zaterdag 25 april 2015

Feliciteer ons en ontvang een gratis poster

Het zal u niet ontgaan zijn, we bestaan dit jaar 10 jaar. Dit jaar staan we op Koningsdag  weer met een kraam op de Brink in Baarn. Komt u bij ons kijken?
Feliciteert u ons daar met ons jubileum, dan ontvangt u gratis een prachtige groot-formaat oud-Baarn poster!




Al bijna tien jaar groeit onze site mede dankzij een steeds groter wordende groep vrijwilligers. Dit jaar bestaan we tien jaar. Om het jubileumjaar goed in te luiden is onze website volledig vernieuwd. In oktober zullen we nog een dag uitkiezen waarin we dit samen met u gaan vieren met een receptie en tentoonstelling.


Als u vindt dat Stichting Groenegraf.nl goed werk doet en dat we de kans moeten krijgen om nog meer activiteiten te ontwikkelen, overweeg dan eens om vriend of vriendin van Stichting Groenegraf.nl te worden. Dat kan door vrijwilligerswerk te doen of door een (kleine) bijdrage in de kosten. Wat we hebben bereikt is tot stand gekomen zonder subsidie. Onze activiteiten worden gefinancierd door onze webwinkeltje en door donateurs.

Wilt u vriend worden van Stichting Groenegraf.nl? Klik dan hier om u te registreren.
Doneert u 10 euro of meer, dan ontvangt u een kleine verrassing. Alvast bedankt!

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op  Facebook en Twitter

vrijdag 24 april 2015

De Tweede Wereldoorlog in Baarn (1)

door Wim Velthuizen


Dit is geen algemene politieke of economische beschouwing, omdat daarover al veel is gepubliceerd. Hier beperken wij ons tot een aantal lokale gebeurtenissen, opgetekend uit de monden van Baarnaars. Alle genoemde namen zijn echt. De archieven van de Historische Kring Baerne gaven veel informatie. Daarnaast zijn veel boeken en het internet gebruikt om het volgende verhaal te vertellen en een indruk te geven van de leefomstandigheden in Baarn in de jaren 1940-1945. De basis van dit verhaal is ontstaan toen de Historische Kring Baerne een hoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog opnam in het boek 1000 jaar Baarn.



Fotoverkenningsvlucht boven Baarn van de RAF in de oorlogsjaren.
De lichte streep is de Torenlaan. Links is de begraafplaats te zien. Rechts het Rode Dorp.


Oorlogsdreiging

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) hadden enkele landen, waaronder Nederland en Zwitserland een neutrale status. Die landen hadden niets te duchten van het oorlogsgeweld. Dat geluk was ons land helaas niet beschoren in de Tweede Wereldoorlog. Nadat Adolf Hitler (1889-1945) in 1933 rijkskanselier werd, ontstond er oorlogsdreiging in Europa. In 1938 werd Oostenrijk geannexeerd. Een jaar later viel Duitsland Polen aan. In april 1940 troffen Noorwegen en Denemarken het zelfde lot. Wat zou er met ons land gebeuren?

De Nederlandse regering had al in januari 1939 voorbereidingen getroffen voor eventueel noodzakelijke voedseldistributie. In september 1939 kwam het officiële bericht:





Toen kwam de onvermijdelijke mobilisatie: mannen moesten in militaire dienst komen om in geval van oorlog het land te verdedigen. Baarn, met in die tijd ongeveer 13.000 inwoners, was een verdedigingspunt in de Grebbelinie van de Neder-Rijn bij de Grebbeberg via de Eem tot de vroegere Zuiderzee, het huidige Gooimeer. De polder aan de oostkant van de Eem werd onder water gezet. Deze ‘Bunschoterkom’ liep via Hoogland tot Amersfoort. In Hoogland zouden burgers en boeren met vee en al naar Volendam moeten evacueren in geval van oorlog. Bunschoters en Spakenburgers zouden per boot naar Enkhuizen varen. Een deel van de Soesters moest per trein naar Hoogkarspel en dorpen in de omgeving zoals Lutjebroek. Daar waren toen nog nooit zo veel mensen van buiten dat dorp geweest. Baarnaars zouden in Laren, Blaricum en Huizen worden ondergebracht.

De Eembrug aan de Bisschopsweg bij Baarn was de enige brug in de Oost-West verbinding over de Eem tussen Amersfoort en het toenmalige IJsselmeer. Om een beter schootsveld te hebben, werden enkele boerderijen aan het Zuidereind platgebrand.


Toen kwam de onvermijdelijke mobilisatie: mannen moesten in militaire dienst komen om in geval van oorlog het land te verdedigen. Baarn, met in die tijd ongeveer 13.000 inwoners, was een verdedigingspunt in de Grebbelinie van de Neder-Rijn bij de Grebbeberg via de Eem tot de vroegere Zuiderzee, het huidige Gooimeer. De polder aan de oostkant van de Eem werd onder water gezet. Deze ‘Bunschoterkom’ liep via Hoogland tot Amersfoort. In Hoogland zouden burgers en boeren met vee en al naar Volendam moeten evacueren in geval van oorlog. Bunschoters en Spakenburgers zouden per boot naar Enkhuizen varen. Een deel van de Soesters moest per trein naar Hoogkarspel en dorpen in de omgeving zoals Lutjebroek. Daar waren toen nog nooit zo veel mensen van buiten dat dorp geweest. Baarnaars zouden in Laren, Blaricum en Huizen worden ondergebracht.

