vrijdag 24 oktober 2014

Ben van Diermen en het Badhuis

Het badhuis aan de Acacialaan met
Ben van Diermen (midden).
De Van Diermens in Baarn moeten eigenlijk Van de Hoef heten, schreef Eric van der Ent een paar dagen geleden op deze site. Dat moge waar zijn, maar velen van  hen zijn als Van Diermen bekend geworden. Bij mij kwam onmiddellijk de herinnering naar boven aan Ben van Diermen (1924-2004), beheerder van het Badhuis aan de Acacialaan, het latere Poorthuis.

Buurtkrantje
Na het vwo had ik twee jaar economie gestudeerd, wat ik afbrak vanwege onvoldoende resultaten. Daarop wilde ik journalist worden, of schrijver. Voor jonge mensen die dat ook willen, heb ik een simpele maar echt goede tip: begin er gewoon mee. Bij een schoolkrant, een clubblad, een kerkblad of iets dergelijks. Je wordt met open armen ontvangen. Goed ben je nog niet, maar dat komt wel, als je het echt wilt. In september 1983 werd het Poorthuisnieuws opgericht, een buurtkrantje voor de buurt rond Poorthuis en Gasfabriek, Santvoort en Professorenbuurt. Voor mij ligt de 1e jaargang nummer 1, waarin als medewerkers worden voorgesteld: Ria Kroeze, Nol Luijer, Karel de Lange, Gerda van de Berg en ik. Eindredacteur: Robbert Luikinga, die volgens mij bij het Poorthuis in dienst was als maatschappelijk werker. Later kwam Corrie Metzger erbij, ook al zo’n bekende naam. Het Poorthuis was een buurthuis met allerlei maatschappelijke en culturele activiteiten, gerund door de IHC: Interkerkelijke Hulp Centrale. Ik heb hier een stapeltje dat eindigt in maart 1985. Of ik toen stopte, of dat het blad stopte, dat weet ik niet zeker. Ik denk het laatste, want ik woonde toen nog gewoon in de buurt.

Het badhuis (Poorthuis) aan de Acacialaan, hoek Berkenweg.


Verboden te zingen
Wat getallen van bezoekers aan het badhuis in 1929.
Dat was nog ver voordat Ben van Diermen beheerder werd.
In maart 1984 ging ik op bezoek bij Ben van Diermen, die in een bejaardenwoning bij Santvoorde woonde, Nolenslaan denk ik. Wel jong, met zestig jaar, maar in die tijd kon dat nog en de reden staat aan het eind van dit verhaal. Vijftien jaar was hij beheerder geweest van het badhuis, in het gebouw dat nu ‘ons’ Poorthuis was. Alle aanleiding dus voor een interview voor ons krantje.
Het gebouw was in 1924 als badhuis gebouwd en had een echtpaar De Boer als beheerders. Van Diermen nam het beheer in 1952 van hen over, er kwamen toen zo’n 2800 klanten per week. Maandag en dinsdag was het twaalf uur per dag open, donderdag tot en  met zaterdag dertien uur, woensdag en zondag gesloten. Van Diermen werkte dus 63 uur per week, de uren buiten de openingstijden nog niet eens meegeteld. Er waren zestien douches plus ‘voor de middenstanders’ nog twee kuipbaden en twee baden met douche. Een eenvoudige douche kostte 15 cent voor twintig minuten. Van Diermen liet de mensen met ploegen tegelijk douchen, zodat hij de tijd makkelijk kon controleren. Het bord ‘Verboden onder het douchen te zingen’ werd niet al te serieus genomen. Als iemand een populair lied aanhief zong het hele badhuis mee.

Omstreden sluiting
Huizen met een eigen douche stonden in Hoog Baarn en het Pekingpark (tussen Torenlaan en Vondellaan). Vanaf de jaren vijftig werd het de gewoonte om douches in nieuwbouwhuizen te bouwen. De nieuwe Oosterhei en de Schildersbuurt waren de eerste. Omstreeks 1962 begon de gemeente subsidie te geven om ook in oude wijken douches aan te brengen. Dat werd het einde van het badhuis, de gemeente besloot in 1967 dat de instelling te duur was. Onbegrijpelijk, vond Van Diermen. Hij had weliswaar geen 2800 klanten meer per week, maar nog wel 1800! Die werden gedwongen veel geld uit te geven voor een verbouwing thuis.
Van Diermen kreeg een geweldig afscheidsfeest, waar hij 180 cadeaus in ontvangst mocht nemen. Burgemeester, wethouders en raadsleden lieten zich niet zien. Wel kreeg hij van de gemeente een hoge functie aangeboden, naar keuze bij het sportpark of het zwembad. Van Diermen was echter zwaar teleurgesteld in de politiek en de ambtenarij en besloot een lagere functie te aanvaarden: schilder bij Publieke Werken. Daar had hij niet met politiek te maken. Hij deed het werk tot aan zijn pensionering met veel plezier.

Afscheid van Ben van Diermen en zijn echtgenote. Rechts Berend Keddeman.

Jaren zestig
Bij het besluit van de gemeente om het badhuis te sluiten, speelde al mee dat er een alternatief was voor het gebouw. IJsbrand Poortman had het voornoemde IHC bedacht, buurthuis met maatschappelijke en culturele activiteiten. Nu ik dit herlees, besef ik pas waar de naam Poorthuis vandaan kwam. De heer Poortman heeft zijn stempel wel gedrukt. Het was 1967, het is in het tijdsbeeld goed voor te stellen dat de gemeente dat een mooiere bestemming vond dan zoiets achterhaalds (?) als een badhuis.
De verbouwing kostte 58.000 gulden. Van Diermen bleef nog een tijdje boven het Poorthuis wonen, maar na een jaar werden de nachtelijke feestjes hem te veel en verhuisde hij naar een rustiger plekje. Hij sloot het interview af met de woorden: “Net als het badhuis is ook de IHC volledig afhankelijk van subsidie. Als op een kwade dag de gemeenteraad weer eens een bezuinigingsgril krijgt, is het afgelopen.”
Ben van Diermen heeft vijftien jaar met veel  plezier bij het badhuis gewerkt, maar heeft er met bittere gevoelens afscheid van genomen. Zijn werk was hem door de politiek ontnomen.





Johan Hut
Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op  Facebook en Twitter

woensdag 22 oktober 2014

Het ontstaan van de Efteling

De man die alles zien kan
Alle inwoners van Baarn zijn er wel eens geweest. Maar hoe begon dit ook al weer en wie waren de hoofdpersonen achter de Efteling in Kaatsheuvel? Lees vandaag 16 mei 1952.

Er zijn de laatste jaren in Nederland ter gelegenheid van fees­ten of herden­kingen in verschil­lende stellen en dorpen heel wat imitatiesteden en sprookjestuinen verrezen. Ze hadden alle slechts een kortstondig be­staan, met al hun gevels en figuren van karton en lin­nen. Men mocht er nooit op de ven­sterbanken leunen, omdat men anders gevaar liep een deel van het "huis" te vernielen; men kon er de muren niet aanraken zonder de waterverf te beschadigen. In het 'Brabantse dorp Kaatsheuvel zal echter een sprookjesbos verrijzen met een permanent kasteel, dat zo echt is, dat men zich een buil op het hoofd kan stoten tegen de stenen muren en de houten balken. Het is oud en schilder­achtig op een wijze, zoals alleen een sprookjeskasteel oud en schilderachtig kan zijn. Voor het eerst wellicht in de geschiedenis wordt hier het sprookje werkelijkheid.

Het natuurpark de "Efteling" bij Kaatsheuvel, waarin dit sprookjesbos zal komen, is een uitgestrekt terrein van vijfenzestig hectaren. Oorspronkelijk was het een klein stukje grond, dat in parochieel verband was aange­kocht om er een speeltuin, een paar sportterreinen en een wandelpark aan te leggen. In 1949 is dit terrein over­gegaan in handen van een speciale stichting. Het werd. met grote stukken bosgrond uitgebreid en met mede­werking van de gemeente door de Nederlandse Heidemaatschappij ver­anderd in een recreatieoord, zoals er waarschijnlijk geen tweede in Neder­land is.

Anton Pieck
Reggiseur P.Rijnders
Er zijn thans twee grote speel­tuinen, een voor oudere kinderen en een voor kleuters. Voorts zijn reeds klaargekomen of nog in aanleg: een grote siervijver met een waterval, een zwembad, vier tennisbanen, een kano­vijver, een roeivijver, sportvelden voor voetbal, hockey, atletiek enzovoort. In de toekomst hoopt men in een boerderij op het terrein een jeugd­herberg te vestigen. De plannen voor het bouwen van een groot restaurant zijn gereed. Voorlopig zal men zich echter moeten behelpen met een ruim en modern ingericht theehuis. Het vorig jaar trok dit recreatieoord reeds ver in de omtrek van Kaatsheuvel veel belangstelling. Er waren dagen, dat er vijftienhonderd bezoekers kwamen. Inmiddels ging men uitzien naar een bijzondere attractie, welke ook veel vreemdelingen zou trekken. De bur­gemeester, mr R. van der Heyden sprak daarover met de heer P. Reijnders uit Eindhoven en deze stelde hem voor een sprookjesbos te bouwen.
Bouwkundige G.
op den Kamp
Directeur
H.Peeter-Weem
Hij kreeg toen de opdracht zijn plan­nen uit te werken en daarmede nam hij een enorm werk op de schouders, waarvan hij het einde niet kon over­zien. Om niet in een kermisachtig gedoe te vervallen en het geheel een artistiek verantwoorde opzet te geven stelde hij de bekende tekenaar Anton Pieck voor de ontwerpen voor dit sprookjesbos te maken. Na enige aarzeling nam deze de opdracht aan en tekende de ontwerpen, waarvan wij er hier enkele hebben gereproduceerd. Uit zijn rijke fantasie tekende Anton Pieck kastelen en sprookjesfiguren. De gemeentelijke bouwkundige van Kaatsheuvel, de heer G. Op den Kamp, die deze fantasieën moest gaan uitvoeren, stond voor grote moeilijkheden. Het was niet de bedoe­ling kaarsrechte torens en daken te maken. Het geheel moest worden ge­bouwd zoals de tekeningen aangaven, met scheve torens en half verzakte daken, terwijl toch alles deugdelijk en sterk moest zijn. Er was heel wat experimenteren nodig om het juiste effect te bereiken. Daarenboven moest hij voortdurend toezicht houden op de metselaars, die gewend waren normaal te metselen, terwijl hier juist alles scheef en onregelmatig moest worden gebouwd! Hij moest zorgen voor oude stenen van boerderijen, die afgebroken werden, en voor oude leien voor de daken liefst met het mos er nog op.

Wij zullen u niet alle geheimen ver­klappen, welke u in het sprookjesbos zult vinden, als dit op 31 Mei (1952) zal worden geopend, maar over enige van de attracties willen wij toch iets vertellen.


Het zeven meter hoge kasteel
De toegang tot het sprookjesbos wordt gevormd door een groot kasteel met vier torens. Het kasteel is gelegen op een heuvel van zeven meter hoogte. Daar deze nieuw opgeworpen heuvel nog gaat zakken, kon de heer Op den Kamp het kasteel zo maar niet op de "berg" bouwen. Hij zette eerst lange palen op de vlakke grond. Daarom­heen bracht hij het zand aan. En op de palen, dus eigenlijk hangende in de lucht, bouwde hij het kasteel, ook als de grond gaat zakken, blijft het kasteel dus staan en men behoeft slechts de zandheuvel te ,.herstellen'' om alles weer in orde te brengen. 's Avonds zal het kasteel, vanwaar men een prachtig uitzicht heeft op het bos in het licht van schijnwerpers worden geplaatst en dan zal er een heks met een bezem door de lucht vliegen van de ene toren naar de andere. In het bos zelf zijn verschillende attracties opgesteld die aan bekende sprookjes herinneren.

Er zal een gouden nachtegaal zingen en terwijl hij zingt, zullen er uit de grond grote bloemen verrijzen, die zich openen en zich vervolgens weer slui­ten en verdwijnen, als het lied ophoudt. Men zal er een enorme papegaai vin­den, die door middel van een vernuf­tige geluidsinstallatie alles napraat, wat men hem voorzegt. Er zit, twee­maal levensgroot, de man uit "het sprookje van de drie knechten", die alles ziet. Hij heeft een nek, die langer kan worden, totdat hij ver boven de bomen uitkijkt. Er komt een dans­vloer, waarop rode schoentjes zullen dansen. Men zal er het huisje vinden van Vrouw Holle met de put.

Sneeuwwitje en de zeven dwergen
Als men in de put kijkt, kan men beelden uit het sprookje zien. Tenslotte komt men op een open kasteelplein, waar een fontein met vier kikkers er omheen een gouden bal omhoogspuit. In een hoek van dit plein is de rustplaats van Sneeuwwitje. Zeven dwergen om­ringen haar en een vlucht van kleurige vogels vliegt rond haar kist. Aan de andere zijde van het plein zit een dwerg, die door middel van een ge­luidsinstallatie en een mechaniek de bezoekers vertelt en wijst waar men een "kleine boodschap" 'doen kan. Van achteren is dit plein afgesloten door een kasteelpoort en een oude muur, waarlangs een gracht loopt, waarin goudvissen zwemmen. Tegen de kasteelmuur staan zes levensgrote herauten opgesteld, die zich om het uur naar een van de torens keren, de bazuin aan de mond zetten en een fanfare blazen, terwijl op de toren zes ruitertjes rondrijden en een mannetje met een hamer op een klok slaat. Al het mechanisme in het gehele bos en op het plein wordt bediend vanuit een controlekamer in een van de torens.


Het huis van vrouw Holle
De put bij het huis van vrouw Holle


Het mannetje dat de bezoekers een
speciale service bewijst















We zullen niet verder vooruitlopen op hetgeen er allemaal te zien zal zijn. Wij hopen er nog eens op terug te komen, als het sprookjesbos eenmaal geopend is. Tenslotte willen wij nog enkele speciale moeilijkheden aanstip­pen, waarvoor onder andere de heer Reijnders, die als "regisseur” optreedt, zich geplaatst heeft gezien. Daar alles in de open lucht gebouwd wordt, moeten er speciale voorzorgen geno­men worden om de poppen en het mechanisme tegen weer en wind te beschermen, Zo moet bijvoorbeeld de glazen kist, waarin Sneeuwwitje is neergelegd, luchtdicht worden afge­sloten. Het vervoer van de kist was een uiterst riskant karwei. Na veel wikken en wegen zag de heer Reijnders geen andere oplossing dan de kist met Sneeuwwitje er in te laten vervoeren door een lijkauto. Alleen al om een klein onderdeel te laten maken, zoals bijvoorbeeld de gouden bal van de fontein, moest er zwaar gepuzzeld worden. De bal moest uiterst licht zijn en schitteren in het zonlicht. Daartoe heeft men eerst een beeldhouwer een zuivere ronde bal van klei laten maken. Daarna heeft een slijper er facetten op aangebracht, zoals dat bij een diamant gebeurt. Tenslotte ging men met deze bal naar een plasticfabriek, waar men in plastic twee halfronde afgietsels maakte, welke van binnen met blad­goud werden bekleed en vervolgens aan elkaar werden gelijmd. Voor de koppen van de herauten heeft de heer Reijnders zelfs een eigen preparaat moeten uitvinden, omdat de normale materialen, zoals die bij etalagefiguren gebruikt worden, niet tegen regen en wind bestand zijn. Nog tientallen andere problemen waren er te overwinnen.

De kundigheid, de energie en het enthousiasme, waarmede initiatiefnemers, uitvoerders en werklieden het sprookjesbos aan het bouwen zijn wekken zoor hoge verwachtingen. Alles wijst er op, dat "het sprookje van Kaatsheuvel" een grote attractie voor het toerisme zal worden.



Leen Bakker
Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://knipselsuitkranten.nl

http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

maandag 20 oktober 2014

115 jaar Groei & Bloei Baarn e.o.

Groei & Bloei, 115 jaar in Baarn
Op 5 september 2014 bestond Groei & Bloei afdeling Baarn, 115 jaar. In juli 1899, werd besloten om een aparte vereniging op te richten in Baarn. Tot die tijd waren leden van Baarn lid bij de 'Afdeeling Gooi en Eemland'.

Auteur Hans Wijbrands (rechts) biedt burgemeester Mark Röell het
eerste exemplaar aan.
Groei en Bloei, Baarn heeft in 115 jaar een hele ontwikkeling meegemaakt. Om dat zichtbaar te maken heeft het bestuur besloten om ter ere van dit jubileum een jubileumboekje uit te geven. Uit de archieven en middels recentere interviews wordt een beeld geschetst wat Groei & Bloei voor de Baarnse gemeenschap al die jaren heeft betekent. Maar ook over wat Groei & Bloei nu nog betekent in Baarn en wat er allemaal georganiseerd wordt. Auteur Hans Wijbrands heeft er samen met co-auteur Wilma de Leeuw-Kremer een prachtig boekje van gemaakt, met vele oude foto's die door onder andere de Historische Kring Baerne en Stichting Groenegraf.nl ter beschikking zijn gesteld.












Op 18 oktober j.l. werd het eerste exemplaar van het boekje Groei & Bloei 115 jaar in Baarn door auteur Hans Wijbrands uitgereikt aan onze burgemeester, jhr. Mark Röell. Dat alles gebeurde op landgoed Eycken-dal, hoek Biltseweg / Koningsweg in Soest, vlakbij het paleis.

Een doorkijkje op het prachtige landgoed Eijken-dal.

Een boekje voor oudste lid mevr. S. Jehee.
Nadat de burgemeester het eerste exemplaar in ontvangst had genomen werd het tweede exemplaar aangeboden aan het oudste lid van de vereniging, mevr. S. Jehee. Daarna werd ieder getrakteerd op koffie of thee met overheerlijke appeltaart, gemaakt van appels uit de boomgaard landgoed Eycken-dal. Vervolgens konden de bezoekers op deze prachtige zonnige dag genieten van een fair waar tal van activiteiten georganiseerd waren.







Bezoekers op landgoed Eijken-dal, op de fair van Groei & Bloei Baarn e.o.





Het jubileumboekje is te koop voor € 10,00 (ledenprijs) of  € 15,00 (niet-ledenprijs). Bent u geïnteresseerd in het boekje, stuur dan een mailtje naar info@baarn.groei.nl.

Voor de trouwe volgers van Groenegraf.nl stellen we een boekje ter beschikking. De eerste volger die zie aanmeldt als vriend van Stichting Groenegraf.nl krijgt het boekje gratis toegestuurd. Aanmelden als vriend van Groenegraf.nl kan via deze link.


Eric van der Ent

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

zaterdag 18 oktober 2014

Waarom familie Van Diermen uit Baarn eigenlijk geen Van Diermen heet

Het gehucht Diermen bij Putten. Hier komt de achternaam
Van Diermen vandaan.
In Baarn zijn nog steeds veel personen met de achternaam Van Diermen te vinden. Logisch, in onze buurgemeente Bunschoten-Spakenburg is Van Diermen één van de meest voorkomende achternamen. Dat klopt, maar over die tak wil ik het nu niet hebben. Veel 'Van Diermens' in Baarn stammen helemaal niet van die Bunschoter tak af. Tenminste, ik heb de connectie (nog) niet kunnen vinden. Sterker nog, de tak Van Diermen waar ik het over wil hebben, heet eigenlijk onterecht Van Diermen. Eigenlijk hadden ze die naam nooit moeten krijgen. Het is een vreemd verhaal, maar ik leg u straks uit hoe dat zit.

De oorsprong van de achternaam Van Diermen vinden we in het gehucht Diermen, tussen Putten en Nijkerk. Er zijn verschillende takken Van Diermen, waarvan onderling niet is aangetoond dat ze gelinkt zijn aan elkaar. Eén overeenkomst hebben ze allemaal, oorspronkelijk komen al die takken uit de buurtschap Diermen, ook de Bunschoter tak en ook de tak waar ik het over heb.



Gijsje en mijn opoe Gradje van Diermen,
twee zussen in het buurtje Santvoort
Mijn overgrootmoeder was Gerharda (Gradje) van Diermen (1887-1989), echtgenote van Teunis Koenen (1882-1973). Teunis is geboren in Bunschoten. Gradje werd, ook al doet haar achternaam anders vermoeden, niet in Bunschoten, maar in Soest geboren. Ik wil even doorschakelen naar Gradje's oma, Gerritje van Diermen (1828-1901). Deze Gerritje is de naamgeefster van heel veel 'Van Diermens' in Baarn.
Gerritje van Diermen werd op 24 mei 1828 in Hoogland geboren als dochter van Aalbert van Diermen en Jannetje Lukassen uit Hoevelaken. Het verhaal gaat dat Gerritje op jonge leeftijd als dienstbode ging werken bij een molenaar in Ede. De naam van die molenaar was Willem van de Hoef (1787-1874). Ik heb helaas niet kunnen ontdekken op welke molen deze Willem gewerkt heeft. Vlakbij Ede waren de molens "De Hoop" en de "Walderveensemolen" in Lunteren te vinden, maar Willem van de Hoef staat niet te boek als eigenaar van één van die molens. Wel is hij te vinden als landbouwer op de "Kleine-Voort" onder Lunteren. Mogelijk heeft Willem als knecht op één van de molens gewerkt.


Maar goed, terug naar het verhaal. Willem van de Hoef was getrouwd met Neeltje de Bie (ca. 1791-1866). Gerritje kwam dus als dienstmeid in dienst en woonde daar ook in. Neeltje de Bie kon geen kinderen krijgen, maar voor dat probleem werd een oplossing gevonden. Willem van de Hoef verwekte maar liefst twaalf kinderen bij Gerritje van Diermen. Hij kon de kinderen echter zelf niet erkennen. Hij was immers getrouwd met Neeltje de Bie. Alle kinderen kregen dus de achternaam van Gerritje: Van Diermen.

Molen 'De Hoop' en de 'Walderveensemolen' in Lunteren. Heeft Willem van de Hoef in één van deze molens gewerkt?

Je zou zeggen dat dit voor spanningen zou zorgen tussen Willem van de Hoef en Neeltje de Bie. Als je echtgenoot twaalf kinderen bij de dienstbode verwekt, dan zal dat voor echtgenote Neeltje toch niet gemakkelijk te accepteren zijn geweest toch? Niets is echter minder waar. Uit alles blijkt dat Neeltje de Bie volledig achter het verwekken van buitenechtelijke kinderen stond. In die tijd toch wel iets bijzonders. Dat zal in de buurt toch voor de nodige roddels gezorgd hebben? In 1863 laten Willem en Neeltje een testament opstellen. Beiden testeren Gerritje van Diermen als hun universele erfgename. Mocht Gerritje eerder overlijden dan het echtpaar Van de Hoef, dan gaat de erfenis naar haar natuurlijke kinderen.

Neeltje de Bie overleed in 1866. Een jaar later trouwt Willem van de Hoef met Gerritje van Diermen, de moeder van zijn kinderen. In 1874 overlijdt ook Willem van de Hoef. De oudste kinderen zijn dan al volwassen, maar er zijn ook nog jongere kinderen in huis. De jongste dochter is op dat moment nog maar acht jaar oud.
De kinderen verspreiden zich later vooral in het midden van het land, veel van de kinderen vestigen zich in Baarn en zorgen daar bovendien voor veel nageslacht.

U begrijpt nu dat deze tak Van Diermen eigenlijk Van de Hoef zou moeten heten, naar Willem van de Hoef.

De kinderen van Gerritje van Diermen zijn:

Jannigje van Diermen (1848-?)
Willem van Diermen (1849-1901)
Pieter van Diermen (1850-1870)
Aleida Wilhelmina van Diermen (1852-1913)
Aalbertus van Diermen (1853-1884)
Gerardus van Diermen (1855-1937)
Marinus van Diermen (1857-1871)
Cornelis van Diermen (1859-1946) (mijn betovergrootvader)
Jannetje van Diermen (1861-1879)
Janus van Diermen (1863-1944)
Hermanus van Diermen (1865-1950)
Gerritje van Diermen (1866-1953)

Ik wil u graag een paar van deze kinderen kort voorstellen.


Gerardus van Diermen en echtgenote Geertruida van Rouwendaal
Midden Ben van Diermen met links zijn
echtgenote in het badhuis aan de Acacialaan
Gerardus van Diermen, geboren 21 mei 1855 in Ede is één van de kinderen die in Baarn is gaan wonen. Hij trouwde in 1880 in Soest met Geertruida van Rouwendaal. Wat een prachtige foto is dit. Geertruida met haar voeten op een stoofje. In zo'n stoofje werden vaak gloeiende kooltjes gelegd zodat de voeten warm bleven. Gerardus met zijn mooie ringbaard en zijn zondagse pak. Lachen op een foto, dat deed men toen nog niet.
Het valt mij op dat aan de wand twee afbeeldingen van molens hangen. Staat daar misschien de molen van Willem van de Hoef op afgebeeld? Wie zal het zeggen.
Hermanus van Diermen in het Nederlands Elftal
Eén van hun kinderen was Hermanus (Manus) van Diermen (1852-1934). Manus was een groot voetballer die het zelfs tot het Nederlands Elftal geschopt heeft. Klik hier om het verhaal over Manus van Diermen te lezen. Ook Ben van Diermen (1924-2004) kon goed voetballen. Hij was een bekend gezicht bij BVV Baarn. En als u hem daar niet van kent, dan kent u hem wel als badmeester in het badhuis aan de Acacialaan.



Cornelis van Diermen (1859-1946) met links kleindochter
Neeltje Koenen en rechts haar zus Grietje Goenen.
De tweede Van Diermen die ik u wil voorstellen is Cornelis van Diermen. Hij werd geboren op 18 mei 1859 in Ede en ook hij vestigde zich in Baarn. Hij kwam te wonen in de Elisabethstraat in het wijkje Santvoort in Baarn. Van die straat bestaat nog maar een klein stukje en dat heet Populierenlaan. Cornelis trouwde met de Nijkerkse Neeltje van de Biezen, bijgenaamd ‘Lollepotje’, naar het hoedje dat ze altijd droeg.  Uit het huwelijk werden maar liefst twaalf kinderen geboren, waaronder mijn overgrootmoeder Gradje. De kinderen en kleinkinderen van dit echtpaar bleven vooral in hetzelfde buurtje wonen, zelfs nadat de buurt gesaneerd werd en straten als Goudenregenlaan, Elzenlaan en Essenlaan verschenen. Nog steeds wonen er veel afstammelingen van Cornelis en Neeltje in dat buurtje. Een zus van Gradje, Gijsje trouwde met Roelof Keppel, de schoorsteenveger.  Een broer van Gradje werd ook een bekend gezicht in Baarn: Cornelis van Diermen, echtgenoot van Alida van Klingeren. Dat echtpaar stond beter bekend als Aal en Kees Muus. Op de hierbij afgebeelde foto ziet u de oude Cornelis met twee kleinkinderen. Rechts is mijn oma Grietje Koenen, die later met Willem de Ruiter trouwde. Links staat haar zus Neeltje Koenen, zij trouwde met Geurt van de Veen en vestigde zich in Soest. Beide meisjes zijn inmiddels ook alweer overleden.

Janus van Diermen met zijn echtgenote Jacoba Hendrika van den Elskamp

De laatste zoon van Gerritje die ik wil voorstellen is Janus van Diermen, geboren op 26 april 1863 in Ede. Hij trouwde met Jacoba Hendrika van den Elskamp uit Ede. Janus kwam niet naar Baarn, maar bleef in Lunteren wonen. Hij was een bijzonder figuur in Lunteren.  Jac. Gazenbeek schreef over hem in zijn boeken Vrijbuiters van de Veluwe. Janus kon pijn wegnemen, een gave die later door een dochter van hem is overgenomen. Hij was een geducht stroper; hij kon, bij wijze van spreken, sneller een konijn slachten dan dat je met je ogen kon knipperen. Zijn zoon Adriaan kon dat trouwens ook.
Aangezien Janus elke struik en boom in het bos en op de hei kende kwam een of andere hotemetoot op het idee om Janus aan te stellen als jachtopziener(!) Nou, daarmee had je de kat wel op het spek gebonden, want toen had Janus vrij spel. Wat zal hij in z'n vuistje gelachen hebben. Rustig konijnen vangen en er nog voor worden betaald ook.
Janus van Diermen

Zoon Adriaan had voor de geboorte van zijn zoon aan zijn vader moeten beloven, dat als er een jongen geboren zou worden, het kind naar hem, dus Janus, vernoemd zou worden.
Nu wil het geval dat de andere grootvader, Gosen Riezebos, in 's Gravenzande (vlakbij De Lier Janus Jr. werd geboren) een drukkerij bezat. Het lag dus voor de hand dat daar de geboortekaartjes zouden worden gedrukt.
Grootvader Gosen vond de naam Janus maar helemaal niks en zette, al of niet met medeweten van de ouders, op het kaartje dat het kind Jan heette. Toen oude Janus dat kaartje onder ogen kreeg ontplofte hij. Hij was niet woedend, hij was ziedend en door het dolle heen. De jonge vader werd op het matje geroepen (dat zal wel schriftelijk zijn gebeurd), maar die bezwoer zijn vader dat het kind met de naam Janus geregistreerd was. De oude Janus geloofde er geen barst van. Hij ging een, voor die tijd, wereldreis maken. Hij kocht van zijn spaarcentjes een treinkaartje en vertrok spoorslags met de trein en bus naar De Lier om zich met eigen ogen van te overtuigen dat het kind als Janus geregistreerd was. Zo'n figuur was dat.
Zo, nu heeft u een beetje geschiedenis over de Baarnse familie Van Diermen, de familie die eigenlijk 'Van de Hoef' zou moeten heten.












Eric van der Ent

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

donderdag 16 oktober 2014

Oud Korpsleden van Brandweer Baarn - Grijs Vuur

het oude brandweerembleem

Grijs Vuur – oud-leden Brandweer Baarn

Sinds november 2004 komen zo’n twintig oud-leden van de brandweer van Baarn één keer per maand op een donderdagavond bij elkaar onder de naam ‘Grijs Vuur’. De doelstelling van Grijs Vuur is een gezelligheidsclub, die op eigen benen staat. Wel met connecties met de personeelsvereniging van de brandweer, maar geen onderdeel daarvan. Daarnaast stellen zij zich ten doel het culturele erfgoed van de brandweer van Baarn veilig te stellen. Verder maken zij ook excursies en gaan lezingen bijwonen of organiseren waarbij niet alleen maar aandacht is voor oude zaken maar ook voor nieuwe ontwikkelingen.
de kelder in aanbouw
boottocht met een botter

De brandweer van Baarn heeft hiervoor de kelderruimte onder het instructielokaal beschikbaar gesteld. De kelder is door toedoen van de leiding van de brandweer en oud-commandant Wolter Wiersema omgetoverd tot een schitterende eigen ruimte voor de leden van Grijs Vuur. De ruimte is volledig ingericht met oud - klein - brandweermateriaal.

Contact met de huidige korpsleden blijft er ook doordat die op donderdagavond hun oefenavond houden. Leden van Grijs Vuur hebben het brandweermuseum in Hellevoetsluis bezocht. Ook heeft Grijs Vuur een boottocht georganiseerd met een botter vanuit Bunschoten. Vandaar zijn ze gaan varen  op de randmeren. Mede door een jaarlijkse kleine bijdrage in de pot heeft Grijs Vuur drie nieuwe vitrines aangeschaft om daarin kwetsbare stukken – bijvoorbeeld insignes en prijzen – tentoon te stellen. De prijzenkasten die aanwezig zijn, zijn volledig ingericht met het oudste deel van de behaalde prijzen van wedstrijden en dergelijke.

De Metgezellen

Metgezellen in Amersfoort



In 1994 namen enkele echtgenoten en vriendinnen van brandweermannen het initiatief om een gezellig clubje op te richten onder de naam Den Roode Suite. Dit om elkaar op een andere manier te leren kennen. Zij komen regelmatig (vier à vijf keer per jaar) bij elkaar om samen iets leuks te organiseren, zoals bloemschikken, een dropping, midgetgolfen, bowlen, een fietstocht, een etentje en één keer per jaar naar het theater. Tijdens hun tienjarig bestaan hebben de dames een boottocht door de historische grachten van Amersfoort gemaakt en een wandeling door de stad.

Een paar jaar geleden hebben ze de naam van hun clubje veranderd in De Metgezellen.









Het boek over de Brandweer van Baarn "Waarom Redden" is te koop voor een klein prijsje (€ 8,00). Kijk in onze webwinkel
Het Boek "Waarom Redden"








Geplaatst door L.J.A.Bakker oud korpslid van Brandweer Baarn

http://www.grijsvuur.nl
http://knipselsuitkranten.nl

http://ljabakker.magix.net/website#Startpagina

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter