans en Florian hun publiek tijdens de workshop Kampcomfort. Zij bouwden kachels en branders van IKEA-bestekbakjes en van wasmachineonderdelen. ,,Daklozen in alle steden van de wereld gebruiken afval om branders van te maken." Een leeg blik schoensmeer kan dienen als verzamelplek voor restjes kaarsvet. ,,Al het geld dat je met zulke zelfgemaakte dingen bespaart, kun je beter besteden aan een goed mes en een goede bijl," besloten zij.




Een goed mes was ook één van de eerste zaken die genoemd werden in de workshop 'Planning van een onbedoelde reis' van Tom Zoomer. Maar deze workshop ging verder dan het maken van een lijstje met dingen die je beslist moet meenemen als je hals-over-kop te voet je huis moet verlaten in een oorlogssituatie. Want behalve spullen neem je ook mensen mee, die ieder hun eigen kwaliteiten en zwakheden inbrengen. ,,Aan een toneelspeler heb je misschien net zoveel als aan iemand die aan vechtsport doet. Iedereen kan een groepsleider zijn op het terrein waar hij of zij goed in is."








Speciale gast Peter Friebel van de Zweedse bushcraftschool Varavild was voor het eerst op het Bushcraftweekend. Hij gaf maar liefst vier workshops. Twee daarvan hadden een spelkarakter, waarbij deelnemers onder meer geblinddoekt door het bos gingen. Peter noemt zichzelf een spirital survivalist en een naturalist. Wie de serie Dual survival op Discovery Channel kent, zal in hem een Cody herkennen. Bushcrafters die bekend zijn met het werk van Tom Brown jr, voelden meteen aan wat Peter bedoelde tijdens zijn workshops Holistic tracking en Sign aware. Peter probeert zijn cursisten 'naturvaken' bij te brengen, wat het best te vertalen is met natuurbewustzijn en -opmerkzaamheid.







Dat deed hij onder meer met de oefening 'small world'. Deelnemers moesten eerst tien minuten staand naar een afgebakend stuk grond kijken, vervolgens tien minuten liggend op de grond, daarna tien minuten gehurkt en daarna weer staand. De uitkomst van deze oefening was dat je veel scherper kon zien de tweede keer dat je staand naar hetzelfde stuk grond keek. ,,Niet je ogen worden beter, maar je haalt hiermee een paar filters en blokkades weg, zodat je je meer bewust bent." Deze verscherpte blik kwam vervolgens goed van pas bij het zoeken naar sporen. Deelnemers moesten elkaars sporen leren herkennen en volgen. En natuurlijk is het dan leuk om te kijken of de ander doorheeft dat je achteruit liep bij het sporen maken.




Zoals altijd waren er weer een hoop bekende gezichten. Naar een Bushcraftweekend kom je immers ook voor de gezelligheid. Maar ook nieuwelingen ontbraken niet. Koen Bakker uit Beestserzwaag bijvoorbeeld kende bij aankomst niemand, maar vond prima aansluiting. Hij nam direct ook zijn twee dochters Zara (8) en Emma (10) mee, wat beste opmerkelijk is, want meestal gaan vaders eerst 'verkennen' of het ook wat voor hun kinderen zou zijn. Maar Emma en Zara bleken net als de andere bushcraftkinderen prima bestand tegen regen en kou.


Behalve nieuwe deelnemers waren er ook aardig wat nieuwe workshopgevers deze negentiende editie van het Bushcraftweekend. Geneeskundige en schrijver van het boek 'Oersterk'Richard de Leth deelde zijn kennis over de invloed van voedsel op je lichaam, Jerome Paques en Bram Oosterbroek lieten zien dat je ook in de winter voedsel uit de natuur kunt halen en Hasse Mees (11) liet met haar workshop Dot painting zien dat ook kinderen een workshop kunnen geven. Bushcraft blijkt steeds meer mensen aan te spreken. En dan deert de regen en kou niet.

De foto's zijn gemaakt door Vincent Bosch (eerste), Jacqueline Raaijmakers en Rianneke Mees (laatste)

 Geplaatst door L.J.A.Bakker


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  


Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl




zaterdag 15 juli 2017

Wie, wat, waar: Postduivenvereniging De Pool


Speurder, de speurhond van Groenegraf.nl
Vandaag is een nieuwe uitzending in de rubriek Wie, Wat, Waar? bij RTV Baarn gestart. De rubriek is een samenwerking met Stichting Groenegraf.nl. U kent inmiddels onze speurhond "Speurneus". Tijdens de uitzending van de rubriek Wie, Wat, Waar? graaft Speurneus telkens een foto van Groengraf.nl op. Wij hopen dan dat de kijkers van RTV Baarn en de volgers van Groenegraf.nl de vragen die we hebben over de foto kunnen beantwoorden.



Op deze foto ziet u het clubgebouw van Postduivenvereniging De Pool aan de Oosterstraat met voor de deur een prachtige groep duivenliefhebbers.
Een paar personen zijn herkend: 

10. Jan van Gelder, zoon van Willem van Gelder en Matje Vink
17. Herman Verkerk, echtgenoot van Willemijntje van Gelder
22. Willem van Gelder, broer van nummer 10

Natuurlijk willen we weten wie de overige personen zijn. Helpt u mee?

Wat we precies willen weten leest u op onze site via deze link, of bekijkt u op RTV Baarn. De uitzending blijft ook te zien op onze site via deze link. Op die plek kunt u gelijk ook uw reacties plaatsen.

We zijn heel erg benieuwd of u ons kunt helpen!




De uitzendingen van RTV Baarn zijn te zien via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nlYouTube en Facebook

Ook via Xs4all en Telfort met de witte afstandsbediening op kanaal 626 en via XMS, Edutel, Fiber.nl, Stipte, Lybrandt en Telfort met de zwarte afstandsbediening op kanaal 2125.

Op onze site is deze rubriek te volgen via www.groengraf.nl/wiewatwaar

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen?
Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Groenegraf.nl.

donderdag 13 juli 2017

Oude plaatjes van Baarn

Regelmatig kom ik losse foto's en ander soortig afbeeldingen van Baarn tegen waar je geen verhaal over kunt schrijven. Hierbij weer zo'n verzameling van deze plaatjes.

  De Eemweg met verhoogd fietspad rond 1930


1973 Koningin Beatrix, Prins Claus en kinderen bij het gemeentehuis in Baarn



De Bosstraat










       De Nieuwstraat hoek Laanstraat











 
Geplaatst door L.J.A.Bakker



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  


Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl







zaterdag 8 juli 2017

De Baarnse jeugdjaren van Gerrit van den Bosch - deel 2

door Gerrit van den Bosch

Deel 1 gemist? Klik hier voor het eerste deel van dit verhaal

De lantaarnopsteker
Cornelis van Diermen alias Cees Muus
Een Baarnse gaslantaarn-aansteker
Eén van mijn aardigste herinneringen aan Baarn is de regelmatige komst van de lantaarnopsteker. Zeker in de maand augustus als de dagen beginnen te korten kan iedere dorpsbewoner hem in de schemering tegenkomen. Ik zie dan een klein mannetje, met een ladder van vijf of zes treden over zijn schouder, aan komen drentelen. Nadat hij de ladder tegen de paal heeft gezet, klimt hij naar boven en opent dan het deurtje bij het glazen lampgedeelte. Na het ontsteken van de lamp, die op gas brandt, sluit hij het deurtje weer en schuifelt voorzichtig naar beneden. Hierna vervolgt hij zijn weg naar de volgende lantaarn in de kom van het dorp. Doordat ik weet dat bepaalde huizen in Baarn gasverlichting als lichtbron hebben neem ik aan dat ook de straatlantaarns op deze energievoorziening branden. Regelmatig breng ik een bezoekje aan de familie Kooij op de hoek van de Stationsweg en het kerkenpad. Hun huis heeft ook gasverlichting. Als ik daar op een dag, samen met een logerend nichtje, met een bal in de hal van het huis aan het spelen ben en we de lamp raken, moet er een nieuw kousje worden ingezet.

De woning van de familie  Kooij-van der Woord aan de Stationsweg, inmiddels afgebroken

Wasmachine
 De bewoners van het hiervoor genoemde huis vormen samen zo’n typisch vooroorlogs gezin waar verschillende familieleden bij elkaar wonen. Naast het al oudere echtpaar met hun volwassen dochter leven er ook nog twee zusters van de vrouw des huizes in de vrijstaande woning. De taken zijn onderling goed verdeeld. Mevrouw Van der Kooij-van der Woord is naaister van beroep. De hele dag is zij dan ook bij haar trapnaaimachine te vinden. Haar klantenkring bestaat voornamelijk uit Baarnse dames. Die laten hun nieuwe zondagse jurk of feestkledij door haar vervaardigen. Haar zusters zijn vooral ’s morgens bezig met de verschillende huishoudelijke taken. Zo zorgt tante Grad, zoals ik haar noem, er regelmatig voor dat het vuile wasgoed weer schoon in de kast terecht komt. Zij hoeft de kleren niet meer met de hand op een wasbord schoon te boenen, zoals dat in die tijd de gewoonte is. Zij heeft dan al de beschikking over een wasmachine. Het belangrijkste onderdeel van deze “Miele” is de houten  kuip die is afgeleid van de boterkarnton. De kuip is van het beste en duurste eikenhout vervaardigd en beschikt over een houten kruis waarmee het sop en het wasgoed in beweging worden gebracht. Uiteraard handmatig door middel van een hefboom.

Op de fiets stappen
Als de beide zusters vroeg in de middag klaar zijn met hun huishoudelijk werk komen ze gezellig bij hun zuster in de woonkamer zitten. Natuurlijk blijven zij met hun handen bezig, want de gaten in de kousen moeten worden gestopt en in de onderbroeken en directoires dient nieuw elastiek te komen. Op dit tijdstip luisteren de drie dames ook altijd naar mooie klassieke muziek die via de distributieradio het vertrek binnenkomt. Timmerman Roelof Kooij is dan na het middageten en zijn dutje weer op de fiets naar zijn werk. Vol bewondering kijk ik toe hoe de oude stramme baas op zijn zadel kruipt. Dat doet hij niet op de gewone manier met één voet op de trapper en een been over het zadel heen. Nee, hij staat achter zijn rijwiel en houdt met beide handen het stuur beet en klimt op de twee uitstekende spijltjes, die aan de achtervork zijn bevestigd, en wipt dan over de bagagedrager op zijn zadel. Door deze handeling is de tweewieler een beetje in beweging gekomen en zoekend met zijn voeten naar de trappers kan hij zijn rijwiel meer vaart geven en zijn weg vervolgen.

Albert Heijn aan de Laanstraat, een foto van het personeel.

Het boodschappenboekje
Naast de winkel van Daatzelaar, en misschien zijn er in die tijd wel meer kruideniers in het dorp te vinden, is er nog een vrij grote zaak in Baarn waar de bewoners hun levensmiddelen kunnen kopen. Dit is Albert Heijn in de Laanstraat. Ook mijn moeder is er klant. Toch komt zij daar niet zo vaak in de zaak, terwijl wel iedere week een personeelslid van dat bedrijf bij ons thuis boodschappen komt afleveren. De aankoop van de huishoudelijke artikelen gebeurt door middel van het boodschappenboekje. Iedere klant, meestal de huisvrouw, kan in een op naam gesteld boekje de artikelen noteren die zij wekelijks denkt nodig te hebben. Op maandag of dinsdag haalt een winkelbediende het ingevulde boekje aan huis op en levert de bestelling, vervoerd in de op de transportfiets bevestigde grote mand, op donderdag of vrijdag weer af. Als kinderen staan wij natuurlijk met de neus vooraan om te kijken wat voor etenswaren er op de keuken- of huiskamertafel worden neergezet. Speciaal speuren we daarbij naar een klein bruin puntzakje. We weten dat daar die wit met roze strepen gekleurde snoepjes met pepermuntsmaak in zitten. Het Albert Heijnpresentje als dank voor de trouwe klandizie.

Voorzitter
Vader Matthieu van den Bosch
Naast de groep van collectanten is mijn vader ook nog bij een vereniging betrokken, namelijk de CJMV, de Christelijke Jonge Mannen Vereniging. Dit is natuurlijk niet direct een club voor een getrouwde man. Maar Pa is voorzitter en is tien jaar lang degene die de koers bepaalt. Volgens mij moet hij reeds kort nadat wij in Baarn zijn komen wonen al voor het voorzitterschap zijn gevraagd. Want we hebben hier tien jaar gewoond en dat zelfde getal prijkt ook op het erediploma wat hij bij zijn afscheid meekrijgt. Later heb ik er vaak  met trots naar gekeken omdat het op een opvallende plaats hangt aan het begin van de trap van ons bovenhuis in den Haag. Ik kan me ook nog goed herinneren dat ik op een keer aanwezig ben bij één van de feestavonden van de jongemannenvereniging. Heel leuk, met veel muziek en toneel.

Beschuit met muisjes
Blijdschap bij de Baarnse jeugd
bij de geboorte van prinses Beatrix
Als in 1937 Prinses Juliana en Prins Bernhard na hun huwelijk in paleis Soestdijk gaan wonen straalt de oranjegloed ook op Baarn af. Ik kan me die dag nog goed herinneren dat het prinselijk paar met de auto op bezoek komt in het dorp. Bij de geboorte van prinses Beatrix rijden mooi versierde bakfietsen door de straten waarbij vriendelijke dames van het Oranjecomité beschuit met muisjes uitdelen. In de Bosstraat krijg ik als zevenjarig jongetje ook zo’n lekkernij in mijn handen gestopt. Heel voorzichtig lopend, om geen muisje te verliezen, ga ik er mee naar huis om het beschuitje samen met mijn moeder op te peuzelen. Ook de schooljeugd wordt bij Oranjefeestelijkheden niet vergeten. Bij de verloving en de trouwerij van het koninklijk paar krijgen de kinderen een mooie medaille aangeboden.






Het leesplankje
De Hervormde school waar mijn broer Mathieu al twee jaar op zit als ik daar op een mooie zonnige dag in 1938 ook naar toe mag stond in de Spoorstraat. Mijn onderwijzeres is dan juffrouw Spaargaren. Dat is een lieve dame die mij goed leert lezen. Ik zie nog hoe zij naast mij staat terwijl ik de kartonnen lettertjes uit het ronde blikken doosje aan het zoeken ben om de woorden: aap, noot, mies enzovoort op het leesplankje te vormen. Veel herinneringen heb ik verder niet meer aan deze eerste klas omdat we dan na een paar maanden Baarn verlaten.


Stoomlocomotief
Bij het schrijven over mijn jeugdherinneringen in Baarn komen er ook regelmatig beelden naar voren waarvan ik denk: ja, dat was er ook nog, maar daar weet ik niet veel over te vertellen. Neem nu eens dat mooie oude karakteristieke station met een aparte wachtkamer voor de Koninklijke familie. Als je dan op het perron staat en je ziet zo’n grote glimmende zwarte locomotief met veel gesis en gefluit het eindpunt naderen dan moet je wel onder de indruk komen. Zeker als je dan ook nog binnen in het grote ijzeren gevaarte een groot vuur ziet branden waar de stoker, met vuile vegen in zijn gezicht, met een schop flinke brokken kolen in de vlammen smijt. Heel geweldig toch. Met ons gezin, vader, moeder en vier kinderen komen we dikwijls langs het station. Vaak gaan we op zondagmiddag bij goed weer wandelen. We doen dat in het Baarnse bos waarvan de ingang aan de overkant van het station ligt en helemaal doorloopt tot de omgeving van paleis Soestdijk. Ook stappen we regelmatig naar het bosje van IJzendijke dat dichter bij het dorp ligt in de buurt van de Gaslaan. Ik loop meestal in mijn eentje achteraan te sjokken. Mijn jongere broertje en zusje hebben het beter getroffen. De één ligt in de kinderwagen en de ander zit er boven op. Wandelen is nooit mijn favoriete hobby geworden, maar gek, als ik later met vakantie ga, zoek ik wel altijd het bos op.

Rijwielbelasting
Naast de wandelingen met het hele gezin staan mij ook de gezamenlijke fietstochtjes voor de geest. Zoals de bezoekjes aan een oom en tante in Hilversum, een broer van mijn moeder, en met een afstand van een kleine tien kilometer goed te doen. Ik zit altijd bij mijn vader achterop. Ook die keer dat hij ’s avonds na werktijd nog even naar Utrecht fietst om mijn moeder die daar in het ziekenhuis ligt te bezoeken. Heen en weer zo’n vijftig kilometer. Ik weet wel dat ik het op de terugweg flink koud had in mijn korte broekje met blote knieën. Ook in die tijd is de fiets al een heel populair vervoermiddel voor de werkende bevolking. 
Er hangt dan wel een prijskaartje aan. Want iedere tweewieler waar een volwassene op rijdt moet voorzien zijn van een rijwielbelastingplaatje. Dit is een dun koperen plaatje met aan de twee uiteinden een klein lipje met een gaatje erin. Het slechts een paar centimeter grootte stukje koper, waarop het belastingjaar is vermeld, wordt om het stuur gebogen en door middel van een ijzerdraadje door de gaatjes vastgeklemd. Ieder jaar moeten de fietsers een nieuw belastingplaatje kopen. Ik ben er bij als mijn moeder op een dag naar het postkantoor gaat om zo’n jaarplaatje aan te schaffen. Zij moet daar dan een rijksdaalder, tweeguldenvijftig, voor betalen.  In mei 1941 maakt de Duitse bezetter een einde aan deze vorm van wegenbelasting.

Vliegende Hollander
De Vliegende Hollander
Op die oude afgedankte koperen rijwielplaatjes zijn wij als kinderen erg tuk. Voor ons is het prachtig materiaal. Zo kunnen wij net zoals de grote mensen ook op onze voertuigen zo’n deftig koperen plaatje aanbrengen. Het woord voertuig is natuurlijk niet helemaal op zijn plaats. Wel zijn we in het bezit van een Vliegende Hollander. Dit stuk speelgoed is te vergelijken met de tegenwoordige skelters. Maar in plaats van trappers breng je de vier spaakwielen met dunne gummibandjes in beweging door middel van een houten trekstang. Die beweging wordt dan overgebracht op de achteras.  De reeds wat oudere kinderen kunnen er een flinke snelheid mee bereiken. De Hollander is nooit zo populair geworden als de step en na 1945 uit het straatbeeld verdwenen.

Brand
Naast alle herinneringen die ik tot nu toe hier heb vermeld zijn er ook nog allerlei andere ervaringen over Baarn in mijn geheugen opgeslagen. Zo ook die dag dat ik met mijn moeder door de Laanstraat loop en we op de hoek van de Oranjestraat tegen de smeulende resten van een uitgebrande winkel aankijken. Het is een beddenzaak en daardoor liggen er halfverbrande dekens en kussens rondom op straat. Best heftig om te zien voor een kind.

Nieuwe auto
Heel trots zit ik op een dag voor het eerst in een gloednieuwe auto. Het is een kleine vrachtwagen met laadbak. Eigenaar is de groenteboer uit de Brinkstraat, die daar ook een winkel heeft, en van wie ik een stukje mag meerijden. Met de nieuwe wagen kan hij nu op een snellere en makkelijker manier de klanten in het dorp en daarbuiten bedienen. Ik denk dat deze aanschaf toch een unieke gebeurtenis is. Er zijn in die vooroorlogse jaren niet veel middenstanders die zich de luxe van een auto kunnen permitteren.

Beerput
Iedere auto trekt in die tijd nog de aandacht. Zeker als daar in die nauwe  Nijverheidstraat ineens een grote tankauto voor de deur staat. Ik zie dat de chauffeur en de bijrijder een dikke zware slang onze tuin inslepen. Nu ja, de achtertuin van de schoenmakerij dus, waarvan de open ingang naast onze voordeur ligt. Dan scheppen de mannen op een bepaalde plaats graszoden weg en slepen daarna een zwaar putdeksel van zijn plek. Op hetzelfde moment stijgt er een nare vieze rioollucht op. Ja, de beerput is nu open en die zit boordevol met menselijke uitwerpselen en moet daarom worden geleegd. De mannen sluiten de slangen aan en met veel lawaai begint de tankwagen met zuigen. Het pand waarin we wonen is een oud gebouw en is niet op het riool aangesloten. Ik denk dat zowel het toilet van ons bovenhuis als dat van de schoenmakerij beide met de beerput zijn verbonden. Het bedrijf dat de menselijke poep opzuigt verkoopt  “de beer” weer als mest.


Snip en Snap
Willy Walden en Piet Muijselaar als het
komisch duo Snip en Snap
Tijdens één van de verschillende Oranjedagen, ik denk in 1937, is er op een bepaalde plek in het dorp een parcours van flessen uitgezet. Het bewuste stuk straat is slechts tien tot twintig meter lang en de lege flessen vormen diverse bochten en krommingen. De bedoeling is dat de deelnemers met hun fiets het aangelegde pad uitrijden zonder één fles om te gooien. Een mooi gezicht natuurlijk de worsteling van de man op het zadel om zonder schade zijn rijwiel door het doolhof van flessen te manoeuvreren. Er zijn twee mannen op een tandem die alle aandacht opeisen omdat zij de meest vreemde capriolen uithalen om niet van hun lange tweewieler af te vallen. Het is mijn eerste kennismaking met juffrouw Snip en juffrouw Snap, oftewel Willy Walden en Piet Muijselaar. Op de vraag  of het later overbekende komische duo dan alleen in Baarn is om naamsbekendheid te krijgen of ook nog een zaaloptreden heeft  kan ik geen antwoord geven.

Pijnlijke injecties
Samen met mijn oudere broertje Mathieu spelen we op een bepaalde dag in en rondom een echte raceauto. Het is een afgedankt exemplaar dat in de tuin van onze huisarts staat. Moeder zit met de twee jongere kinderen in de wachtkamer. Zij vindt het prima dat wij buiten spelen, want  vier hoestende en proestende blaffertjes in een kleine ruimte is wel een beetje teveel van het goede. Wij hebben elkaar besmet met de kink- en slijmhoestbacterie, een echte kinderziekte waar niet veel aan te doen is. Bescherming door vaccinatie bestaat in die tijd nog niet. Toch heeft de dokter er wel een medicijn voor. Als we met z’n allen in de spreekkamer komen staat de geneesheer al met zijn injectiespuit klaar. De bovenkleding gaat uit, even goed krom staan en dan voel je hoe de arts vanaf de rugzijde de dikke injectienaald tussen de dunne ribbetjes doorsteekt. Hoe vaak we zo’n injectie hebben gekregen weet ik niet meer. Wel spreekt onze moeder later over een wonderbaarlijke genezing. Als we in die tijd na een boswandeling thuiskomen blijkt dat bij alle vier de kinderen de hoest als sneeuw voor de zon is verdwenen. Verandering van lucht heet het dan. Maar ik blijf nog lang aan die zeer pijnlijke injecties denken.

Den Haag
In de loop van de tien jaar dat we in Baarn wonen heeft mijn vader veel mensen leren kennen.  Dat is te merken als er op een goede dag, voor mij een slechte dag, de verhuiswagen voor staat en we naar  Den Haag, toen nog officieel ’s-Gravenhage, vertrekken. Pa is overal en nergens, iedereen wil hem nog even spreken. Allemaal weten ze ook dat hij weggaat voor de toekomst van zijn vier kinderen. In de grote stad zijn er volgens hem meer ontplooiïngskansen voor zijn kroost . Als aan het eind van de morgen de verhuizers ons huis hebben leeggehaald gaan ook wij vertrekken. We kunnen met z’n zessen niet met de grote vrachtwagen mee en reizen dus met openbaar  vervoer. We gaan bussen, Pa heeft uitgerekend dat dit de goedkoopste manier is, nadeel is alleen dat we onderweg een paar keer moeten overstappen. Als we aan het eind van de middag, moe en versleten door ondermeer de lange wandeling vanaf het busstation, bij onze nieuwe bovenwoning komen blijkt het binnen een chaos te zijn. De mannen van het verhuisbedrijf, die inmiddels zijn verdwenen, hebben alle spullen kris kras neergezet. Zo vinden we bijvoorbeeld de zakken met antracietkolen boven op één van de slaapkamers terug. Geen best begin dus.

Op de nieuwe school in Den Haag


Militair
Gerrit van den Bosch terug in Baarn, bij de Pauluskerk in 2017
Trouwens Den Haag is niet echt direct een succesverhaal voor ons gezin. Ik vind het gewoon niet leuk in de stad en moet gelijk vechten op straat wat ik nooit eerder heb gedaan. Dit geldt  eveneens voor broer Mathieu. Ook mijn vader voelt zich niet zo happy bij Drukkerij Albani, waar een chef hem de hele dag loopt te observeren. De mobilisatie die in augustus 1939 wordt uitgeroepen, binnen een jaar na onze overtocht, komt hem niet zo slecht uit. Hij behoort tot de laatste groep dienstplichtige militairen onder de 35 jaar die moet opkomen om het land te verdedigen. Als korporaal ziekenverzorger, gelegerd in Delft, maakt hij zich goed dienstbaar en bouwt verschillende vriendschappen op met de  mannen die hij verpleegt. Als na de moeilijke oorlogsdagen van mei 1940 het dagelijkse leven weer enigszins zijn normale gang krijgt probeert Pa van baan te veranderen. Hij heeft zijn zinnen gezet op de Algemene Landsdrukkerij, later Staatsdrukkerij genoemd, doch dat is dan niet haalbaar door een personeelsstop. Toch blijft hij hoopvol gestemd en inderdaad kan hij in 1943, midden in oorlogstijd, als letterzetter bij het bedrijf beginnen. Zevenentwintig jaar later, hij is dan vijfenzestig, neemt hij afscheid als ondermeesterknecht. Ja, het is hem wel gelukt om een paar treetjes op te klimmen. Later heeft hij dan ook toegegeven dat de stap om naar den Haag te gaan is ingegeven om zelf hogerop te komen. Pa is op de hoge leeftijd van honderdentwee jaar in 2007, helder en niet geplaagd door ernstige ziekten, overleden. Mijn moeder is in 1988 heengegaan, zij is dan zesentachtig jaar. Ook broer Mathieu, die de leeftijd van vierentachtig jaar heeft bereikt, is niet meer onder ons.





Gerrit van den Bosch, Leiden














Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. 

Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter.

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn verhalen? 
Kom in aktie en stuur ons uw oud Baarn verhaal!