De Eembrug aan de Bisschopsweg bij Baarn was de enige brug in de Oost-West verbinding over de Eem tussen Amersfoort en het toenmalige IJsselmeer. Om een beter schootsveld te hebben, werden enkele boerderijen aan het Zuidereind platgebrand.

Deze steen 'de rijzende leeuw' geeft nu nog aan waar de
boerderij werd platgebrand



De mobilisatie verliep vlot: vanaf het najaar van 1939 vonden de soldaten, die hier de Grebbelinie moesten verdedigen, onderdak in scholen en gebouwen zoals Huize Peking aan de Torenlaan. Het café “Onder de Linden” in de Hoofdstraat werd hun kantine; een situatie die nog maanden zou duren.


Soldaten oefenen op het ijs
De Baarnsche Courant kondigde op 4 januari 1940 schaatswedstrijden aan over 500 en 1000 meter op de ijsbaan aan de August Janssenweg voor gemobiliseerde militairen in Baarn. Inmiddels verschenen bonnenboekjes en kwam er een ‘suikerbieten en erwtenbeschikking’. Geruchten dat Nederland in oorlog met Duitsland zou komen werden sterker.




En dan …
In de vroege ochtend van 10 mei 1940 worden veel Baarnaars wakker van het geronk van honderden overkomende vliegtuigen. Niemand beseft dat ze vliegvelden in het westen gaan bombarderen en parachutisten gaan afwerpen. Niemand weet dan nog dat de Duitsers die nacht de Maas in Limburg al zijn overgetrokken en ook in het noorden zijn binnengevallen. In Baarn klinken alarmsignalen. Zou het dan toch echt oorlog worden? Gehaast nemen de militairen hun posities in langs de Eem; het is dan nog geen zes uur. Op deze dag is de 21 jarige Leendert Johannes Beerschooten het eerste Baarnse slachtoffer. Op vliegveld De Kooy bij Den Helder is hij als radiotelegrafist dodelijk getroffen. Leen ligt in Baarn begraven. Die ochtend verklaart de regering officieel dat Nederland met Duitsland in oorlog is. Al spoedig volgt de oproep van burgemeester Jhr. Mr. G.C.J. van Reenen: evacuatie der gemeente baarn- houd u gereed! de afvoer van de burgerbevolking kan ieder ogenblik een aanvang nemen. u moet onmiddellijk alles verzamelen wat U mede moet nemen.


Zaterdag 11 mei begint de grote uittocht, een ware volksverhuizing. Sommigen in een auto, anderen op een vrachtwagen, maar de overigen vormen een lange, trieste stoet van fietsen, vol gehangen met de meest nuttige zaken, bakfietsen met kinderen en soms zelfs met opa en oma. Velen lopen echter, zoals die oude juffrouw met een poesje in een handtas en een koffertje met alleen het aller noodzakelijkste. Een oudere Baarnse dame wordt op een handkar naar Laren gebracht. Door een hobbel in de weg laat ze een fles levertraan vallen. Gaat het oude spreekwoord ‘scherven brengen geluk’ nu ook op? In Huizen, Blaricum en Laren is reeds een verdeling van woonruimte gemaakt. Soms komen eenvoudige Baarnaars in een dure villa terecht. Maar Wim Nieuwenhuizen slaapt boven een koeienstal. Het komt echter voor dat bewoners weigeren om Baarnaars op te nemen. Dan moet de politie er aan te pas komen om het verder te regelen.

Op het Stationsplein worden koeien en paarden verzameld. Kippen en konijnen gaan naar het sportveld van het lyceum, varkens gaan rechtstreeks naar het slachthuis aan de Ericastraat. Voor de achterblijvers wordt Baarn een spookstad: iemand melkt een koe, die zo maar voor zijn huis staat. Baarn biedt een aanblik die elke verdere beschrijving tart.

Binnenkort in deel 2: 'De Koninklijke familie' en 'Leven en verzet tijdens de bezetting'


De serie "De Tweede Wereldoorlog in Baarn" is opgetekend door Wim Velthuizen. Gedeeltes van deze serie zijn gepubliceerd in het prachtige boek '1000 jaar Baarn' uitgegeven door de Historische Kring Baerne. Aangezien de ruimte in het boek beperkt was, kon het verhaal slechts deels opgenomen worden in het boek. Het complete verhaal wordt door publicatie van deze serie via de website van Stichting Groenegraf.nl gedeeld, met vriendelijke toestemming van de Historische Kring Baerne. Wij willen hiervoor Wim Velthuizen en de HKB hartelijk danken!

Website Historische Kring Baerne: www.historischekringbaerne.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

woensdag 22 april 2015

De onderduiker en het kind, herinneringen aan Spoorstraat 2

Een Baarns verhaal uit de nadagen van de Tweede Wereldoorlog,
door Ed Vermeulen.


Spoorstraat 2


Vooroorlogse opname van de villa Spoorstraat 2
Foto: Collectie Stichting Groenegraf.nl
Van 18 januari 1944, ik was net twee jaar, tot februari 1950 woonden mijn moeder en ik in de Spoorstraat. Op nummer 2 om precies te zijn. Een prachtige oude villa gebouwd in of rond 1880. Dit historische gegeven was mij uiteraard toen niet bekend. Wij waren na de scheiding van mijn ouders vanuit Den Helder, waar beiden geboren en getogen waren en ik net niet geboren, naar Baarn gekomen. Mijn moeder had in Den Helder een aantal bombardementen en beschietingen meegemaakt, waarbij ondermeer het huis van mijn ouders was getroffen. De oorlog was in volle hevigheid aan de gang. In de scheidingspapieren wordt ik aangeduid als ‘het kind’. Onder deze omschrijving zult u, de lezer, mij tegenkomen in dit verhaal. Mijn min of meer mogelijk redelijk betrouwbare kinderherinneringen beginnen ergens in het begin van 1945. Het kan dus zijn dat een aantal details van mijn verhaal gekleurd zijn door mijn kennis van nu over deze bijzondere periode uit onze geschiedenis.

                 
Vooraanzicht villa, onze huiskamer was rechts.
Foto: Ed Vermeulen
Wij woonden aan de rechterkant van de villa, onze huiskamer was aan de straatkant, de slaapkamers boven, ook rechts. Het huis werd in tweeën gedeeld door een lange van voor naar achter lopende gang. In deze gang een witmarmeren vloer. De wanden en het plafond zijn royaal voorzien van prachtig stucwerk. De grote keuken met, toen,  een ingang voor de leveranciers bevond zich achter onze huiskamer.


Een kelder onder het huis en boven een grote zolder, ook met kamers, waaronder een badkamer en een dienstbodevertrek, met bedstee. Achter het huis was een grote en avontuurlijk tuin. Voor het merendeel ommuurd. Fruitbomen en struiken en in het midden een reusachtige conifeer. Voor uw beeldvorming: de tuin liep en loopt door tot achter het pand Laanstraat 85 waar vroeger Drogisterij van Crimpen was gevestigd. Nu is daar Damesmodehuis Witteveen.
De gang, veel marmer en prachtig stucwerk.
Foto: Ed Vermeulen
Aan Leestraatzijde tot aan de tuin van het reeds lang gesloopte pand Leestraat 18, waar in andere tijden de familie Parmentier woonde. Nu de uitgang van het parkeerterrein van Supermarkt Jumbo Den Blanken. De lezer zal begrijpen dat ik, hoe klein ik ook was, mij heel bijzonder voelde in dit voorname huis. Wanneer men mij vroeg hoe ik heette en waar ik woonde zei ik in mijn eerste gebrabbel ’Eddymeulenpottatee’ , hetgeen zoveel betekende als ’Eddy Vermeulen, Spoorstraat 2’. Sommigen meenden hieruit op te kunnen maken dat ik van voorname huize was. Niets is echter wat het lijkt te zijn. Mijn moeder en ik waren niet de enige aanwezige personen in dit fraaie ’stadspaleis’. Aan de linkerkant van de villa, voor mij aan de andere kant van de gang, hield de heer Ritzema, een vriendelijke heer van middelbare leeftijd, kantoor. Bovendien verbleef op zolder ’oom Klaas’, de onderduiker! Een woord waarvan de betekenis toen uiteraard geheel en al aan mij voorbij ging. Wie hij was, hoe hij echt heette en waar hij vandaan kwam wist ik niet en dat was misschien maar beter ook. Zo is het opgenomen en vastgelegd in mijn  herinnering.



Kennis van nu

Een aantal jaren geleden vatte ik het plan op om de geschiedenis van Spoorstraat 2 in verhaalvorm vast te leggen. Ik besloot te beginnen met een zoektocht naar de feiten achter en rond mijn directe oorlogsherinneringen. Ik noem dit de opbouw naar de kennis van nu. Tijdens dit proces ontdekte ik dat de hierboven genoemde heer Ritzema zich al sinds 1933, komend vanuit Semarang, havenstad op Java in het voormalige Nederlands Indië, op het adres Spoorstraat 2 had gevestigd. En hij niet alleen, maar ook zijn echtgenote en hun drie kinderen, dochter Tineke en zoons Ibeling en Henk, beiden in Indië geboren, woonden in de villa. Mevrouw Ritzema was de zomer van 1941 overleden.


Achtertuin, jaren dertig vorige eeuw. Echtpaar Ritzema Sr., links Ibeling (de onderduiker),
vooraan Tineke, boven achter Henk. Overigen N.N. Op achtergrond bebouwing Laanstraat.
Foto: Collectie Familie Ritzema
                     

Zet dit gegeven af tegen mijn op mijn kinderherinnering gebaseerde waarneming dat de heer Ritzema  ’er kantoor hield’ en het verhaal krijgt een uiterst verrassende wending. Een aantal jaren na de oorlog vertelde mijn moeder mij dat de onderduiker, door mij ’oom Klaas’ genoemd, de hierboven genoemde Ibeling Ritzema was. Na een korte zoektocht kwam ik in de herfst van 2013 in contact met de dochter van ’oom Klaas’ . Zij beantwoordde niet alleen al mijn vragen over haar vader maar vertelde mij ook dat de familie in het bezit was van een door hem, met potlood, geschreven dagboek. Hierin had hij zijn bevindingen van de laatste oorlogsjaren vastgelegd. Aan het eind van ons gesprek volgde het bijzondere en door mij zeer gewaardeerde aanbod om dit dagboek te mogen lezen. Een aanbod dat ik, zoals zich laat raden, met twee handen heb aangegrepen. Via het lezen van zijn dagboek kwam ik er achter dat zijn zuster Tineke tijdens de oorlogsjaren haar veerkracht en sterke karakter toonde bij het ondernemen van voedseltochten en dat zijn jongere broer Henk op 12 juli 1942 met zijn schoolvriend van Het Baarnsch Lyceum, de  eveneens in Baarn wonende joodse Richard Barmé via België en Frankrijk naar Zwitserland was ontkomen. Een dramatisch verhaal voor altijd vastgelegd in het in 1995 uitgekomen door auteur Eddy de Roever geschreven boek ’Richard Barmé’. Bijzondere verhalen, waard om verteld en niet vergeten te worden. In mijn verhaal echter zal de nadruk op onderduiker Ibeling alias ’oom Klaas’ liggen.

Dagboek van de onderduiker


Het door de tand des tijds gehavende dagboek
Foto: Ed Vermeulen
Het dagboek, een klein boekje duidelijk aangetast door de tand des tijds, bevat een tweehonderdtal dicht beschreven bladzijden. De inhoud voert de lezer door de laatste periode van de Tweede Wereldoorlog. Het begint op 6 mei 1943 en eindigt  op 10 mei 1945. Tewerkstelling in Duitsland, voedseltochten, oorlogsnieuws, beschietingen, politieke overzichten en de lang verwachte en naderende bevrijding voeren de boventoon, maar ook veel eenvoudig of gewoon Baarns nieuws werd vastgelegd. Maar bovenal werd de onderduiker zichtbaar, bijna tastbaar en als klap op de vuurpijl werden mijn kinderherinneringen of althans een klein aantal daarvan bevestigd. Wie ooit heeft mogen twijfelen aan mijn verhalen uit en over mijn jeugd krijgt nu, bij het lezen van het dagboek, de bevestiging van mijn gelijk. In mijn verhaal derhalve mijn herinneringen, getoetst aan fragmenten relevante tekst uit het dagboek van ’oom Klaas’. Een klein wonder!

                           
Twee pagina's uit het dagboek van de onderduiker
Foto: Ed Vermeulen


De onderduiker

Dat Ibeling Ritzema moest onderduiken had te maken met het feit dat hij zich in 1943 na vier maanden, in het kader van de Arbeitseinsatz, tewerkstelling door en voor de bezetter, aan deze dienst had onttrokken. Alles nauwkeurig door hem vastgelegd in zijn dagboek. Zo lezen we dat zijn werkplek in de buurt van Berlijn was, in de Mauser wapenfabriek. Hier verbleef hij, samen met zijn vriend Fauke Mobach uit Soest en een groep Baarnaars waaronder bekende namen als van Wijk en Blaauwendraat en anderen, in het zogenaamde  Fremdenlager in Borsigwalde. In zijn dagboek schrijft hij hierover ondermeer het volgende:

Het vertrek

6 mei Baarn 1943
Koffers pakken. ’s Morgens voorzichtig op straat. Er worden weer razzia’s gehouden. We worden wat zenuwachtig. Eten bruine bonen met lekker vlees. Om 02.25 uur naar de trein. Toppunt van  optimisme: nu een retour naar Utrecht. Politie en Duitsers patrouilleren. Het standrecht heerst nog steeds! Zie Pappie en Tineke nog. ’Hou je taai jongens, Nederland zal herrijzen’. 

Duitsland

Donderdag 13 mei (1943) Borsigwalde,
Arriveren om één uur op de Mauser. Heb een rot indruk. Onderweg op een van de stations een gesprek met een Hollander, die aan het Oostfront was geweest. Was hij krankzinnig? Krijgen koolraapsoep van een Hollandse kok en hebben dus weer twee maal gegeten. Het grapje dat we bij het wisselen van elk kamp hebben uitgehaald. Om half zes opstaan en naar de fabriek. Moeten een verklaring tekenen, dat we niet zullen saboteren. Er is ons geen werk opgelegd. We tekenen niet. Er wordt gedreigd met de Gestapo. 

Vrijdag 14 mei 1943
Het eerste luchtalarm. Er wordt flink geschoten. Door de oververmoeidheid slapen we echter spoedig weer in. De toestanden in ’t kamp slecht. Eén kraan voor 170 man (studenten), geen WC.

Zaterdag 5 juni 1943
We moeten nu werken bij transport ijzeren staven helpen uitladen. Beestenwerk een ongelooflijk zwaar.

Woensdag 28 juli 1943
Verslapen ons ’s morgens. Worden om half zes wakker. In de gang staan pakketten en liggen brieven, die later door Bertus Geleijsteen, op doorreis naar Warschau, gebracht blijken te zijn. Op de fabriek een half uur luchtalarm ’s morgens.

Dinsdag 24 augustus 1943
Het blijkt een serieuze aanval te zijn. Eerst om 03.00 uur komt het signaal ’Alles veilig’. Het luchtafweer was zeer hevig. Tegen de lucht zien wij grote branden.
Het gesprek van de dag was het bombardement. ’s Avonds een pakket met een wekker en een krentencake. Er blijken zestig vliegtuigen neergeschoten te zijn. Om half twaalf weer luchtalarm en er wordt op het ogenblik hevig geschoten.

In deze heftige periode werd door de groep Baarnaars  het plan opgevat om zich aan de Arbeitseinsatz te onttrekken, de boel de boel te laten en terug te gaan naar huis, naar Baarn. Een uiteraard zeer risicovolle beslissing. Toch zet de groep door. Op 8 september is het zover. De terugreis per trein begint.


De terugreis

Woensdag 8 september 1943
Vier maanden geleden gingen we op transport naar Duitsland en op deze dag keerden we terug. Om 5 uur werden we wakker en besloten we maar te gaan.
We stapten in op het Lehrter Bahnhof. We passeerden verschillende stations Rathenau, Stendal, Lehrte. Terwijl we Berlijn uitrijden kunnen we door het regengordijn de puinhopen onderscheiden. Zoveel verwoestingen als hier heb ik nergens gezien. Om half elf in Hannover. Geslapen in de wachtkamer van het station.

Donderdag 9 september 1943
Tegenover ons zitten twee Duitse officieren. Ze zeggen ’Haben Sie es gehört? Italien hat bedingungslos kapituliert’. ’ Die Hunde, Mensch, die Hunde, Mensch!
Ik gaf echter maar geen asem. Zo brachten wij de nacht door. 04.31 via Hamelen naar Löhne. In Osnabrück zagen we sperballons. Aankomst Rheine 11 uur. Stappen in de trein. Er loopt een politieagent door de trein: Ausweis!
Geef onbewogen mijn (Zweedse ) pas af. Hij zocht naar het stempel , maar vond het niet.  

Aankomst Baarn

Vrijdag 10 september 1943
Negen uur wakker. Opstaan, wassen, eten. We vertrekken weer om ca. 10 uur.
Half één in Hardenberg. Gaan met een extra boemeltrein van Zwolle naar Amersfoort. Reis zonder emoties. Er stapt een Duitser in met een juffrouw, maar het schijnt een goede te zijn. Aankomst Amersfoort 06.00. Bellen om 07.00 op. Wie is aan de telefoon? Broertje!!! Naar station. Trein vertrekt 08.53. Aankomst Baarn 09.06. Thuis!  
                     
Het kind: herinneringen

18 Januari 1944. De dag dat mijn moeder en ik officieel inwoners van de gemeente Baarn werden. Precies een week na mijn tweede verjaardag!

November 1943, bijna twee jaar!             De Dam, Amsterdam, samen
                                                                      met mijn moeder, 1946, vier jaar!
Foto's: Collectie Ed Vermeulen

Vanaf deze dag liepen de levens van de onderduiker en mijzelf min of meer parallel en ging hij als ’oom Klaas’, een rol in mijn jonge leven spelen. Of is het andersom en ben ik in zijn leven terecht gekomen? Bij het lezen van het dagboek werd mij duidelijk dat er ondanks het aanzienlijke verschil in leeftijd een band was ontstaan tussen de onderduiker en het kind.
Zolder, kelder en tuin staan centraal in mijn in bescheiden aantal en misschien wel enige echte oorlogsherinneringen. Hierin zijn de zolder en ’oom Klaas’ onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hier was immers zijn schuilplaats, een  ruimte achter een zolderwand, in de kamer rechts voor. Deze plek werd door hem gebruikt om zich te verbergen bij eventuele invallen en huiszoekingen.
                                           
Ooit de kamer van de onderduiker! Nu kantoor.
Foto: Ed Vermeulen
             
Het kind: vliegtuigen

De zolder was ook de plek waar mijn moeder en ik keken naar de overvliegende vliegtuigen. Deze waren naar mij later verteld is onderweg naar de grote steden in het westen om daar voedseldroppings uit te voeren bestemd voor de hongerende bevolking.

Vanuit het zolderraam keken we                                                           Vliegtuigen... op weg waarheen?                        
naar de vliegtuigen                                                                                        Foto: internet                                
Foto: Stichting Groenegraf.nl                                                                                                                                                 


Het kind: de tuin en de kelder

Mijn lievelingsplek in de tuin was de ruimte onder de onderste takken van de enorme conifeer in de achtertuin. De takken vormden een soort dak, waaronder je prachtig kon spelen, beschut tegen de zon op hete dagen, maar ook een plek waar het lang duurde voordat je bij heftige regenbuien nat werd. Een vertrouwde plek!

Woensdag 25 april 1945
Kelder Spoorstraat 2, een veilig onderkomen
Foto: Ed Vermeulen
Ik speel in de tuin. Plotseling staat mijn moeder naast me, tilt me op en rent met mij in haar armen naar binnen. We gaan de kelder in. Daar is het behoorlijk donker. Ik zie soldaten, met helmen en geweren. Het zijn er wel tien!
Hoe lang we er gezeten hebben en waarom, geen idee.

Dit beeld draag ik sinds 1945 met mij mee: een kelder vol Duitse soldaten.
Ook de onderduiker heeft deze gebeurtenis vastgelegd in zijn dagboek en wel als volgt:

De onderduiker: de tuin en de kelder

Woensdag 25 april 1945 ‘s avonds 20 uur
’We hebben zojuist een klein artilleriebombardement achter de rug. 
’s Morgens word ik nog gewaarschuwd me niet op het dak te begeven, daar ik dan wel eens gearresteerd kon worden. ’s Middags ga ik met mijn vader naar de Eikenbosweg wandelen om een naar het front te kijken. Dat kun je ja duidelijk zien dat wil zeggen je hoort schieten  en ziet zo nu en dan een rookwolk, dan zal er wel een huis geraakt zijn. Verder is er niet veel. Ook over Baarn gieren zo nu en dan de granaten. We zaten weer in de tuin te genieten van het zomerweer.    


Zomerse dag in de tuin, bij de boom. Staand v.l.n.r. Familie, Ritzema Sr., Henk, Ibeling.
Zittend mevr. Ritzema, Familie, vooraan Tineke R.
Foto: Collectie Familie Ritzema  

Zo nu en dan vlogen er een paar granaten over, die verderop  ontploften. Plotseling kwamen wij tot de ontdekking dat, dit in Baarn was… later kwamen ze snel dichterbij. Ik was toevallig net op zolder toen er een granaat insloeg achter het postkantoor, naar mij later duidelijk werd bleek het iets verder op te zijn en wel het huis van Scheppers op de hoek van de Eemnesserweg -Teding van Berkhoutstraat. Later ging ik nog eens naar boven om de ramen te openen. Ik was er net mee bezig in de voorkamer toen er een granaat aankwam. Ik nam een sprong naar de binnenmuur en liet me languit op de grond vallen en wachtte tot de granaat ontploft was. Wij gingen de kelder in en ik trof daar twee Duitsers, die kwamen schuilen. Ze kankerden erger dan de grootste antiman. De beide moffen waren erg zenuwachtig; de één praatte aan één stuk door, terwijl de ander alleen zo nu en dan verkondigde: ’Es ist ja alles Schweinerei’. De één kwam uit Aken en de andere uit Baden-Baden. Het waren beste kerels.  Tineke repareerde één zijn broek nog en zal wel als collaborateur vervolgd worden. Toen het afgelopen was zagen we dat vlak achter ons op ca. 25 meter een granaat in een garage geslagen was. We aten toen ons witbrood nog op (wij aten iedere avond ons halve Rode Kruis broodje op) en gingen toen naar bed. Voor alle zekerheid hield ik mijn kleren aan. Heb echter toch best geslapen.

Donderdag 26 april 1945
’s Morgens gingen we naar Eemnes (Tineke, mevr. de Lange en ik) waar we ieder twee kg. spinazie kregen. Voor de rest was de gewijd aan het bombardement. Er zijn vier doden (Scheppers, mevr. Gielen, een dochter van Fernhout en één evacué). Verder verschillende gewonden in de Laanstraat, Heemstralaan, Eemnesserweg, Zandvoortweg, Ferdinand Huycklaan en in enige andere straten zijn wat huizen kapot en verder veel glasschade. ’s Middags sluiten wij het kelderraam af met zandzakken. Verder nieuws is er niet, ook geen oorlogsnieuws, ook wordt het al donker, dus een goede reden om er voor vandaag mee op te houden.  

Huis familie Scheppers na de beschieting, Eemnesserweg hoek Teding van Berkhoutstraat.
Foto: Collectie Historische Kring Baerne

Pas ver na de oorlog zou ik er achter komen waar de twee (!) uiteraard Duitse soldaten vandaan kwamen. Naast het fotoatelier ’Maja’ van de heer Beneker, later de stoffenwinkel van Ralph Polak, Laanstraat 50 was een lange diepe steeg. Liep je die in dan kwam je achter het voormalige postkantoor in de Teding van Berkhoutstraat terecht. Hier bevond zich een opslagplaats van de Wehrmacht bewaakt door soldaten. Dit wordt bevestigd door de volgende passage uit het boek ’Politieman in oorlogstijd – Inspecteur Chris Dragt’ geschreven door zijn dochter Elly Dragt:  ’Zo zijn voor een pand in de Laanstraat no. 50 , waar zich Duitse goederen bevinden, alleen al negen personen nodig die in drie ploegen 24 uur wachtlopen’.

Het kind: de bevrijding 

Donderdag 10 mei 1945
Vanuit de kamer van de onderduiker,
blik in de Laanstraat
Foto: Stichting Groenegraf.nl
Vanuit onze kamer waar ik op de bank zit die voor het raam staat kijk ik  naar buiten, de Spoorstraat in. Ik zie pratende en lachende mensen, maar ook ernstig kijkende met geweren en ook mannen met hun handen omhoog.
’Mamma, kijk, wat doen die mensen daar in de straat?’. ’Ik wil gaan kijken!’

Ik weet niet meer precies wat mijn moeder gezegd heeft, maar naar buiten ben ik zeker niet geweest. Het door mij waargenomen beeld is fotografisch vastgelegd.

Spoorstraat... mannen met geweren
Foto: Historische Kring Baerne
Het oude hek was getuige
Foto: Ed Vermeulen

De Spoorstraat, met links het oude, nog steeds aanwezige hek en rechts de Kwekerij van Herwaarden. Bij het hek een groepje jongemannen, als ik me niet vergis herken ik ’oom Klaas’. Een waarschijnlijk Baarnse N.S.B er of collaborateur wordt opgebracht.          


                
                           
De onderduiker: de bevrijding

Donderdag 10 mei 1945
Op de dag dat de Duitsers vijf jaar geleden hun zegetocht in west Europa begonnen , wil ik mijn dagboek eindigen. Nu de afgelopen dagen waren werkelijk glorieus. Maandag kwamen de eerste Tommies binnen. Ik kan me er op beroemen dat ik de eerste Tommy gesproken heb, die in Baarn is aangekomen.
Het is een eigenaardige gewaarwording om niet meer benauwd voor de Gestapo, Grüne Polizei, Landwacht e.d. te zijn. Morgen verwachten we de eerste levensmiddelen van de geallieerden. Van het Rode Kruis hebben we twee maal een half brood en één maal 125 gram margarine gekregen.

De bestraffing van landverraders is begonnen. De vrouwen die met moffen gegaan hebben worden in het openbaar kaal geschoren. De mannen worden opgebracht en moeten dan met bijv. Volk en Vaderland lopen of met de handen in de nek en dergelijke pesterijen meer. Ik vind het nogal Duitse methoden., maar enfin ieder zijn meug, ze hebben in ieder geval hun verdiende straf, dat moeten we niet vergeten als we medelijden met ze hebben.
Wat de toekomst zal brengen is onbekend. Nogal Wiedes.

Geschreven Baarnse geschiedenis, vastgelegd voor later!
Foto: Ed Vermeulen

Op 10 mei 1945 eindigt ook het dagboek. Vanaf deze dag pakte de onderduiker, Ibeling Ritzema, alias oom Klaas, de draad van zijn leven in vrijheid weer op. De familie Ritzema verhuisde in juni 1945 naar de Nicolaas Beetslaan. De wegen van de onderduiker en het kind die twee jaren min of meer gelijk op liepen scheidden zich voorgoed. Alleen de naam ’oom Klaas’ bleef in mijn herinnering achter.

’De onderduiker en het kind’ en het eerder gepubliceerde ’East is east, west is west, and sometimes the twain will meet’ zijn als opzichzelfstaande verhalen geschreven, maar liggen duidelijk in elkaars verlengde. Mijn advies: vertel de verhalen over toen vroeger keer op keer, maar koester vooral ook de geschreven bronnen!

In deze periode zendt RTV Baarn op televisie de serie "70 jaar bevrijd" uit. Van woensdag 22 april tot zaterdag 25 april 2015 wordt ook dit verhaal in beeld gebracht.

“70 jaar vrijheid” is te zien op RTV Baarn via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nlYouTube en Facebook.







Ed Vermeulen (1942)


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

maandag 20 april 2015

Baarn kreeg een Nationaal Centrum van Cultureel Katholiek leven

De leuze ,,Naar een nieuwe gemeenschap" heeft sinds vorig jaar (1938) bij ons volk, althans het katholieke deel ervan, sterken weerklank gevonden. Maar dit gemeenschapsbesef en het doel­bewuste streven naar een betere maatschappij zijn niet van den allerjongsten tijd. Zoo werd al langer dan zeven jaren het idee van een katholiek gemeenschapsoord ijverig gepropageerd; dit oord zou moeten gelden als een nationaal centrum van cultureel katholiek leven, waar alle krachten op sociaal, maat­schappelijk, religieus en artistiek gebied gebundeld zouden worden en daardoor des te vruchtbaarder in haar gevolgen gemaakt. Iemand heeft in den eersten tijd der actie voor een katholiek gemeenschaps­oord niet geschroomd te verklaren: ,,Twee bouwwerken vooral zijn het, die ons aller arbeid vragen, ons gebed en onzen steun; 't zijn de herbouw van Eg­mond en de stichting van een katholiek gemeenschapsoord." 
Nu is het niet toevallig, dat de kringen, waaruit de actie voor ,,een nieuwe gemeenschap" voort­kwam, en de bouwer aan het katholiek gemeen­schapsoord momenteel samen in het brandpunt der belangstelling slaan. Onderlinge uitwisseling van ge­dachten en 'plannen en wederkerige steun in groot formaat bewerkten het gelukkige feit, dat de spade voor het 'Thuis ener nieuwe katholieke gemeenschap reeds in den grond gestoken is, dat de bodem, waarop dit oord zal verrijzen, reeds gecultiveerd wordt en dat de fundamenten gelegd zijn.
de opening in 1939

Bij de dringende eischen van het ogenblik is liet begrip "katholiek gemeenschapsoord" voor enigen tijd op den achtergrond geraakt en is het, arbeids­element van het woord "werkgemeenschap" op het eerste plan gekomen.

Het katholieke gemeenschapsoord zal verrijzen tussen Hilversum en Baarn op het prachtige, uitgestrekte landgoed "Drakenburg". En zij, die daar­aan op het ogenblik arbeiden, vormen een werk­gemeenschap, die voor dit keer speciaal onze aan­dacht vraagt.

de vlag wordt gehesen door de
directeur departement Jeugddienst
G.W.F. van Hoeven









De opening werd verricht door Aartsbisschop Z.H. Exc. mgr. dr. J. de Jong.

De werkgemeenschap is een soort van "kamp­werk", maar daar zij tot doel heeft de persoonlijk­heid van den jongen man te vormen, gemeenschaps­zin, verantwoordelijkheids-gevoel, maatschappelijke geschiktheid en levensstijl aan te kweken en de cultuur te bevorderen in al haar verschillende en veel­zijdige vormen, heeft zij aan het kampwerk een heel bijzonder karakter gegeven. Er zijn meerdere werk­kampen in ons land, die te onderscheiden zijn als leer - en werkkampen. In de werkgemeenschap "Drakenburg" is er van meet af aan zeer bewust naar gestreefd om het accent nergens of nooit op een bepaald onderdeel te leggen. Veelzijdigheid in eenheid is er het ideaal en dat ideaal valt practisch een heel eind tot zijn verwezenlijking te brengen, doordat ,de stichting van een katholiek gemeen­schapsoord zowel materieel als geestelijk, den bouwers alle gelegenheid biedt om zich veelzijdig en des­ondanks met één hoog doel voor ogen te oefenen.

de aanleg van wegen was ook een onderdeel
  Men vergist zich deerlijk als men meent, dat dit werkkamp, dat wij toch liever met den langen naam van jeugdwerkgemeenschap blijven noemen, een doodgewoon werklozenkamp is. Weliswaar levert de stichting aan tal van werklozen de gelegenheid een kamp mede te maken, maar van een groot euvel, dat langen tijd niet gebannen kon worden uit de werklozenzorg en het kampwerk voor de werkloze jeugd het euvel namelijk, dat het werk­object toch altijd iets van werklozenexploitatie hield, zoekt men op "Drakenburg" vergeefs 'n spoor. Wanneer een aantal jongens uit de Grootstad gehaald wordt om eens veertien dagen het geluk van te kunnen werken te mogen genieten en zij mogen arbeiden aan een zwemvijver van het jeugdhuis  waarin zij onderdak krijgen, dan bieden zij van den anderen kant bezien altijd nog een makkelijke gelegen­heid, om aan zo'n prachtige zwemvijver te geraken.
Rector A.C.Went is de permanente
kamppriester
Op "Drakenburg" be­staat deze moeilijkheid niet omdat de werklieden hier het loon niet derven, zich voort­durend in hun vak blijven oefenen en allen druk van de werkloosheid ontgaan terwijl zij opgenomen worden in een gemeenschap en hun vrije, heerlijke plaats krijgen in de ge­ordende samenleving, zoals die binnen de grenzen van dit oord naar het ideaal streeft.

leder werkgilde, de smeden, de timmerlieden, de grond­werkploegen enz., hebben hun eigen, uit de glideleden gekozen leider en deze leiders vormen tezamen den werkraad. Daar­naast heeft ieder der drie slaapzalen ( elk voor tweeëndertig man) een uit en door de bezetting gekozen bestuur van drie leden. Zaalbesturen en werkleiders vormen den kamp­raad, die uit zijn midden een kampstaf­raad kiest, terwijl de staf zelf bestaat uit den kampcommandant, den kamppriester en drie leiders.
Zoo wordt het gezag corporatief overgedragen op den verschillende instanties; zoo draagt geen kampjongen het gevoel met zich rond, dat hij een mak onderdeel is van een volgzame kudde; zoo draagt ieder medezeggenschap en medeverantwoordelijkheid.

De foto's mogen aanschouwelijk maken wat in deze werkgemeenschap binnen enkele maanden gepresteerd is. Zij verraden in elk geval duidelijk dat de vrije wil en 't besef van eigen zelfstandigheid bij de kampleden, dienstbaar gemaakt aan 'n sociaal ideaal, wonderen kunnen verrichten en de aarde vruchtbaar kunnen maken voor het komende geslacht een nieuwe gemeenschap.


Paarden beslaan was ook een onderdeel




Ontspanning hoort er bij









Het katholieke gemeenschapsoord gelegen tussen Hilversum en Baarn ken ik zelf als "Het Rotterdams Kinderkamp".







Leen Bakker
Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://ljabakker.magix.net/website


http://knipselsuitkranten.nl

http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter








zondag 19 april 2015

Adresboeken uit het Eemland uitgebreid

door Eric van der Ent



Onze database met oude adresboeken uit het Eemland wordt veel gebruikt. Veel mensen zijn benieuwd waar hun voorouders gewoond hebben, of welke winkeltjes er in een bepaalde straat te vinden zijn. Op verschillende manieren kan er in de database gezocht worden. Zoekt u op achternaam, dan vindt u de adressen van de personen met die achternaam. Dat is logisch. Maar het is ook leuk om eens te zoeken op straatnaam. Wie woonden er vroeger bijvoorbeeld in de Elisabethstraat? Ook dat is eenvoudig uit te vinden.







Dit weekend hebben we de database flink uitgebreid. U wordt getrakteerd op de gegevens uit een aantal oude telefoongidsen van Baarn en Soest. Vanaf vandaag kunt u de gegevens vinden van de volgende telefoongidsen:


  • Baarn, telefoongids 1901
  • Baarn, telefoongids 1904
  • Baarn, telefoongids 1905
  • Baarn, telefoongids 1925
  • Soest telefoongids 1925


Navolgende gidsen en adresboeken waren al te doorzoeken in de database:


  • Baarn, adresboek 1888
  • Baarn, telefoongids 1915
  • Baarn, adresboek 1917
  • Gids voor Baarn 1921
  • Baarns Bloei 1929
  • Baarns Bloei 1933
  • Baarns Bloei 1936
  • Baarn, adresboek 1939
  • Baarn, adresboek 1948
  • Baarn, adresboek 1956
  • Baarn, telefoongids 1950
  • Baarn, Eemnes, Lage Vuursche, Soest, telefoongids 1961
  • Baarn, telefoongids 1967-1968
  • Ledenlijst School- en Werktuinen 1924-1949
  • Lage Vuursche, telefoongids 1956
  • Lage Vuursche, telefoongids 1967-1968
  • Soest, adresboek 1924
  • Soest, adresboek 1930
  • Soest, adresboek 1953
  • Soest, adresboek 1970


In totaal zijn nu inmiddels meer dan 130.000 records te doorzoeken, dankzij de hulp van onze vrijwilligers! 
Bij het toevoegen van de nieuwe gegevens is meteen een correctieslag gemaakt waardoor de gegevens gemakkelijker te vinden zijn. Alle straatnamen zijn naar een uniforme spelling gebracht. Zo word in verschillende adresboeken de Zandvoortweg op wel twintig verschillende manieren gespeld en afgekort. Nu is die straatnaam geüniformeerd naar één schrijfwijze. Dat zoekt veel gemakkelijker. Wilt u toch de originele spelwijze zien? Klik dan op de naam van de betreffende persoon. U krijgt dan de scan van de orignele pagina uit het adresboek te zien.

Benieuwd naar het resultaat? U kunt de database hier doorzoeken: klik hier

Eric van der Ent






Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter