donderdag 30 juni 2016

Een parel van een foto: Huisschilder Kerkhoven

door Eric van der Ent

Dagelijks krijgen we oude foto's van Baarn en haar oude inwoners toegestuurd. Vaak prachtige foto's. Maar zelden krijgen we zulke geweldige foto's als deze toegestuurd!



Goed, de foto is beschadigd, maar het is nog steeds een genot om naar dit plaatje te kijken. Op het bord voor de deur is te lezen dat we hier kijken naar het winkelpand van huisschilder H.R. Kerkhoven. Deze huisschilder was gevestigd aan de Eemnesserweg. Op het bovenlicht boven de deur is de oude nummering van het pand te lezen: F. 168B, rechts naast de deur de nieuwe nummering, namelijk huisnummer 21.

Helmert Richard Kerkhoven is geboren op 1 april 1867 in Baarn als jongste zoon van Herman Joost Kerkhoven en Geertje van der Flier. Voor zijn huwelijk in 1890 woonde hij enige tijd in Oudshoorn, maar op 19 december 1890, twee maanden na zijn huwlijk met Tannetje Barbara van Noppen keerde hij terug naar Baarn. Aan de Eemnesserweg begon hij zijn handel in verfwaren en in de wintermaanden, als hij weinig schilderwerk te doen had, gaf hij les in schilderen. In een advertentie uit 1890 zien we dat hij daarvoor 50 gulden lesgeld vroeg. Een enorm bedrag in die tijd.

Helmert Richard Kerkhoven
Wie er op de foto afgebeeld staan weten we ook. Helemaal rechts met de fiets staat Helmert Richard zelf. Links naast hem zijn zoon Richard, die op 4-10-1901 in Baarn geboren is. Rechts naast de deur staat echtgenote Tannetje Barbera van Noppen (1862-1959), op de grond voor de deur zit zoon Helmert Richard Kerkhoven jr., geboren 4-11-1902. Achter hem, in de deuropening, oudste dochter Geertje Kerkhoven (1891-1976). Links naast de deur zoon Daniel Cornelis Kerkhoven, geboren 10-2-1893). De dame links is dochter Jannetje Kerkhoven, geboren 19-6-1897 en helemaal links, zittend voor het fietsenrek is zoon Jacobus Daniel Kerkhoven, geboren 5-4-1899. Op de foto staan twee kinderen niet afgebeeld, namelijk Herman Joost Kerkhoven (1894-1923) en Lena Kerkhoven (1896-1897).

Ik schat dat de foto rond 1910 gemaakt moet zijn.

Waar aan de Eemnesserweg het pand precies te vinden was weet ik (nog) niet. Op de foto is te zien dat het adres Eemnesserweg 21 was, maar in het overlijdensbericht van echtgenote Tannetje Barbara van Noppen staat Eemnesserweg 23 vermeld. Dat was in 1959, blijkbaar was er toen omgenummerd.



Bovenstaande foto is het huidige pand aan Eemnesserweg 21. In de tijd dat deze foto gemaakt is, zat kapper Ton Jansen in het pand. Toegegeven, het lijkt niet op het pand van de oude foto, maar kijk eens naar onderstaande oudere foto van hetzelfde pand. Het zou het toch kunnen zijn, of niet?


Helmert Richard Kerkhoven overleed op 9 maart 1945, vlak voor de bevrijding. Hij werd begraven op de nieuwe algemene begraafplaats aan de Wijkamplaan in Baarn.

Een kwitantie van H.R. Kerkhoven uit 1916


Met dank aan mevr. Ursula Groenendaal, Papendrecht voor de prachtige foto met aanvullende informatie.

P.S.: Dhr. M. Onclin uit Baarn heeft de mooie foto digitaal voor ons opgepoetst. Hieronder het resultaat.



Eric van der Ent






Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

maandag 27 juni 2016

Zeg het met bloemkool

door Cees Roodnat


Goos Brölman III in 2014 (Foto Bob Awick)
Winkels van 100 jaar of ouder zijn in het winkelwezen van Baarn een uitstervend fenomeen. Groente en Fruitzaak Brölman, hoek Laandwarsstraat (Jeneversteeg) / Leestraat, behoorde ook tot die van vader op zoon overgedragen categorie. Goos Brölman, in opvolging helaas de hekkensluiter van de familie, ging evenals zijn gelijknamige opa op zijn dertiende meehelpen in de winkel. Broers of zussen hadden geen interesse. Door gezondheidsproblemen gedwongen moest ook Goos er per juli 2014 mee stoppen. 

Bij gebrek aan een opvolger betekent dit dat weer een bij velen geliefde winkelier zijn winkelwaren aan de wilgen moest hangen. U herinnert zich vast nog het paginagrote artikel in de BC ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de zaak in 2013. Met Goos gaat het overigens wel weer goed. Toen hij nog in vol bedrijf was vroeg hij zich wel eens af waar het met de zaak zonder hem en zonder nazaten naar toe moest. Hij liep immers al naar de  zestig en werkweken van soms tachtig uur gingen hem niet in zijn kouwe stofjas zitten. Goos’ rechterhand Carmen, vaste kracht in de zaak sinds haar zeventiende en inmiddels ingewerkt bij ambachtelijke slager van Moorselaar in de Brinkstraat (ook zo’n stokoud maar springlevend winkelbedrijf), vraagt mij daar nu wekelijks ‘of ik worst lust’.

Hendrik Brölman bij de opening van de nieuwe zaak in 1921

Maar nog even terug naar de bloemkolen. Ik vat de geschiedenis van het familiebedrijf nog maar eens kort samen. De jonge Hendrik Brölman, zoon van de smid in de Brinksteeg (daarom ook Smitssteeg genoemd) voelt niks voor de smederij. De ondernemende jongen koopt van kooplui, die in Baarn manden met levensmiddelen proberen te slijten, overgebleven handel op om er de volgende dag zelf succesvol mee op pad te gaan. Fruit (vooral citroenen in die tijd) blijkt goed te verkopen, ziet ook vader in, die uiteindelijk besluit voor zijn 18-jarige zoon een huis met winkelruimte te bouwen. In maart 1888 gaat de fruitwinkel van H. Brölman officieel van start.

Goosen Brulleman, de smid met zijn gezin, 5e van links is zoon Hendrik
Die winkel was nog op Leestraat 38, naast café Nieuw-Baarn. Toen dat in 1921 werd gesloopt, kwam de huidige winkel op nummer 44 daarvoor in de plaats. Zoon Goos Sr kon na de Lagere School meteen bij vader Hendrik aan de slag. Verbouwingen volgden (muurtje weg/kamertje erbij enz.) en waren hard nodig. Het assortiment breidde zich uit, de klantenkring groeide. Was het tot en met de oorlogsjaren voornamelijk fruit, erna verschoof het accent meer naar groenten, fruit en delicatessen. Verse waar en specialiteiten waar de opkomende supermarkten toen en nog steeds niet aan kunnen tippen. Rond 1955 gaf Hendrik het stokje over aan zoon Goos Jr, hoewel Hendrik zich tot zijn 83-ste met de zaak bleef bemoeien. Goos jr had een groot gezin waaronder de Goos waarmee we dit verhaal begonnen (duizelt het u al?) Hij dreef de zaak vanaf 1973 tot hij er mee moest stoppen… maar dat wist u al.



Is er al een koper of huurder gevonden voor het vrijkomende pand? Ja, en sterker nog: u heeft de primeur. Miranda & Marloes van de Gooische Bloembinderij en Goos zijn het eens geworden.
Na 14 jaar succesvol ploeteren in een monumentale villa in Laanstraat 16a  (trappie op – trappie af, weinig zonlicht, geen vlakke vloer, geen parkeermogelijkheid voor de deur) wilden de meiden wel weer eens wat anders. Het pand van Goos voldoet aan alle eisen, is met de auto makkelijker bereikbaar en ligt voor ‘bloemlustigen’ minstens zo centraal als de oude zaak in de Laanstraat. Tot november gaat de verkoop op het oude adres gewoon door. Ondertussen wordt voortvarend aan herinrichting van het nieuwe onderkomen gewerkt. “En Goos denkt en helpt daar enthousiast in mee, die lieve schat”, aldus twee trotse bloemenmeiden. Als volgens planning op 15 november de nieuwe zaak wordt geopend zal Goos er bij zijn, en met weemoed terugdenken aan 128 jaar familiegeschiedenis op deze plek. En alleen de gedenksteen in de gevel zal ons daar later nog aan herinneren.


Geraadpleegd: 
Jubileumartikelen in de BC t/m 2013.
Interview met Goos Brölman  en Miranda & Marloes van de Gooische Bloembinderij, juni 2016.
Foto’s collectie G. Brölman


Cees Roodnat













Dit verhaal verscheen op maandag 27 juni 2016 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    






Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

zaterdag 25 juni 2016

Wie, Wat, Waar: Glasnegatieven met onbekende Baarnaars


Speurder, de speurhond van Groenegraf.nl
Vandaag is een nieuwe uitzending in de rubriek Wie, Wat, Waar? bij RTV Baarn gestart. De rubriek is een samenwerking met Stichting Groenegraf.nl. U kent inmiddels onze speurhond "Speurneus". Tijdens de uitzending van de rubriek Wie, Wat, Waar? graaft Speurneus telkens een foto van Groengraf.nl op. Wij hopen dan dat de kijkers van RTV Baarn en de volgers van Groenegraf.nl de vragen die we hebben over de foto kunnen beantwoorden.








Dit is zijn scans van glasnegatieven uit midden jaren veertig van de vorige eeuw. De foto's zijn gemaakt door Fotoatelier N.W. Klein aan de Oude Utrechtsche Weg 10 in Baarn. Deze glasnegatieven hebben we ontvangen van dhr. Hollegie uit Bussum. Bij de sloop van een schooltje in Laren werden de glasnegatieven weggegooid. Dhr. Hollegie 'redde' deze glasnegatieven. Van een aantal van deze negatieven weten we wie erop afgebeeld staan. Zonder uitzondering Baarnaars. Van deze drie foto's weten we niet wie het zijn. Kunt u ons helpen? Als de personen herkend worden gaat het glasnegatief en een mooie afdruk van het negatief naar de betreffende familie.

Wat we precies willen weten leest u op onze site via deze link, of bekijkt u op RTV Baarn. De uitzending blijft ook te zien op onze site via deze link. Op die plek kunt u gelijk ook uw reacties plaatsen.

We zijn heel erg benieuwd of u ons kunt helpen!




RTV Baarn via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nlYouTube en Facebook.

Op onze site is deze rubriek te volgen via www.groengraf.nl/wiewatwaar

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

donderdag 23 juni 2016

Burgemeester Jhr. Mr. G.C.J. van Reenen vertelt

Het is juni 1934 en zijn op bezoek bij Burgemeester Jhr. Mr. G.C.J. van Reenen. Vanuit zijn werkkamer in het gemeentehuis van Baarn vertelt hij over zijn gemeente Baarn. 

Wereld beroemd zijn de koningsgraven in Egypte geworden, en terecht: immers zij dagteekenen uit een tijd, die niet minder dan 3000 jaren achter ons ligt. Maar - wat velen zeker niet zullen vermoeden - ook Baarn bezit koningsgraven, die in ouderdom de Egyptische weinig toegeven.

een grafheuvel in Lage Vuursche
Wie in de bossen van lage Vuursche wandelt, zal daar meer dan een dozijn heuvels kunnen vinden, die regelmatig ronden vormen verraden, dat zij door menschenhanden zijn opgeworpen. het zijn graven van stamhoofden, die meer dan 25 eeuwen geleden hier als koningen heersten. Men noemt deze grafheuvels koepelgraven, daar zij als koepelgewelven zijn gebouwd  en wel uit kringen van boomstammen, die op elkaar gestapeld werden, telkens hooger en kleiner wordend, zoodat er ten laatste een soort van reusachtige bijenkorf ontstond. Vervolgens werden zij met zand overdekt en waren gereed om in hun binnenste de lijken te ontvangen. Hier aan de Vuursche wachten ze nog op de spade van de mannen der wetenschap om hun schatten aan het licht te brengen. Baarn, en met name de Vuursche, is dus een der oudst bewoonde streken van ons vaderland; ongeveer 900 v. Chr., dus een 2800 jaar geleden, kwamen zich hier volkstammen vestigen. Inderdaad: een eerbiedwaardige ouderdom!


Ook van latere bewoners, de Saksen, vindt men ginds aan de Vuursche grafheuvels liggen, kleiner van omvang, waarin ditmaal - daar de lijkverbranding bij die stammen in zwang was, - de urnen met de brandresten werden bijgezet. geen wonder dus , dat in dit deel van de gemeente liefhebbers van oudheden hun hart kunnen ophalen en misschien zoo gelukkig zijn, een bronzen of steenen beitel uit dien grijzen voortijd te vinden.De plaats was dan ook omstreeks 1350 zoo in bloei toegenomen, dat de Bisschop van Utrecht als landsheer het dorp met stedelijke rechten begiftigde, dat wil zeggen tot stad verhief. Door deze zeldzame onderscheiding kreeg Baarn een eigen regeering en mocht het ten bewijze zijner zelfstandigheid een eigen wapen en zegel aannemen namelijk St-Nicolaas in goud op een blauw veld.Tot 1886 is dit wapen door Baarn gebruikt, toen werd, helaas: het huidige wapen gekozen, de slaaf met het steigerende paard.

Van nu af noemde Baarn zich in openbare stukken een "stad", zooals bijvoorbeeld blijkt uit de oudste bekende oorkonde, een verdrag van 1390, dat aldus aanvangt: "Wy Burgemeister, Scepene ende Raedt der Stadt van Baerne", en welke brief eindigt met niet minder trotse woorden: "So hebben wij het zegel onser stede van baerne aen desen brieff doen hangen".

Baarn in vlammen 
stad in brand
Wanneer die stadsrechten verleend zijn , weten wij helaas! niet nauwkeurig meer:  de kostbare brief is namelijk door brand verloren geraakt, zonder dat er een afschrift van bekend is. Daarom  heeft de Bisschop Sweder van Culemborch op 26 augustus 1426 opnieuw die stadsrechten verleend aan "onse Stadt van Baerne", daar de vorige brief "mit ongevalle van brande" verloren was gegaan. Die nieuwe brief bevatte ook nog weer nieuwe voorrechten, en was dus wel geschikt om eveneens nieuwe bewoners te trekken.

De jonge stad scheen derhalve voorbestemd om weldra een voorname plaats van eemland te worden. Maar helaas! "es hat nicht sollen sein!" want plotseling en wreed werd eenen dag aan den bloei dezer opkomende stede een eind gemaakt.

Immers op den dag voor Kertsmis van 't jaar 1481 kwamen Hollanders Eemland binnenvallen en nog denzelfden avond lagen Eemnes, Baarn en Soest "in de kolen" en laaiden de vlammen in dien heilige Kertsnacht hoog ten hemel! Wel waren de bewoners van Baarn krachtens een verdrag van 1443 in allerijl binnen de veilige muren van Amersfoort gevlucht, zodat niemand het leven verloor, maar de opkomende "stadt" was op een paar huizen na geheel verwoest. Deze ramp is Baarn niet meer te boven gekomen: het bleef tot aan onze dagen een onbeduidend boerenplaatsje, dat bijvoorbeeld in 1759 nauwelijks 350 inwoners telde.

nabij station Baarn
Maar .... daar wordt in 1874 het dorp "door ijzeren banden "met Amsterdam verbonden: de spoorlijn wordt geopend (op 10 juni) en het schijnt, of er een toverstaf het vergeten boerenplaatsje heeft aangeraakt: het verandert zienderogen in een modern villadorp. het schijnt of heel Amsterdam zich wil werpen op dit bekoorlijk plekje met zijn ongerept natuurschoon: zijn statige bosschen vol van de aroma der ruischende dennen. Alom verrijzen villa's en woningen en in korten tijd zijn we straten en lanen, ja heele parken volgebouwd. 
Zoo is het te begrijpen, dat het zielental in korten tijd van 2500 tot over de 10.000 steeg. En met die uitbreiding kwamen ook allerlei geriefelijkheden. Veel tot die uitbreiding heeft nabij gelegen domein Soestdijk bijgedragen, daar de Hooge Ambachtsvrouwe steeds vrije wandeling in de bosschen toestonden en altijd waar hun medewerking werd ingeroepen, die hulp op ruime schaal verleenden. Zoo voelt Baarn zich als het ware één met het Domein.Wij kunnen ons dan ook moeilijk voorstellen, dat het Paleis er eenmaal niet was. Omstreeks 1650 stond daar ter plaatse een buitenverblijf ('een hofstede aan den Zoestdijck"), toebehorende aan de Amsterdamsche burgemeestersfamilie De Graeff. Van een hunner, namelijk van Mr. Jacob de Graeff, kocht Willem III na diens verheffing tot stadhouder genoemde buitenplaats aan op 26 April 1674 ( voor fl. 18.775,-) en liet er een jachtslot bouwen, daar de  Prins in vele bosschen van de jacht volop wilde genieten. De Staten van Utrecht haastten zich nu hem de Gerechten Baarn, Soest, Eemnes en Eembrugge als Hooge Ambachtsheerlijkheden op te dragen, een zeldzame eerbetooning, daar hij zoo goed als oppermachtig gebieder in deze vier genoemde Hooge Heerlijkheden werd.

Aanvankelijk was het grondgebied van Soestdijk maar klein, doch van lieverlede werd het door aankoop grooter. Vooral de weduwe van Willem IV, Prinses Anna van Engeland, moet hier genoemd worden. Zij kocht in 1768 de Eult aan, het groote zomerverblijf bij de huidige naald, dat reeds omstreeks 1625 een bezit der Amsterdamsche Burgemeestersfamilie de Bickers was. Hierdoor kwam het geheel Bosch tussen den Amsterdamsche Straatweg en 't dorp bij het Domein. Bovendien liet zij het bosch aanmerkelijk verfraaien door den aanleg van de Lindenlaan, de Groote Kom, den Troon, de Berceaux, de Comedie, enz. Onze huidige wandelaars genieten er nog altijd na twee eeuwen volop van haar werk.

In den Franschen tijd verviel Soestdijk aan den Staat, maar in 1815 droegen de Staten-Generaal het op aan den Kroonprins (den latere Koning Willem II) als hulde aan zijn moedig gedrag bij Quatre-Bras en Waterloo, terwijl zij tevens ter eere van zijn moed en beleid in genoemde veldslagen betoond, een Gedenknaald oprichten. ( De kanonnen naast de Naald werden later door den Kroonprins in de Tiendaagschen Veldtocht op de Belgen veroverd).

Een moderne plaats
Een ander, hoewel eenvoudiger monument, staat vlak bij 't Paleis aan den Praamgracht bij de brug, namelijk het gedenkteken voor Christoffel Pullmann. In den nacht van 26 op 27 Juli 1787 wilde een legertje van 500 Patriotten uit de stad Utrecht het Paleis overrompelen. Maar een de schildwachts Christoffel Pullmann geheeten en Duitscher van geboorte, zag nog tijdig de vijanden naderen. Men eischte zijn geweer op, maar onder den uitroep: 'Ich bin ein ehrlicher Kerl", schoot hij zijn snaphaan af, en waarschuwde zoo de kleine bezetting van 90 man op 't Paleis. De trouwe schildwacht werd door de Patriotten op staanden voet neergeschoten en op de plaats van zijn heldendood verrees weldra het eenvoudige monument. Jaarlijks in den vroegen morgen van den 26 Juli werd  namens H.M. de Koningin-Moeder steeds een krans van levende bloemen aan 't gedenkteeken gehangen.

Jhr. Mr. G.C.J. van Reenen staat sedert 1923 aan het hoofd der gemeente Baarn. Burgemeester van Reenen werd de 21sten December 1884 te Nijmegen geboren en
Burgemeester van Reenen
studeerde aan de Utrechtsche Universiteit in de Rechten. Van 1911 tot 1916 was hij werkzaam ter Provinciale  griffie van Gelderland te Arnhem, terwijl hij daarna werd benoemd tot burgemeester van Nijkerk.

De Baarsche bevolking heeft ook van de werkloosheid te lijden, vertelt ons Jhr. van Reenen. Er zijn er zelfs betrekkelijk veel voor een plaats, waar geen industrieën gevestigd zijn. Dat  is daar aan toe te schrijven, dat de werkeloozen hoofdzakelijk bouwvakarbeiders zijn, die ook buiten de gemeente hebben gewerkt. bij ontslag zijn deze werkeloozen naar hun woonplaats Baarn teruggekeerd. De werkeloozen worden van gemeentewege gesteund, terwijl er ook een aantal in een werkverschaffing zijn te werk gesteld. Voor een gemeente als Baarn zijn de maatregelen, die de regeering heeft getroffen, beslist catastrophaal. Baarn heeft aan haar natuurlijke gesteldheid haar voornaamste bron van inkomsten te danken. Het natuurschoon maakte Baarn tot een woon- en ontspanningsoord bij uitnemendheid. Het is dan ook een aardig dorp met ouderwetsch karakter en tal van goede winkels. Natuurlijk heeft de winkelstand ook  den terugslag van de economische crisis ondervonden, doch hij is zeer energiek, men laat zich gelukkig niet spoedig ontmoedigen.  De verleden jaar gehouden winkelbeurs en tentoonstelling is een eclatant succes geworden en hieruit blijkt wel dat de middenstanders den moed niet spoedig laten zakken.

Een der aantrekkelijkheden van Baarn is wel het Paleis Soestdijk, dat door wijlen Koningin Moeder werd bewoond. Haar heengaan word door de Baarnsche bevolking als een gevoelig verlies beschouwd. Thans staat het paleis gesloten en verlaten te midden van het park, dat den afgeloopen zomer duizenden bezoekers heeft getrokken. De Vereniging Voor Vreemdelingenverkeer verricht hier met succes haar werkzaamheden. Verder zijn de belastingen hier laag, terwijl getracht zal worden ze, ondanks de moeilijke tijden, laag te houden. De huizen en de grondprijzen zijn hier billijk, vooral in het voormalige Pekingbosch zijn de grondprijzen zeer voordeelig. Bijzonder aandacht verdiend de Hortus-Botanicus van de Utrechtsche Universiteit, waarvoor  het Cantonpark, 3,5 H.A. groot, aangelegd door den vroegeren eigenaar, den heer Aug. Janssen, geheel is afgestaan door diens erven en prachtig is aangelegd. De Hortus ressorteert  onder proffessor Pulle, en wordt veel door Utrechtsche studenten bezocht.

In de Torenlaan  bevindt  zich de Baarnsche manege, die aan ruiters en amazonen de gelegenheid biedt om in de bosschen rondom Baarn zich te ontspannen. Aan de Spoorlaan is een tennisbaan aangelegd, die geëxploiteerd wordt door de Vereeniging tot verfraaiing van Baarn. Voor voetbal- en korfbalspel en in het algemeen voor lichamelijke oefening en sport bestaat ruimschoots de gelegenheid door verschillende vereenigingen voor gymnastiek en voor openluchtsport. Aan de Eem bevinden zich zweminrichtingen voor twee klassen van gebruikers, en een wherryhuis: meer naar den kant van Eembrugge is een gelegenheid om de Eem en het IJsselmeer te bevaren met motorbooten. Op het gebied van amusement en ontspanning kan Baarn pogen op ,,Musis Sacrum" en een bioscooptheater dat steeds tal van bezoekers trekt. Het concert- en schouwburggebouw ,,Musis Sacrum."
Musis Sacrum Baarn
werd zonder eenige gemeentelijke subsidie gebouwd, doch de ondernemers hebben zich op voortreffelijke wijze laten voorlichten.
Het toneel bijvoorbeeld heeft de zelfde afmetingen en outillage als dat der Stadsschouwburg  in Amsterdam. Verder bloeit het vereenigingsleven in sterke mate, vooral voor de muziekverenigingen bestaat groote liefhebberij.

De spoorverbinding met Utrecht en Amsterdam is zeer gunstig en speciaal deze laatste zal nog worden verbeterd, wanneer de electrische treinen op dit traject gaan rijden. Aldus Burgemeester Jhr. Mr. G.C.J. van Reenen vanuit zijn werkkamer in juni 1934.

         
Leen Bakker

  
Geplaatst door L.J.A.Bakker 


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  







maandag 20 juni 2016

Herinneringen aan Santvoort (6), De maaltijden

door Thea van der Ent-de Ruiter





Nooit zal ik de gezichten van Opoe en Opa vergeten als we gingen eten. Voordat wij kwamen haalde opoe af en toe een onsje ontbijtspek. Dat vond opa lekker. Ik haalde altijd, behalve brood (vers en nog warm uit de bakkerij van De Gier), ook roggebrood, krentenbrood en drie of vier soorten hartig beleg van Metten en allerlei zoetigheid. Opoe zei ook steeds: “Deerntje, is dit niet te gek? Kan bruin dat wel trekken?” Het bidden en danken werd bijna verdubbeld, zo dankbaar waren ze, dat ‘de Heer’ zo goed voor ze zorgde.

Elisabethstraat
Opa was zo mager als een panlat, maar hij lustte zijn happie wel graag. Ook het warm eten was iedere dag een traktatie. Opoe schilde na het brood eten om 12 uur direct de ‘piepertjes’ (aardappelen) voor het avondeten, en de groente werd ook al klaargezet. Er stond in het keukentje een tweepits gasstel met in het midden een klein pitje. Het vlees moest ik dus van te voren al braden. Opoe deed voorheen bijna een week met een pondje gehakt of een paar plakken spek. Wij aten gewoon de pan leeg en morgen weer wat anders.
Opoe was blij met de geiser, hoewel het ze niet kon laten om een fluitketel water op de kookkachel te zetten. Dat werd eerst gebruikt. Ook melk warm maken of vlees sudderen ging op de kachel. Die brandde toch, dus kostte het geen extra geld. Een koelkast hadden we niet, wel een diepe kelder waar de piepertjes opgeslagen lagen en er waren planken voor etensvoorraad.

Er was wel iets waar opoe verschrikkelijke hekel aan had en dat was: eten weggooien. Er mocht geen kruimel weggegooid worden. Piepers en groente kon je de volgende dag oppiepen voor een kliekje. Opoe had als kind zo’n honger gehad. Dat zat nog vers in het geheugen. Maar ja, sla kon je niet bewaren, dat was aangemaakt en er zat van alles in. Er bleef altijd wel wat over, dus terwijl het niet goed voor haar was, at ze toch de bak helemaal leeg. Daar had ze een galaanval voor over. Als het eten klaar stond en het wachten was op Dirk die nog uit zijn werk moest komen, konden opoe en opa het haast niet afwachten. Als hij dan eindelijk kwam dan liep hij langs het raam en zwaaide, maar liep gelijk door naar zijn volière om te kijken of met de vogels alles nog goed was. Dan werd opa ongeduldig, pakte een bord van tafel en tikte daarmee op het raam om Dirk te laten zien dat hij moest eten. Dat tikken was soms bonken, want hij hoorde het zelf niet. Ik was weleens bang dat hij dat grote raam eruit zou slaan!

In de volgende aflevering: De kachel.

Lees deze serie vanaf het begin

Thea van der Ent-de Ruiter














Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter